Subsidieschrijvers

Naar aanleiding van de merkwaardige oratie van Lisa Kuitert levert Arjen Fortuin een bijdrage aan de discussie onder de kop `Ons leest ons' (Boeken, 05.04.02). Daarin staat te lezen dat `boeken die het publiek niet weten te bereiken [...] niet bijdragen aan wat het uiteindelijke doel van de kunstenaar moet zijn.'

Moet zijn. Zonder publiek geen kunst. Maar wat is `het publiek'? Hoe groot moet dat zijn voor een schrijver? Hij kan zonder subsidies rondkomen als hij andere inkomsten heeft. Of als hij bestsellers schrijft. Dat laatste is een uitzondering, al wekt de televisie de indruk dat er alleen maar vijf even rijke als populaire schrijvers zijn.

Kan een schrijver die redelijk verkoopbare maar geen uitgesproken populaire boeken schrijft, leven zonder subsidies? Stel, hij publiceert elke twee jaar een boek waarvan 5.000 exemplaren à 20 euro per stuk worden verkocht. Dat aantal ligt boven het gemiddelde – ik heb het niet over tuin- en kookboeken, puzzelboeken, hobbyboeken en problemenpulp. Die 5.000 verkochte exemplaren brengen 100.000 euro op, maar leveren hem aan royalties zo'n 10.000 euro op, dus 5.000 per jaar. Kan hij daarvan leven? Nee.