`Veilen die boel!'

Anton Dreesmann was een alleseter voorzover het zijn artistieke smaak betrof. Hij overleed en volgende week wordt zijn collectie geveild: 1300 stukken.

Pieter Dreesmann, zojuist binnengekomen in een knielange bontjas, steekt de kaarsen aan in de kandelaars uit zijn vaders collectie, die nu nog op een tafel in een zijkamer van veilinghuis Christie's staan. ,,Kaarsen op tafel die niet branden, dat is niet netjes', vindt het tweede van de vijf kinderen van Anton Dreesmann (1923-2000). Pieter (1958) begeleidt de veiling van zijn vaders kapitale collectie van 1.300 kunstvoorwerpen, die deze week in Londen onder de hamer gaat en volgende week in Amsterdam. Het is de grootste Nederlandse particuliere collectie die ooit in zijn geheel van de hand ging, met een geschatte opbrengst van 25 miljoen euro. Pieter Dreesmann lijkt uiterlijk niet op zijn vader, maar hij spreekt in de rechttoe rechtaan one-liners die zijn markante `pa' zo typeerden.

Wandelend langs de selectie uit de schilderijen, de gouden snuifdozen, de portretminiaturen, de klokken, de meubels en het Chinees porselein die bij Christie's in Amsterdam zijn opgesteld, vertelt Pieter dat zijn vader ,,alles verzamelde wat tot en met de jaren vijftig thuishoorde in een klassiek interieur'. De mooiste stukken, zoals Winterlandschap van Hendrick Avercamp – richtprijs zes- tot achthonderdduizend Engelse ponden – en een klein stilleven van Adriaan Coorte met een geschatte opbrengst van tussen de twee- en driehonderdduizend pond, worden in Londen aangeboden. In Amsterdam gaan de collecties zilver en boeken, aangevuld met wat schilderijen, glaswerk en Chinees exportporselein.

Pieter Dreesmann, die net als zijn vader econoom is, blijkt spraakzaam over zijn vader, die als verzamelaar weinig naar buiten trad. Hij vertelt hoe zijn vader thuis, in Laren, in een museum leefde. Het huis in het Gooi was een `blokkendoos', in 1980 speciaal gebouwd rond de collectie. Pieter Dreesmann: ,,Er zaten vier staande horloges in de collectie, dus werden er vier gangen in het huis aangelegd, met aan het eind van elk een klok. Verder was er een wand voor de zeegezichten en een voor oude meesters. De impressionisten hingen in de gangen en de bijna honderdduizend boeken stonden bij elkaar, in een enorme bibliotheek.'

Anton was `een vitrine-man', die alles graag keurig ordende: zilver bij zilver, porselein bij porselein. ,,Niemand mocht eraan komen behalve hij, anders zwaaide er wat.' Zijn porselein gebruikte hij niet, ,,als het zo uitkwam at hij rustig van een plastic bordje.' Dreesmann zette nooit iets in de opslag, ,,alles werd steeds een stukje dichter bij elkaar geschoven'.

En elke avond maakte de roemruchte Nederlandse ondernemer een rondje langs alle kunstvoorwerpen. Anton Dreesmann had ook een enorme videotheek met 700 banden van de National Geographic Society, ,,over hoe de boomkikvors paart in de bossen van Borneo, dat soort onderwerpen', aldus zoon Pieter.

Uit die belangstelling is af te lezen dat Anton Dreesmann zijn loopbaan begon als wetenschapper. Hij was hoogleraar commerciële economie aan de Universiteit van Amsterdam, en werd pas begin jaren zeventig directeur van het Vroom & Dreesmann-concern, toen zijn oudere broer Willem vroegtijdig overleed. Antons kinderen boden hem bij zijn 75ste verjaardag een leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam aan, die zij nog altijd bekostigen: the Anton Dreesmann Institute for Infopreneurship.

Corpulentie

De collectie was Dreesmanns privé-domein, hij had er geen behoefte aan dat met anderen te delen. Hij was een solitaire verzamelaar, en had zelfs niet de ambitie zijn belangstelling voor kunst over te brengen op zijn kinderen. ,,Ik kan me niet herinneren ooit met mijn vader in een museum te zijn geweest', aldus Pieter, die de enige van zijn broers en zuster is die ook beeldende kunst verzamelt. ,,Pa ging trouwens weinig naar musea. Hij was klein en bewoog zich niet makkelijk vanwege zijn corpulentie. En dan die koppen van andere bezoekers ervoor... De catalogus werd wel meteen besteld, dan had hij de tentoonstelling thuis, kon-ie lekker in zijn eentje kijken.'

De ondernemer Dreesmann trok zich na het avondeten terug in zijn bibliotheek en stortte zich dan op de stapels catalogi die daar op hem lagen te wachten: ,,Elke week kwam er zo'n veertig kilo aan veilingcatalogi binnen, van over de hele wereld toegezonden. Pa had speciaal een secretaresse aangenomen om de administratie af te handelen van mogelijke aankopen.' De stukken waarin hij geïnteresseerd was markeerde hij met plakkers aan de pagina's, en dat waren er heel wat: ,,Pa schoot met hagel, hij bood altijd schriftelijk en deed dat dan op tientallen lotnummers tegelijk. Kreeg hij er een paar van, prima. Kreeg hij niets, dan kwam er de volgende week een nieuwe ronde met nieuwe kansen. De collectie moest in beweging blijven, en de aankopen stroomden binnen.'

Want Anton Dreesmann had een zeer brede belangstelling. Naast de genoemde gebieden – voor de veilingen in Londen en Amsterdam door Christie's geordend in vijf afzonderlijke catalogi – kocht hij munten, glas, zilver, miniaturen, uurwerken en meubles mécaniques, met geheime laatjes en vakjes die door een verborgen veer geopend konden worden.

Diverse van zijn verzamelgebieden had Anton van zijn vader en grootvader overgenomen. Anton Dreesmann sr. (1854-1934), de uit Duitsland geëmigreerde grondlegger van Vroom & Dreesmann, legde collecties aan van munten, postzegels, zilverwerk, klokken en schilderijen. Zijn oudste zoon Willem Dreesmann (1885-1954) bracht een cartotheek van de stad Amsterdam bijeen die circa 6.000 kaarten bevatte, aangevuld met prenten en schilderijen van Amsterdam. Zijn Vondelboekerij van 2500 titels was in de oorlog in vlammen opgegaan, maar er bleven genoeg kunstvoorwerpen over om in 1950 een museum in zijn voormalige woonhuis in de Johannes Vermeerstraat, aan het Museumplein, te openen.

Van zijn vader nam Anton Dreesmann de gewoonte over om zich na het avondeten terug te trekken en zich op volgende aankopen te concentreren. ,,Pa was niet geïnteresseerd in cocktailparty's en zeiljachten', aldus Pieter. ,,En hij keek zelden of nooit televisie. Dan hou je veel tijd over.' Of Anton net als vader Willem zijn aankopen deels bekostigde uit een geheim fonds van de zaak, zoals Jeroen Terlingen beweert in zijn biografie Anton Dreesmann. Moed, macht en miljoenen, is niet bekend – nodig zal het in elk geval niet geweest zijn.

Wel pleitte Anton voor veiling van de collectie van zijn vader, terwijl met name zijn twee zusters – onder wie de naaldkunstenares Cécile Dreesmann – zich daartegen verzet zouden hebben. Anton omschreef het museum van zijn vader eens als ,,renteloos kapitaal waar nog geld bij moet'. De veiling kwam er, in 1961, en bracht ruim vier miljoen gulden op. Een deel van de collectie werd door een groep Amsterdamse burgers gekocht als basis voor het begin jaren zeventig geopende Amsterdams Historisch Museum.

Consequent was Anton Dreesmann wel. Volgens zijn zoon Pieter zou hij over zijn eigen collectie gezegd hebben: ,,Een verzameling is een maatpak; je kan het niet weggeven, het past een ander niet. Je moet er naar kijken zoals een slager naar zijn biefstuk: een grote mep – beng! – en je bent ervan los. Veilen die boel!'

Verlanglijstje

Ja, dat is bikkelhard, beaamt Pieter Dreesmann, maar het is ook leuk voor andere particuliere verzamelaars dat er weer goede stukken op de markt komen. Hij denkt dat zijn vader vooral een `intellectuele emotie' beleefde aan zijn eclectische verzameling: ,,Hij was toch allereerst en vooral bibliofiel. Soms leken de kunstvoorwerpen een alibi om zijn bibliotheek aan te vullen; dan was het voorwerp meer een illustratie bij het boek dan andersom.' De helft van de boektitels betrof kunst, de andere helft literatuur en wetenschappelijke vakgebieden. De laatste vijftien jaar van zijn leven heeft Anton Dreesmann overigens steeds minder van zijn boekenbezit kunnen genieten – door zijn afasie kon hij moeilijk lezen.

Het kunst verzamelen ging onverminderd door, al stuurde Pieter op het laatst weleens bij omdat zijn vader soms ,,een nulletje over het hoofd zag'. Anton Dreesmann ambieerde geen collectie van louter meesterwerken: ,,Daar was hij te ongeduldig voor. Wachten tot er misschien een nog mooier stuk van dezelfde kunstenaar langs kwam, dat lag niet in zijn aard. De verzamelhonger had hem in de greep.'

Een Rembrandt, een Ruysdael, een Van Goyen, ze stonden kennelijk niet op Dreesmanns verlanglijstje. Zoon Pieter geeft toe dat zuinigheid daar ook mee te maken had: ,,Hij bleef toch een zakenman. Altijd deed hij een zo laag mogelijk bod; `onder de gordel' noemde hij dat zelf.' Daardoor is er wel een gouache van Monet aanwezig in de collectie, maar geen schilderij. Wel aquarellen en tekeningen van Degas, Cézanne en Signac, maar geen werken op doek. Dreesmann spreidde zijn aandacht en geld over veel gebieden, hij was een veelkoper, een alleseter. Hierin ligt een overeenkomst met zijn manier van zaken doen: ook daar was het motto `diversificeren'. Onder leiding van Anton Dreesmann verbreedde het warenhuisconcern zich met reisbureaus, kledingwinkels, levensmiddelen-, postorderbedrijven en wat al niet. Tot in Zuid-Amerika werden er winkelketens overgenomen, met het oogmerk om door breed te denken en te ondernemen risico's te spreiden.

En net als in zijn werk nam Anton als collectioneur geen of weinig advies aan van anderen. Hij was een solist, die kunsthandelaren meed omdat zij hem 'een poot uitdraaiden', en omdat hij liever snel, anoniem en in series tegelijk via de veilinghuizen kocht.

Pieter denkt dat het verzamelen voor zijn vader een uitlaatklep was, een `geestelijke ontlasting': ,,Had-ie net een vent op kantoor op zijn sodemieter gegeven, kon-ie thuis lekker naar een mooi doosje kijken.'

De kijkdagen van The Dr Anton C.R. Dreesmann Collection bij Christie's Amsterdam zijn op 12, 13, 14 april van 10 tot 17 uur en 15 april van 10 tot 16 uur. Adres: Cornelis Schuytstraat 57 Amsterdam. De veiling wordt gehouden op 16 april.