`Politici Europa werden ingezet bij tabakslobby'

Een door het het medisch tijdschrift The Lancet gepubliceerd onderzoek bewijst voor het eerst dat de tabaksindustrie Europese politici actief inzette voor zijn lobby.

De tabakslobby is er de afgelopen decennia in geslaagd een Europees verbod op tabaksreclame tegen te houden. Om dit doel te bereiken, maakte men actief gebruik van invloedrijke politici: de Duitse oud-bondskanselier Kohl, de voormalige Europees commissaris van Industrie, Bangemann, de Britse oud-premier Thatcher en de Britse voormalige minister Clarke.

Tot deze conclusies komen drie wetenschappers in het medisch tijdschrift The Lancet na lezing van talloze interne documenten van de tabaksindustrie. Deze documenten kwamen vrij in het kader van de miljardenschikkingen in 1998 in de VS tussen de tabaksindustrie en slachtoffers van roken.

Het is voor het eerst dat wordt bewezen dat de tabaksindustrie Europese politici actief inzette in hun lobby. Met name Duitsland, dat ook nu problemen veroorzaakt bij een nieuw, enigszins verwaterd, conceptvoorstel voor een verbod op tabaksreclame in Europa, wordt sinds de jaren tachtig in belangrijke mate door de tabaksindustrie aangestuurd.

Nederland maakte, volgens de onderzoekers, tot het Paarse kabinet in 1994 aantrad, niet alleen onderdeel uit van de blokkerende minderheidscoalitie in de EU waartoe ook Duitsland en Engeland behoorden, maar was ook doelwit van de tabakslobby. Philip Morris oefende via het ministerie van Economische Zaken druk uit op de minister van Volksgezondheid om het minderheidsstandpunt tegen de ban op tabaksreclame maar niet te ondermijnen. Met de komst van minister Borst (Volksgezondheid), die Nederland het liefst rookvrij zou maken, kwam daar een einde aan.

Philips Morris, wereldwijd nummer 1 in de tabaksindustrie, huurde Thatcher na afloop van haar premierschap in als adviseur. Clarke is sinds 1998 vice-president van Britisch American Tabacco. Onder andere hun hulp heeft ertoe bijgedragen, volgens de onderzoekers, dat al in het begin van de jaren negentig werd voorkomen dat de EU een algeheel verbod op tabaksreclame en sponsoring van evenementen door de tabaksindustrie afkondigde. Duitsland maakte zich, aldus The Lancet, juist sterk voor een minder vergaand voorstel van de tabaksindustrie waardoor hen nog ruime mogelijkheden werd geboden om reclame te blijven maken.

In 1998 werd evenwel een Europese richtlijn tegen tabaksreclame aangenomen. Duitsland tekende, volgens de onderzoekers opnieuw aangestuurd door de tabakslobby hiertegen beroep aan bij het Europese Hof. Het hof verwierp in 2000 het reclameverbod op procedurele gronden. Er wordt in Brussel nu gewerkt aan een nieuw, minder vergaand conceptvoorstel dat een verbod op tabaksreclame in kranten, via elektronische media en op internet behelst. Europees commissaris voor Consumentenbescherming Byrne ergert zich al geruime tijd aan de afwijzende houding van Berlijn tegen ook deze richtlijn. Volgens journalisten zou hij de bondsregering hebben gesommeerd ,,zich sterker in te zetten voor de gevaren van roken''.

Jaarlijks sterven, volgens The Lancet, 500.00 mensen in Europa aan de gevolgen van roken. In Nederland ligt dat aantal op 23.000. Om roken tegen te gaan en niet-rokers te beschermen, scherpte minister Borst de Tabakswet aan. Die wijziging werd vorig jaar door de Twee Kamer aangenomen. De verwachting is dat de Eerste Kamer dinsdag akkoord zal gaan. Op basis van deze wet zal straks alle reclame verboden zijn, met uitzondering van die op de pui van de tabakszaak. Ook de sponsoring van evenementen door de tabaksindustrie is taboe. Bovendien wordt het aantal verkooppunten van tabaksproducten sterk verminderd.