Messias Chávez had iedereen van zich vervreemd

Het presidentschap van zelfbenoemd messias Hugo Chávez is vanochtend voortijdig geëindigd. Hij was een man van beloften, en is dat gebleven.

Hij preekte de vreedzame revolutie van de armen. Maar uiteindelijk struikelde de Venezolaanse president Hugo Chávez over de doden. Zeker elf, die vielen bij demonstraties tegen zijn bewind gisteren.

Chávez werd drie jaar geleden binnengehaald als de `straf' voor de corrupte politieke elites die van de democratie op dit continent nooit meer hadden gemaakt dan een zelfbedieningswinkel voor de rijken. Hoewel hij een ex-couppleger was en een ongeleid projectiel had ook de middenklasse massaal op hem gestemd.

,,Als ik moet kiezen tussen weer zo'n corrupteling of deze geschifte ayatollah, doe ik toch maar de ayatollah'', grinnikte de Venezolaanse universiteitsprofessor Rosa del Olmo destijds.

Chávez ontwikkelde zich tot een volksmenner met messianistische trekjes. Hij bulderde als Mussolini, vergeleek zichzelf met Jezus Christus, en riep Castro van Cuba uit tot `beste vriend'. Hij dreigde de `corrupte oligarchie' van zijn land een kopje kleiner te maken. Het bleef alleen bij woorden.

Een ruzieschopper was Chávez ook. De voormalige paratrooper kreeg het voor elkaar te breken met iedereen die hem ooit steunde. Eerst werkte hij de linkse partijen uit zijn coalitie. Toen richtte hij zijn pijlen op de vakbonden. Ook met de katholieke kerk zocht hij ruzie. Uiteindelijk zorgden zijn scheldkannonades tegen de pers dat ook deze zich unaniem tegen hem keerde.

Toen rustte zijn macht nog maar op twee pijlers. Het leger over wiens ,,revolutionaire kwaliteiten'' hij maar niet kon ophouden. En de berooide bevolking uit de sloppenwijken.

Bij gebrek aan een georganiseerde oppositie was het de pers die een heftige campagne tegen hem begon. Chávez zou zich aan het ontpoppen zijn tot een linkse dictator. Hij zou de arme bevolking aan het bewapenen zijn. En hij zou de `terroristen' van de Colombiaanse guerrillabeweging beschermen.

Dat laatste zette kwaad bloed, vooral bij de Amerikanen, die zijn capriolen tot dan toe slechts met hoofdschudden hadden bekeken. Voor de VS is Venezuela de op één na grootste olieleverancier. Zolang Chávez de oliekraan open hield, en de buitenlandse belangen niet in de weg zat, wilden ze hem ook wel zijn omarmingen met Saddam Hussein en Gaddafi vergeven. Na de aanslagen op New York en Washington van 11 september werd dit anders. In december sprak het State Department openlijk zijn `bezorgdheid' over Chávez uit.

In Venezuela zelf sloten vakbonden en ondernemers een bondgenootschap en riepen een gezamenlijke staking tegen Chávez uit. Zijn regering had controversiële maatregelen aangekondigd, waaronder een wet die de controle over de olie voor minstens de helft in handen van de staat houdt. Ook zou het staatsoliebedrijf grotere afdrachten aan de regering moeten doen.

In februari escaleerde de zaak, toen Chávez een nieuwe directie aan het staatsoliebedrijf oplegde. Het zou om politieke benoemingen gaan, en niets te maken hebben met de professionaliteit waarop het staatsoliebedrijf PDVSA zich altijd liet voorstaan. Bij de olieinstallaties begonnen acties.

De algemene staking van de afgelopen dagen was een steunbetuiging aan de werknemers van oliemaatschappij. Maar toen ongeveer 150.000 demonstranten gisteren optrokken naar het presidentiele paleis, vielen de doden.

De elf doden en bijna honderd gewonden zorgden voor een omslag binnen het leger. De één na de andere legerleider verscheen op televisie om zijn `rebellie' tegen Chávez aan te kondigen. In een laatste wanhopige poging haalde Chávez alle particuliere televisiestations nog even uit de lucht. Maar tenslotte werd zijn eigen staatstelevisie door de strijdkrachten verduisterd. ,,We kunnen niet doorgaan met deze spanning in het land'', zei de commandant van de Nationale Garde Alfonso Ramírez. De commandant van landmacht, Efraín Vásquez legde de verantwoordelijkheid van de doden bij Chávez, vroeg pardon aan het volk, en voegde zich bij alle andere legerleiders die nu het vertrek van Chávez eisten.

Zo komt het dat de ex-couppleger die zei dat hij tot 2021 aan zou blijven, gedwongen werd om zijn andere belofte in te lossen: ,,Als mijn volk me niet meer wil ga ik weg'', had Chávez altijd gezegd. Tot zijn dood toe zal hij niet geloven dat `zijn volk' hem gedwongen heeft. Maar `zijn' leger was overtuigend genoeg.