Stad besturen

In Rotterdam gaat zich een revolutie voltrekken. In Den Haag is veel bij het oude gebleven. En in Amsterdam zijn enkele accenten verzet.

Voor de Rotterdammers is de onzekerheid het grootst. Leefbaar Rotterdam, VVD en CDA houden elkaar al weken vast, maar zijn het zelfs over het dunne `programmakader' van amper tien velletjes nog niet eens. Wie de drie wethouderszetels namens Leefbaar gaan bezetten, is eveneens in nevelen gehuld. Nadat leider Fortuyn zich uit de voorste linies had teruggetrokken, kwam er weliswaar schot in de onderhandelingen. Maar Leefbaar Rotterdam is nog niet in staat zijn leidinggevende rol waar te maken. Het tempo van de collegevorming is geen goed voorteken. Voor Rotterdam breken derhalve vier onzekere jaren aan. Voor het eerst sinds een halve eeuw moet de PvdA in de oppositie toezien of en hoe Leefbaar erin slaagt de hoofdrol te benutten. Tot nu toe leert de ervaring dat sociaal-democraten niet goed zijn in het spelen van een bijrol. De PvdA in Rotterdam is daarop geen uitzondering, is de afgelopen maand gebleken.

Den Haag heeft daarvan geen last. De `grote coalitie' van VVD, PvdA en CDA heeft haar meerderheid behouden en gisteren besloten op deze voet door te gaan. Om recht te doen aan de onderlinge krachtsverhoudingen is het college wel uitgebreid tot acht wethouders. Dat is een klassieke reflex en, nu de lokale politiek is gedualiseerd, een slecht signaal.

In Amsterdam, waar Leefbaar amper voet aan de grond kreeg, zijn de veranderingen groter dan in Den Haag. PvdA en VVD hebben de paarse coalitie met D66 vaarwel gezegd ten gunste van het CDA. De wijze waarop het CDA is aangeschoven, doet vermoeden dat de twee dominante partijen weinig last zullen hebben van het CDA. Het CDA heeft niet alleen afscheid genomen van cruciale programmapunten, maar ook van voormalig leider Goedhart, die als onkreukbaar bekend stond en een aanwinst voor de bestuurscultuur had kunnen worden. De vraag is of CDA-wethouder Maij zichzelf hiermee een dienst heeft bewezen. Zo wordt zij verantwoordelijk voor het Gemeentevervoerbedrijf (GVB) en dus voor de externe verzelfstandiging die zij altijd heeft bestreden. Over een maand wordt daarover een heilloos referendum gehouden en staat Maij voor het blok.

Dat is op zichzelf niet bijster belangrijk, omdat PvdA en VVD alle cruciale posten naar zich toe hebben getrokken. In de zijlijn springt de portefeuille van PvdA-wethouder Belliot in het oog. Behalve met de zorgsector (in de hoofdstad een zware taak) wordt zij ook belast met cultuur. Tot nu toe heeft Belliot geen blijk gegeven van bovengemiddelde belangstelling daarvoor. Dat kan in de onderhandelingen met de rijksoverheid over de financiering van de nieuwbouw van het Stedelijk Museum een voordeel zijn. Maar lukt het niet om Den Haag snel over de streep te trekken, dan is haar positie op langere termijn zwak.

De hoofdlijn is echter de versterkte positie van de burgemeester. Cohen gaat niet alleen het veiligheidsbeleid meer dan voorheen coördineren, maar wordt ook verantwoordelijk voor het hele bestuurlijke apparaat. Dat wordt een heidens karwei. De hoofdstedelijke bureaucratie is, ondanks de gemeentesecretaris die een minder benepen taakopvatting heeft dan zijn voorgangers, nog steeds een steen des aanstoots. De benoemde Cohen wordt nu een van de meest politieke bestuurders van de stad. Dat is, mild uitgedrukt, een curieuze paradox.