Ook joden in Marokko voelen de strijd

De strijd tussen Israël en de Palestijnen laat joden elders in de wereld niet onberoerd. In het doorgaans tolerante Marokko verliest stoffenhandelaar Habitzbol Meyer veel van zijn klanten.

Het gaat niet goed met de stoffenhandel, klaagt Habitzbol Meyer (76). Een politieagent houdt een oogje op de anonieme ingang van de Em Habanim synagoge, een weggestopt achterafzaaltje in het Lusitania-district, de joodse wijk van Casablanca. Voornamelijk oudere mannen met keppeltjes op hebben juist het avondgebed voltooid. Het is antisemitisme en een boycot, moppert Meyer, terwijl hij de gebedsrollen in de kast schikt. Sinds de strijd in Israël is opgelaaid, komen de mensen niet meer bij hem voor hun stoffen. ,,En als ze komen, dingen ze af tot een veel te lage prijs.''

Het onbehagen groeit in de 10.000 man sterke joodse gemeenschap in het doorgaans tolerante Marokko. In een massale protestdemonstratie afgelopen zondag in Rabat werden Israëlische vlaggen, besmeurd met hakenkruisen, meegedragen, alsmede portretten van de halfverlamde Hamas-leider sjeik Yassin. Eerder deze week werd een joodse man in Casablanca die 's ochtends op weg was naar zijn werk in de rug aangevallen door een man met een bijl. En de explosie gisteren bij een synagoge was dan wel in Tunesië, maar nu ook weer niet aan de andere kant van de wereld.

De gezichten staan zorgelijk in het gebouw van joodse vereniging Cercle de l'Alliance. Het is etenstijd en het restaurant stroomt vol met leden die zijn afgekomen op het speciale oosterse menu van vanavond: kosjere loempia's en Vietnamese salades. Het publiek bestaat uit een welvarend ogende middenklasse van zakenmannen in vrijetijdskleding, vlot geklede vrouwen en kinderen.

In de aanpalende bar wordt gein getrapt door oudere, stevig-ronde mannen met petten op. Er wordt op schouders geklopt en gezoend, hier is men onder ons. Voor de ingang hangt in burger, maar nadrukkelijk herkenbaar, een agent tegen een auto.

Die aanval met de bijl veroorzaakte nog de meeste onrust. ,,Een gevoelige zaak, ze zeggen dat de dader dronken was'', zegt een vrouw. ,,Maar hoe herken je nu een jood op straat? We zijn een beetje in paniek, dat is logisch toch?'' Het slachtoffer heeft de klap overleefd, maar vanuit het ziekenhuis is haar gemeld dat er een blijvend probleem is met een oog. Verenigingsvoorzitter Albert Cohen probeert de zaak te sussen. ,,Sommigen zeggen dat het een ordinaire afrekening was.'' De aanval werd bovendien door de autoriteiten hoog opgenomen, constateert Cohen tevreden. De burgemeester, de hoofdcommissaris en zelfs de minister van Binnenlandse Zaken lieten zich er persoonlijk van op de hoogte stellen dat de dader was gearresteerd. En die extra bewaking voor de deur is waarschijnlijk niet nodig, maar toch een teken dat men de zaken serieus neemt.

Marokko mag graag wijzen op zijn goede banden met zijn joodse gemeenschap. [Vervolg MAROKKO: pagina 5]

MAROKKO

Speciale relatie staat onder druk

[Vervolg van pagina 1] De verscheiden koning Hassan II zorgde altijd voor een joodse vertrouwensman aan zijn zijde. Zijn zoon Mohammed nam deze traditie over. Deze speciale relatie kent zijn oorsprong in de geschiedenis. Een groot deel van de joden die samen met de Moren eind vijftiende eeuw uit Spanje werden gezet, kwam terecht in het huidige Marokko. Hier konden ze, onder wisselende omstandigheden, op een relatief veilige vluchthaven rekenen. Marokko was gedurende de Tweede Wereldoorlog ondanks het Vichy-regime gevrijwaard van deportaties en gold als een vluchtroute voor de Europese joden. Het grootste deel van de Marokkaans-joodse gemeenschap vertrok later richting Israël. Daar leven nu 700.000 joden van Marokkaanse afkomst.

De relatie tussen Israël en Marokko is altijd uitzonderlijk goed geweest. Hoewel er nooit diplomatieke betrekkingen werden aangegaan, speelde koning Hassan een actieve rol in de vredesonderhandelingen. Bij zijn begrafenis twee jaar geleden was zowel de toenmalige Israëlische premier Barak als PLO-leider Arafat aanwezig.

Het oplaaien van de Palestijnse intifadah zet de zaken evenwel onder druk. Neem het toeristenverkeer vanuit Israël op Marokko. Volgens reisorganisaties lieten jaarlijks zo'n 100.000 joodse toeristen (uit Nederland komen slechts 60.000 toeristen per jaar) zich rondleiden langs de graven van beroemde Marokkaanse rabbijnen of de steden van hun voorvaderen. Zelfs orthodoxe joden met hun pijpenkrullen en hoofddeksels waren welkom. Maar aan de toeristenstroom kwam vorige jaar abrupt een einde. Een tripje naar Marokko werd niet langer zonder risico beschouwd.

Net als zijn vader garandeert koning Mohammed persoonlijk de veiligheid van de joodse gemeenschap. Maar op de golven van de economische malaise en het Israëlisch-Palestijnse conflict wordt in Marokkaanse fundamentalistische moslimkring steeds luider de antisemitische trom geroerd. Wat arm en joods was, is vertrokken om in Israël het leven van de Palestijnse broeders en zusters zuur te maken, zo luidt samengevat de klacht. En wat rest is steenrijk en vormt deel van de corrupte kliek die Marokko in zijn greep houdt. ,,Normale mensen luisteren daar niet naar'', meent een joodse vrouw. ,,Maar met die misère hier heb je altijd wel analfabeten of gewoon gekken die het geloven.''