Alleen een lege kaart blijft hangen

De ambitieuze meester Pieter Roelof Bos wilde geen aardrijkskundeles geven zonder goede atlas. Daarom maakte hij er in 1877 zelf een, de Bosatlas. De uitgever viert nu het 125-jarig jubileum met een speciale uitgave.

De loop van de Afrikaanse rivier de Congo was in 1877 nog niet bekend. Dus werd hij in de eerste Bosatlas, die in hetzelfde jaar verscheen, niet ingetekend. Australië heet in die atlas nog Nieuw-Holland en Europa telt negentien staten, inclusief Andorra en San Marino – nu zijn dat er veertig.

De verschillen tussen de eerste Bosatlas en de laatste, uit 2001, zijn enorm. De eerste telt zo'n zestig kaarten en veel lege pagina's. De laatste, die maar anderhalve keer zo dik is, bevat bijna negenhonderd kaarten plus een CD-rom met statistische informatie over landen en over 2.000 wijken en 10.000 buurten in Nederland waarmee eigen kaarten kunnen worden gemaakt. Het is ook mogelijk om satellietbeelden binnen te halen en te bewerken. Er kunnen met een zoekmachine 1,7 miljoen plaatsen opgezocht worden, terwijl er in de papieren atlas maar 20.000 staan. Van een eenvoudige, via steendruk geproduceerde atlas, is de Bosatlas uitgegroeid tot een uitgebreid geografisch informatiesysteem.

Omdat de Bosatlas 125 jaar bestaat brengt uitgever Wolters-Noordhoff een speciale jubileumset van de eerste en de laatste druk op de markt. Vanaf maandag is hij verkrijgbaar in de boekhandel.

De 52 achtereenvolgende drukken van de Bosatlas laten mooi zien hoe de wereld – en de kijk van de atlasmakers erop – veranderd is. Dat zou pas echt duidelijk worden als al die drukken eens naast elkaar worden gelegd. Maar dat heeft niemand tot op heden gedaan. Uitgeverij Wolters-Noordhoff heeft in 1992 wel een uitgave verzorgd die iets dergelijks probeert. In De wereld volgens de Bosatlas; 1877-heden publiceerde de uitgeverij over dertien gebieden, waaronder Nederland, de kaarten die eerder in zeven drukken verschenen waren. Ze tonen de gebieden in 1877, 1902, 1921, 1939, 1947, 1967 en 1992.

Neem bijvoorbeeld de Balkan. Bosnië, Macedonië, Albanië en Bulgarije zijn in 1877 nog Turks. De Turkse provincies zijn met Romeinse cijfers weergegeven. Servië niet. Het is weliswaar nog schatplichtig aan de Turken, maar wordt niet meer bezet. Vlakbij Prisjtina (Kosovo) staat opvallend `Lijsterveld', de plek waar de Serviërs in 1389 vernietigend verslagen werden door de Turken en de reden waarom de recente Kosovo-oorlog begon. In het Servisch heet de plaats Kossovo polje, wat letterlijk `Mereldveld' betekent. Maar omdat merels in Noord-Nederland liesters genoemd werden heeft Bos er `Lijsterveld' van gemaakt. De achtereenvolgende kaarten van het gebied laten de telkens veranderende grenzen zien. In 1921 weet Niermeyer, de opvolger van Bos, het ook niet meer en tekent hij helemaal geen grenzen in. Vaak is een volkenkaart toegevoegd met de telkens veranderende etnische samenstelling. Op de kaart van 1947 zijn ineens veel Duitse enclaves verdwenen.

Grote haast

Ook Nederland is, sinds 1877, ingrijpend veranderd. Maar misschien is dat beeld wat vertekend, omdat de kaart ervan in de eerste Bosatlas allerminst een juweeltje is. Bos, en uitgeverij Wolters, moesten het vak blijkbaar nog leren. De kaart is duidelijk een product van een leraar en een uitgeverij uit de provincie. De kaarten die de Amsterdamse cartografen en drukkerijen al eeuwen eerder produceerden, waren veel mooier.

Maar die eerste atlas maakte meester Pieter Roelof Bos, leraar aardrijkskunde aan de Rijks Hoogere Burgerschool te Groningen, dan ook in grote haast en met weinig middelen. De HBS was in die tijd net opgericht en aardrijkskunde was een nieuw schoolvak. Bos was een ambitieus aardrijkskundeleraar en vond dat er goed lesmateriaal moest komen. Daarom schreef hij een leerboek, dat in 1876 verscheen. Ook vond hij dat leerlingen moesten beschikken over een schoolatlas, anders kon je geen goede aardrijkskundeles geven. Daarom zorgde hij ervoor dat ook die er kwam: de Bos' Schoolatlas der geheele aarde. Om die atlas up to date te houden en telkens te verbeteren, produceerde hij elke paar jaar een nieuwe druk. De atlas van Bos groeide uit tot één van de beste, zo niet de allerbeste schoolatlas ter wereld. Dat kwam vooral door het adagium dat Bos voorin de eerste druk liet afdrukken: Nur leer scheinende Karten prägen sich dem Gedächtnisse ein, een uitspraak die hij aan Alexander von Humboldt toeschreef, maar die nog nooit iemand in diens geschriften heeft teruggevonden. Hoe dan ook, als geen ander verstonden Bos en zijn opvolgers de kunst van het weglaten. In het voorwoord bij zijn eerste atlas schreef Bos dat er behoefte is aan ``duidelijke atlassen, die niet met namen zijn overladen''. En: ``beperking tot het noodige wordt steeds meer een vereischte'', kaarten moeten ``den leerling opwekken tot nadenken'', en ``eene goede keuze uit het vele, waarbij alleen het noodige werd gegeven, zonder dat aan banden wordt gelegd de zelfwerkzaamheid des leerlings, waarbij hij meer kan vinden dan de kaart hem geeft, - dat was het vraagstuk, 't welk door mij moest worden opgelost''. Bos bruiste van de didactische ideeën die in deze tijd van basisvorming en studiehuis nog actueel zijn.

Aan Bos' eerste kaart van Nederland valt met name het grote gapende gat van de Zuiderzee op, met de eilanden Wieringen, Urk, Schokland en Marken. De zee werd later een binnenmeer waarvan grote delen werden ingepolderd. Verder had Nederland in 1877 grotendeels zijn huidige vormen. Wel zijn de Waddeneilanden en de Zeeuwse eilanden erg plomp weergegeven. In latere edities zijn ze veel `slanker'. De provinciegrenzen zijn ingetekend, maar bij welke provincies de Waddeneilanden horen is niet duidelijk – tot aan de Tweede Wereldoorlog hoorden Vlieland en Terschelling bij Noord-Holland.

Markant is ook de dam tussen Ameland en Friesland. Die was in 1871 gereedgekomen, maar was tien jaar later al weer verzwolgen door de zee. De dam is op deze kaart te fors ingetekend; men kon er overheen lopen, maar voor een boerenkar was hij al te smal.

Tilb

Veel plaatsnamen zijn afgekort weergegeven. Was het te veel graveerwerk of wilde Bos zijn kaarten zo leeg mogelijk houden? Wie weet dachten leerlingen in die tijd dat er plaatsen als Helm, Tilb, Eindh bestonden. Opvallend is ook dat Bos in het noorden veel meer plaatsen vermeldt dan in het zuiden. Dat weerspiegelt zijn toch enigszins provinciale oriëntatie. Opmerkelijk is ook de `moderne' spelling van plaatsnamen als Kuik en Bokstel. Gemeentenbesturen kozen later voor sjiekere namen als Cuyk en Boxtel. Vreemd tenslotte is dat kaart geen legenda heeft en dat de 0-meridiaan over Amsterdam loopt.

De 52 opeenvolgende kaarten van Nederland geven een scala van ruimtelijke veranderingen weer, variërend van de uitwaaierende verstedelijking tot de ontginning van woeste gronden en later ook omgekeerd, landbouwgronden die transformeren in natuurgebieden.

Ook de ontwikkeling van de infrastructuur springt meteen in het oog. Op zijn eerste kaart legt Bos sterk de nadruk op kanalen en spoorlijnen, die van groot belang waren voor de beginnende industrialisatie. Opvallend zijn de vele grensoverschrijdende spoorlijnen, veel meer dan er nu zijn. Vanuit Terneuzen liepen er twee naar Gent en Antwerpen, vanuit Tilburg een naar Turnhout en Leuven, vanuit Eindhoven naar Hasselt enzovoorts. De kaarten weerspiegelen een mooie paradox: terwijl de economie internationaliseerde, nam het aantal internationale spoorlijnen af van twintig in 1902 naar zeven nu.

Veerdiensten

Het wegverkeer stelde ten tijde van de eerste Bosatlas niets voor. Het beperkte zich tot voetgangers, paard en wagen en postkoets. Op de kaarten van 1902, 1921 en zelfs 1939 staan afstanden nog weergegeven in `uren gaans'. Op die kaarten vallen ook de veerdiensten op die vanuit Amsterdam naar onder andere Harlingen, Sneek, Groningen, Meppel en Kampen gaan. Op de kaart van 1939 staan nog steeds geen wegen ingetekend. Wel worden er spoorlijnen met enkel en dubbel spoor onderscheiden en vier soorten kanalen. Nieuwe infrastructurele elementen zijn de `stations voor draadloze telegrafie' en de `vuurtorens voor de luchtvaart'. Dat Nederland zich internationaal afsluit blijkt uit de vermelding van alle douanekantoren.

Op de kaart van 1947 staan voor het eerst wegen ingetekend. De veerdiensten en ook veel spoorlijnen zijn verdwenen. Op de kaart van 1967 trekken de autowegen en de grote verkeersbruggen en -tunnels de aandacht, naast de uitdijende steden die niet meer met symbolen maar met vlakken worden weergegeven. In de Bosatlas van 1992, en nog sterker in die van 2001, domineren de snelwegen en de hoofdwaterwegen. Terwijl de intercitylijnen, in 1992 nog aangegeven met duidelijke zwarte lijnen, in 2001 naar de achtergrond zijn verdwenen door hun onopvallende grijze kleur. Is dat terecht? Het laat zien dat de Bosatlas de `werkelijkheid' niet alleen weergeeft, maar ook interpreteert.

Tot 15 juni kost de jubileumset van de eerste en laatste druk van de Bosatlas €59,90; daarna €79,90

Met dank aan F.J. Ormeling sr. en A. Donker voor hun toelichting bij de kaarten in `De Wereld volgens de Bosatlas'