Allerarmsten leven op kniehoogte

Officieel president Ratsiraka en tegen-president Ravalomanana zijn verwikkeld in een machtsstrijd op Madagascar. De armen hebben het hopen verleerd.

Varian leeft op de hoogte van de allerarmsten in Madagascar. Ze ziet vanuit haar gezichtshoek alleen de voeten van voorbijgangers. De kinderkopjes in de straten van de hoofdstad Antananarivo vormen haar woonplaats. De ontelbare blote voeten laat ze onaangedaan passeren. Daar valt toch niets aan te verdienen. Alleen wanneer er benen met schoenen langsstappen richt ze zich op en vraagt een aalmoes. ,,Twee dagen geleden kreeg ik zelfs wat werk'', vertelt ze. ,,Ik kon wat kleren van iemand in de buurt wassen en verdiende daar vijftig cent mee. Gisteren hadden we daarom te eten.''

Madagascar behoort tot de armste landen ter wereld. Ruim 63 procent van de bevolking moet leven van minder dan een dollar per dag. Varian is negentien jaar. Ze leeft in een groepje van zes straatvrouwen. Haar zoontje van vijf komt aanrennen met een muntje. ,,Goed gedaan'', prijst ze en veegt zijn snotneus af. Ze steekt een hand in haar vodden en duwt een borst naar buiten, die ze aan de mond van haar baby zet. Heeft de volksrevolutie van Marc Ravalomanana haar hoop gegeven? Haar matte mimiek maakt plaats voor een blik van verbazing. ,,Ik heb geen tijd voor revoluties, ik moet voor vanavond nog iets te eten vinden voor mijn kinderen. Politiek is een luxe. Ik droom ervan `s nacht in een huis te slapen en wordt iedere ochtend weer wakker in deze pisgeur. Wij hopen niet meer.''

In een smoezelig eettentje verderop zit een dame in zeekleurige rok een bordje rijst met pens te nuttigen. Ze heet Malal Rabeoli en heeft zojuist een cent gegeven aan het zoontje van Varian. ,,Wij Madagascaresen lijden door de politieke crisis, monsieur'', klaagt ze. Ze is verpleegster in een ziekenhuis in de buurt en kreeg twee maanden geleden voor het laatst salaris. Iedere dag loopt ze vijf kilometer naar huis of betaalt voor een busritje drie keer zoveel als voorheen. Want door de blokkades rond Antananarivo is er vrijwel geen brandstof meer en openbaar vervoer is schaars geworden.

,,De afgelopen maanden ging ik bijna elke dag in het centrum demonstreren voor Ravalomanana'', vertelt Malal. ,,Hij ontketende een volksopstand tegen de dictator Ratsiraka.'' Wat begon als fluwelen revolutie, heeft sinds een week gewelddadige vormen aangenomen. Voedselprijzen rijzen de pan uit. Is ze bereid Ravalomanana te blijven steunen onder deze snel verslechterende omstandigheden? Ze moet even nadenken en zegt dan: ,,We moeten de moed erin houden. De regering van Ravalomanana heeft beloofd voor het weekend de wegversperringen te verwijderen die door Ratsiraka zijn opgeworpen. ,,Als dat niet gebeurt, moeten we vechten.''

Ze betaalt vijftig cent voor de lunch aan de bediende met een T-shirt van Ravalomanana en loopt naar de kapper. Hary Raherimamoniy is de eigenaar van de kleine kapsalon. Ze is gelukkig met haar eerste klant vandaag. ,,Vroeger had ik wel tien klanten per dag'', legt ze uit, ,,maar mensen kunnen zich niet meer permitteren hun haar te laten knippen.'' Is zij bereid nog langer te lijden? ,,Mijn zaak gaat kapot. Ik vrees voor de toekomst'', antwoordt ze zonder nadenken. ,,Tot vorige maand roken wij de overwinning, maar nu weet ik het niet meer zo zeker. Ratsiraka is corrupt. We zijn hem beu, maar hij is een slimme vos die niet gemakkelijk opgeeft.''

Malal gaat onder de droogkap. Aan de overkant van de straat past Daniel Ratsiramonana voor een klant intussen in zijn kruidenierswinkeltje een handjevol rijst af in een blikje. ,,Heb je gehoord dat Ratsiraka Algerijnse huurlingen heeft laten droppen bij het vliegveld?'', vraagt de klant. ,,Ze gaan aanslagen plegen en hebben raketten gericht op de woning van onze president.'' Antananarivo gonst van roddels over op handen zijnde sabotage door aanhangers van Ratsiraka. Geruchten die vervolgens geloofwaardig worden wanneer ze in een van de vier dagbladen verschijnen maar daarmee nog steeds niet waar zijn.

De inwoners van de hoofdstad staan overwegend achter Ravalomanana. Maar die steun zou wel eens kunnen gaan afbrokkelen. Kruidenier Daniel houdt de moed erin. ,,We willen verandering, simpelweg verandering'', zegt hij vastberaden. ,,Het was altijd hetzelfde verhaal met Ratsiraka. Méér dan twintig jaar beloofde hij ons beterschap en Madagascar werd alleen maar armer. Nu moeten we doorzetten en de revolutie tot zijn logische einde brengen.''

In het stadscentrum in de regeringsgebouwen begint de vastberadenheid onder de aanhangers van Ravalomanana te tanen. Hun geweldloze werkwijze heeft na ruim drie maanden niet tot de val van Ratsiraka geleid en ze hebben nog geen nieuwe strategie uitgewerkt. Van het vorig week door Ravalomanana afgekondigde offensief tegen Ratsiraka komt voorlopig weinig terecht omdat zijn aanhangers over onvoldoende wapens beschikken. Er bestaan twijfels of de doorgaans pacifistische Madagascaresen wel bereid zijn om een bloedig gevecht aan te gaan.

,,De situatie is kritiek voor ons geworden'', erkent Ravalomanana's `minister" van Financiën Narisoa Rajaonarivony. ,,We kunnen niet langer wachten. We moeten met geweld de barricades van Ratsiraka verwijderen. We riepen het volk op tot een revolutie en we moeten nu resultaten laten zien. Als die er niet snel komen, gaat het volk Ravalomanana de schuld geven van de voedseltekorten.''

De minister int vrijwel geen belastingen want de meeste bedrijven liggen plat door de langzame wurging van de hoofdstad. In de Centrale Bank heeft hij alleen Madagascarese franken. De rekeningen in het buitenland van zijn Centrale bank werden geblokkeerd omdat inmiddels ook Ratsiraka een eigen Centrale bank heeft opgericht in zijn ballingsoord, de havenstad Toamasina. ,,Toen wij dit ministerie twee maanden geleden bezetten en de minister van Ratsiraka verjoegen, wist niemand waar het geld en de boekhouding waren'', vertelt de minister. ,,Inmiddels hebben we het werk in de vingers gekregen maar we hebben vrijwel geen cent meer om uit te geven. De economie bloedt dood.''

In de achterbuurt Isory heeft Varain inmiddels genoeg centen bij elkaar gebedeld om vanavond te kunnen eten. Als ze naar het afdak loopt waaronder ze slaapt, hoort ze een voorbijganger over de gestegen voedselprijzen klagen. ,,Dit valt niet vol te houden.'' Voor het eerst lacht Varain. ,,Dat is het voordeel van ons armen. Mensen met schoenen klagen dat ze nu nog maar één keer per dag kunnen eten. Wij eten soms de hele dag niet. Wij zijn aan lijden gewend.''