`Vreemde smetten' deden China's handel opbloeien

Van de Chinese cultuur heeft Nederland nooit iets begrepen, toen niet en nu niet. Het Chinese hof was uitgesproken antiglobalistisch, en zat niet verlegen zat om handel met het buitenland.

Deze week: op zoek naar de erfenis van de Compagnie aan de oostkust van China.

Als je professor Lin Renchuan vraagt of hij er iets in ziet om aandacht aan het 400-jarig bestaan van de Verenigde Oostindische Compagnie te schenken, dan schiet hij bijna uit zijn slof. ,,Waarom zouden we? De VOC wilde Taiwan van ons afpakken. Dat is toch geen reden voor een feestje?''

Lin, die werkt voor het onderzoeksinstituut voor Taiwanese studies in de stad Xiamen aan China's oostkust, gaat dit jaar wel een ander feestje vieren: ,,Wij gaan herdenken dat Taiwan 340 jaar geleden door de nationale held Koxinga werd bevrijd van de Nederlandse overheersing, en terugkeerde in de Chinese moederschoot.''

Zo, dat is eruit. Lin kan zich blauw ergeren aan de separatisten op Taiwan, die de Nederlandse aanwezigheid ophemelen en de Nederlandse invloed ontzettend overdrijven. Allemaal onzin, vindt hij. ,,Jullie hebben in China toch niets van blijvende waarde achtergelaten? Nederland heeft de Chinese cultuur nooit begrepen, en jullie hebben je niet naar onze gebruiken en gewoonten geschikt'', vindt Lin. ,,Dan krijg je hier nooit een poot aan de grond, toen niet en nu niet.''.

Koxinga is de Nederlandse bijnaam van een Chinese krijgsheer die de VOC in 1662 na een maandenlange omsingeling van het Fort Zeelandia uit Taiwan wist te verdrijven. Alle Chinese kinderen leren op school hoe de vaderlandslievende Koxinga het eiland wist te heroveren op de Nederlandse kolonialisten, die begerig waren naar China's nationale bezittingen. Omdat Koxinga zijn thuisbasis had in Xiamen, heeft de stad een museum aan hem gewijd. Het is gevestigd in een magnifieke koloniale villa, maar behalve een schitterende locatie heeft het museum de bezoeker weinig te bieden. Er lopen vooral Taiwanese bezoekers rond, voor wie het bezoek een verplicht nummer lijkt. Veel mannen blijven buiten tussen de rood bloeiende tropische bomen in de tuin een sigaretje roken, en kijken over de balustrade naar de inspanningen van hun Chinese `baarmoedergenoten' beneden, die op militaire muziek hun ochtendgymnastiek staan te doen.

Voor de ingang staat een oud Chinees kanon, binnen staat een grote bronzen buste van Koxinga tussen twee verbleekte schilderijen van zeeslagen. Er hangen kopieën van historische Nederlandse, Engelse en Chinese documenten over de VOC op Taiwan en de verklaring van de overgave van de VOC aan Koxinga. Nederland is er driedimensionaal vertegenwoordigd met een klein scheepsmodel en een schaalmodel van Zaanse huisjes – cadeautjes van een Nederlands bedrijf, dat wellicht Xiamen in de eenentwintigste eeuw alsnog hoopt open te breken voor de handel met Nederland.

In de zeventiende eeuw wilde dat maar moeilijk lukken. Toen de VOC zich op de potentieel zeer winstgevende handel in zijde en porselein wilde gaan toeleggen,was China al uitgegroeid tot een van de meest geavanceerde productiecentra ter wereld. Maar het Chinese hof was uitgesproken antiglobalistisch, en liet weten dat het niet verlegen zat om handel met het buitenland. Alles wat het land nodig had, was binnenlands ruimschoots voorradig. Als men dan toch zo nodig buitenlandse goederen wilde presenteren, dan konden buitenlandse gezantschappen de goederen beleefd als tribuutgeschenk komen aanbieden.

De VOC koos een andere weg, en probeerde met geweld in China door te dringen. Dat lukte niet. Een Chinese gouverneur gaf de Nederlanders na herhaalde aanvallen op het Chinese vasteland een gids mee die ze naar Formosa leidde, het huidige Taiwan. De VOC verbleef daar bijna veertig jaar, van 1624 tot 1662, en bouwde er het Fort Zeelandia. De Nederlanders werden er uiteindelijk door Koxinga verdreven. De VOC zag daarna af van rechtstreekse handel op China en besloot wijselijk om die voortaan aan Chinese tussenhandelaren in Batavia over te laten.

In het Koxinga-museum werkt professor He Bingzhong, die meerdere malen voor onderzoek in Nederland is geweest. Zijn standpunt wijkt niet af van de officiële Chinese lijn, dat Koxinga uit nobele, vaderlandslievende motieven Taiwan van de Nederlandse bezetters heeft bevrijd. Toch wijst hij er met nadruk op dat de machtsstrijd tussen verschillende groepen in Zuidoost-Azië in wezen een handelsoorlog was. ,,Taiwan is zeer strategisch gelegen voor de handel met heel Zuidoost-Azië en Japan. Als je Taiwan beheerst, dan beheers je de handel in de regio.''

De Chinese kooplui hadden voor de komst van de Nederlanders zelf al een sterk handelsnetwerk met Zuidoost-Azië opgebouwd. Taiwan zelf bracht niet veel meer aan handelswaar op dan suiker en hertenvellen, veel minder interessant dan de zijde en het porselein van het vasteland. Maar die goederen wilde de Chinese overheid vaak niet rechtstreeks verhandelen met de VOC, zodat de handel voornamelijk plaatshad via Chinese smokkelaars en piraten. He: ,,De VOC heeft de handelsoorlog uiteindelijk van China verloren.''

In het scheepvaartmuseum op twee uur rijden van Xiamen hangt onder een schilderij van een zeeslag een bordje met de tekst: ,,De herovering van Taiwan. Koxinga ontrukt het eiland aan de hebberige klauwen van de Nederlandse indringers.'' Aan het hoofd van een museum dat zulke teksten etaleert, zou je een onversneden nationalist verwachten. Maar directeur Wang Lianmao is juist een uitgesproken globalist, die veel voordelen van internationale contacten ziet. Hij wil een aantal van zijn scheepsmodellen uitlenen aan het Paleismuseum van Taipei, waar begin volgend jaar wel een herdenkingstentoonstelling ter ere van het 400-jarig bestaan van de VOC wordt gehouden.

Zou hij zo'n tentoonstelling ook in zijn eigen museum willen hebben? ,,Jazeker, maar we hebben er helaas geen ruimte voor. Maar Koxinga's inname van Taiwan gaan we hier ook niet herdenken.'' Wang spreekt weinig over China, maar veel over zijn eigen regio. ,,Wat dit gebied zo interessant maakt, is dat je hier al vroeg kunt zien hoe de Chinese cultuur zich heeft vermengd met andere, buitenlandse culturen.'' Ziet hij ook blijvende Nederlandse invloed in de regio? ,,De landbouwmethoden zijn veranderd, Nederland bracht onderwijs en nieuwe scheepsbouwtechnieken. Ook deden Chinezen en Nederlanders op een andere manier zaken. De VOC was een groot handelshuis dat door de Nederlandse overheid werd ondersteund. De Chinese kooplieden werkten vooral als familiebedrijf. Ik geloof dat de Chinezen betere handelslui waren, en dat de Nederlanders een aantal trucs van hen heeft afgekeken. De Chinezen zagen op hun beurt bij de VOC hoeveel sterker je staat als je je niet beperkt tot familiebedrijven en echte handelshuizen sticht.''

Maar er is sprake van een ingrijpender invloed. Wang ziet de westerse aanwezigheid in het gebied als het begin van een nieuw tijdperk in Zuidoost-Azië en als een sterke stimulans voor regionale ontwikkeling. ,,Met de komst van de Spanjaarden, de Portugezen en de Nederlanders kreeg de handel voor het eerst een werkelijk multilateraal en mondiaal karakter. Er was niet langer sprake van twee partijen die met elkaar tot overeenstemming kwamen. Meerdere internationale partijen waren in een ingewikkeld patroon van onderlinge afhankelijkheid en concurrentie op elkaar betrokken. Daarmee brak een nieuwe periode in de geschiedenis aan.''

Wang heeft er weinig behoefte aan de Chinese cultuur `van vreemde smetten vrij' te houden en ziet internationale beïnvloeding juist als vooruitgang. ,,Een maatschappij die zich afsluit voor buitenlandse invloeden en geen immigranten toelaat, raakt onherroepelijk in verval. Dat gold vroeger, en dat geldt vandaag de dag nog steeds.''.

Dit is het vierde deel van een serie over de sporen die de VOC heeft nagelaten in Indonesië, Maleisië, Zuid-Afrika en China en in de Nederlandse rederswereld. Eerdere delen verschenen op 23 en 29 maart en 4 april en zijn te lezen op www.nrc.nl.