Olieprijs daalt na vertrek president

Het nieuws over het aftreden van president Chávez heeft vanmorgen geleid tot een daling van de olieprijs.

Op de beurs in Londen noteerde een vat van 159 liter van de toonaangevende Brent Noordzee-olie vanochtend 24,71 dollar, vergeleken met een slotprijs gisteren van 25,04 dollar en een dieptepunt van 24,60 in de ochtenduren.

De prijs daalt omdat er, zo verwachten analisten, met het aftreden van Chávez nu een einde zal komen aan de grootscheepse staking bij het staatsoliemaatschappij Petróleos de Venezuela (PDVSA).

De staking begon met acties van kaderpersoneel van PDVSA tegen de recente benoeming door Chávez van een nieuwe, aan hem loyale directie. De grote vakbond CTV, die fel tegen Chávez is gekant, verleende direct steun, waardoor ook het werk in enkele grote raffinaderijen nagenoeg werd stilgelegd. Sinds vorige week merkte ook de Venezolaanse consument daarvan de gevolgen aan de pomp.

De staking heeft vooral de olie-export van Venezuela danig ontwricht. De uitvoer van ruwe olie is in april met zeker 20 procent gedaald ten opzichte van de 2,6 miljoen vaten per dag die het land in maart oppompte.

Venezuela is de op twee na grootste olieproducent van OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, en de op drie na grootste ter wereld. De olie-inkomsten zorgen voor 30 procent van het bruto binnenlands product en ongeveer de helft van de overheidsuitgaven.

Venezuela is één van de belangrijkste olieleveranciers van de Verenigde Staten. De Amerikanen kopen ongeveer de helft van de Venezolaanse olie op, voldoende om in 13 procent van de Amerikaanse olievraag te voorzien. Het belang van de Venezolaanse olie voor de VS nam de afgelopen tijd echter verder toe wegens de toenemende spanningen in het Midden-Oosten en de mogelijkheid van een olieboycot door sommige Arabische landen.