Politie en voetbal

Burgemeester Cohen van Amsterdam heeft de laatste tijd kunnen rekenen op meer dan gewone belangstelling van zijn collega's uit andere grote voetbalsteden. Hij zegde Ajax de wacht aan. De club wordt rechtstreeks verantwoordelijk gesteld voor de veiligheid in de Arena. Als Ajax niet voldoende garanties kan bieden, geeft de burgemeester geen vergunning voor een wedstrijd. Cohen gaf gevolg aan krasse aanbevelingen van de plaatsvervangend korpschef Van Riessen na de rellen op de tribunes bij Ajax2-FC Utrecht. Als dit zo doorgaat moet maar zonder supporters worden gespeeld. De politiechef heeft volkomen gelijk dat de vanzelfsprekende politie-inzet in de stadions ten koste gaat van politiewerk waar de burger meer aan heeft. Terugdringen van de politie-inzet is dan ook een terugkerend refrein in het vele beleidsoverleg dat het betaald voetbal kenmerkt.

Keerzijde is de ergernis over wat een van de voetbalburgemeesters eens betitelde als het ,,egocentrisch gedrag'' van de voetbalbond. Er is inderdaad alle reden het betaald voetbal ten volle te houden aan zijn verantwoordelijkheid voor de steeds weer falende aanpak van voetbalvandalisme. Het rituele verweer dat dit een maatschappelijk verschijnsel is waarop de clubs niet kunnen worden aangesproken, is zwak. Buiten het voetbal komt vandalisme in de sport niet of nauwelijks voor.

Alle reden dus om eens te stoppen met mitsen en maren. Eenvoudig zal dat niet zijn. Wanneer het ondanks voorzorgsmaatregelen toch tot ernstige strafbare feiten in het stadion komt, zit er weinig anders op de politie alsnog te bellen. Dat geldt ook voor een popconcert of wielerwedstrijd. Het risico is des te moeilijker uit te bannen omdat de laatste seizoenen steeds meer sprake is van `first offenders' en die zijn per definitie moeilijker vooraf te signaleren dan bekende recidivisten. Politie-inzet valt ook moeilijk geheel te vermijden als de door criminologen gesignaleerde trend doorzet dat hooligans het bevoegd gezag lijken te zien als hun eigenlijke tegenstander. Als het niet in het stadion is dan wel daarbuiten waar de clubs geen zeggenschap hebben.

En dan zijn er landelijke politici die zich openlijk afvragen waarom het succesvolle recept van het Europese voetbalkampioenschap in 2000 niet voor binnenlands gebruik wordt toegepast. Dit werd gekenmerkt door een zeer intensieve politie-inzet. Minister De Vries (Binnenlandse Zaken) was er in januari als de kippen bij om een ,,nationale staat van waakzaamheid op alle voetbaldagen'' resoluut van de hand te wijzen. Burgemeester Cohen heeft deze voorzet nu bekwaam ingekopt. De bal ligt bij de clubs. Er dreigt niet alleen een koude sanering van het betaald voetbal op zakelijk gebied. Ook bij het hoofdstuk veiligheid is het uur van de waarheid aangebroken.