Opgepoetste winstcijfers en volgepropte kanalen

De Amerikaanse regels voor de boekhouding van bedrijven zijn `algemeen aanvaard', maar ook rekbaar. Het managen van de winst blijkt goed mogelijk. Maar door de Enron-affaire nemen de twijfels toe.

`Creatief' boekhouden is niet van vandaag of gisteren. Het net wel of net niet toelaatbare gegoochel met de boekhouding om de cijfers er beter te laten uitzien, gebeurt overal. Maar de lijst Amerikaanse bedrijven die erdoor in de problemen komen, groeit snel.

In het kielzog van het debacle bij energiehandelaar Enron en zijn accountant Arthur Andersen volgden onder andere de telecombedrijven Global Crossing en Qwest, de conglomeraten Tyco en General Electric en kopieerapparatenfabrikant Xerox. IBM is het jongste slachtoffer. Even leek het alsof niet één beursgenoteerde onderneming nog betrouwbare cijfers presenteerde.

,,Het verschijnsel van het `managen' van de winst is wijdverbreid, en bestond al lang voordat het bij Enron aan het licht kwam'', zegt Stephen Zeff, hoogleraar in de accountancy aan Rice University in Houston, Texas. ,,Alle trucs die Enron uithaalde waren bekend, hoewel Enron ze, met kennelijke goedkeuring van Andersen, tot het uiterste dreef.''

Het beste bewijs voor de stelling dat de crisis in de accountancy diep zit, is het aantal winstherzieningen, ofwel de keren dat ondernemingen, al dan niet onder druk van de toezichthouder Securities and Exchange Commission hun kwartaal- of jaarresultaten moesten herzien in de meeste gevallen naar beneden. Tussen 1998 en 2000 was dat liefst 464 keer, grofweg evenveel als het aantal herzieningen in de twintig jaar daarvoor.

De reden? Door de alsmaar voortdurende koersstijgingen van de jaren negentig en de groeiende invloed van Wall Street op het Amerikaanse bedrijfsleven ,,zagen beursgenoteerde ondernemingen zich gedwongen om de verwachtingen van analisten op Wall Street te evenaren, of nog liever, te overtreffen'', zegt Zeff. ,,Dat was de aangewezen manier om de koers van hun aandeel verder te laten groeien en daarvan hebben directeuren en managers profijt want zij worden deels betaald in opties.''

Zo ontstaat een vicieuze cirkel van elkaar overbiedende partijen, waarbij de onderliggende bedrijfseconomie langzaam uit het oog wordt verloren. Zeff durft de stelling aan dat tussen 1990 en 2000 `alles mag' het motto was van management, accountants, zakenbankiers – ,,eigenlijk van iedereen die met Wall Street te maken had, dus ook de media en de universiteiten''.

Het gaat hier niet in de eerste plaats om fraude. De Generally Accepted Accounting Principles (GAAP), waarmee bedrijven hun boeken bijhouden, zijn precies dat: algemeen geaccepteerde regels.

General Electric (GE) is een mooi voorbeeld, dat wordt aangehaald in The Financial Numbers Game, een nieuw boek van Charles Mulford en Eugene Comiskey over cijfermanagement. De resultaten van GE, het grootste bedrijf ter wereld gemeten naar marktwaarde, stijgen jaar in jaar uit en wel op een opmerkelijk voorspelbare manier. Dat is raar, merken de schrijvers op, gezien het gevarieerde aanbod van producten en diensten van GE van financiële diensten tot televisiestations en huishoudelijke producten. Maar de accountants hebben een manier gevonden om GE's ongewoon hoge kosten en baten precies tegenover elkaar te plaatsen, waardoor het bedrijf nooit krap bij kas lijkt te zitten. Het gladstrijken van de winstgroei (earnings smoothing) heet dit.

De meest voorkomende truc om de cijfers op te poetsen is ook de meest voor de hand ligggende: het prematuur boeken van omzet. Wanneer mag een bedrijf het resultaat van zijn activiteiten als inkomsten boeken? Als de order is geplaatst, of pas nadat de bestelling is geleverd en de klant geen mogelijkheid meer heeft om het terug te sturen? Bij een bakker die een brood verkoopt, is deze vraag makkelijk te beantwoorden, maar zij wordt aanzienlijk moeilijker bij producten als software en `diensten'.

Xerox maakt kopieermachines en least die aan klanten. Bij elke plaatsing van een apparaat boekte Xerox echter meteen alle toekomstige lease-betalingen als inkomsten, plus eventuele rente. Voor deze iets te voortvarende manier van het boeken van inkomsten, is het bedrijf beboet voor 10 miljoen dollar, zo werd gisteren bekend. Dat is de hoogste boete ooit wat te maken kan hebben met het feit dat al een paar keer eerder berispt voor dezelfde gimmick.

Een nog agressievere manier om inkomsten te boeken is het zogenaamde `kanaalproppen' waaraan apparatenmaker Sunbeam zich schuldig maakte in 1998. De producent duwt dan zoveel mogelijk door de strot van verkooporganisaties. De omzet wordt al geboekt zonder dat het product de eindgebruiker hoeft te hebben bereikt. Meestal gebeurt dit door middel van aanbiedingen, of onbeperkt recht op retourzending.

Breedband-internet aanbieder Global Crossing ging met Enron en concurrent Qwest zogenaamde ruilcontracten aan, waarbij de bedrijven elkaar ongebruikte capaciteit van glavezelkabels verkochten. Zo konden ze allebei inkomsten uit verkoop noteren, terwijl er helemaal niets in beider handel veranderde. De kosten van aankoop werden als investeringen geboekt, en over vele jaren afgeschreven. Zeff noemt dit soort contracten een ,,boekhoudkundige illusie''.

De bedrijfsresultaten kunnen ook cosmetisch worden behandeld door de opgegeven kosten onrealistisch laag te houden. Een actueel voorbeeld zijn de personeelsopties, waarmee veel managers worden beloond. In de hoogtijdagen van de interneteconomie waren opties vaak de enige beloning omdat er geen of nauwelijks cash flow was. Bedrijven boeken het uitdelen van deze opties niet af als onkosten.

Enron blonk uit in het verstoppen van schulden in zogenaamde Special Purpose Entities (SPE), die, omdat ze quasi onafhankelijk zijn en niet beursgenoteerd, hun resulaten niet hoeven te openbaren. Zulke praktijken om onderdelen buiten de balans te houden, zijn schering en inslag bij grote bedrijven, en ze zijn legaal.

Uit het feit dat de justitiële autoriteiten Enron nog niet hebben aangeklaagd, valt af te leiden dat het niet eenvoudig is om bij de voormalige energiehandelaar aan te wijzen dat de creatieve boekhouding frauduleus was. Dat Enron aan cijfermanagement deed, staat echter als een paal boven water.