Hoera! Kleur!

De onlangs overleden Atie Siegenbeek van Heukelom verwerkte in tekeningen en borduurwerken wat ze in het concentratiekamp zag. ,,Verrukkelijk, in dat stompzinnige leven.''

et had het feestelijk hoogtepunt moeten zijn van haar 89ste verjaardag, gisteren. En wat zou ze ervan hebben genoten. Maar helaas: tekenares Atie Siegenbeek van Heukelom, die op 14 februari overleed, heeft de heruitgave van haar Arabella de Hemelkat – in 1966 bekroond als de Keuze van de Kritiek – niet meer meegemaakt. Wat ze nog wel tevreden heeft kunnen bekijken, is de herdruk van haar indertijd al even hoog geprezen Brieven aan Bernard (1964). Beide geestige, kleurrijke boekjes, waaruit de liefde voor katten je van elke bladzijde toezingt, werden indertijd uitgegeven door Kris Kras, uitgever van het gelijknamige jeugdblad. In die verantwoorde tegenhanger van Donald Duck verzorgde Van Heukelom twee beeldverhalen. Maar ook wie haar werk voor kinderen niet kent, heeft zonder het te beseffen wel eens iets van haar onder ogen gehad. Zo hangt in tal van huizen borduurwerk, gemaakt naar een van haar vele kruissteekpatronen.

Atie van Heukelom (1913) bracht haar jeugd tekenend door, zei ze zelf. In de jaren dertig, toen een serieuze beroepsopleiding voor vrouwen nog hoogst ongebruikelijk was, bezocht ze in München en Berlijn twee gedegen grafische scholen. Vervolgens ging ze, na etalages te hebben gemaakt voor De Bijenkorf, in Amsterdam werken op het reclamebureau Co-op2 van Bauhaus-leerling Paul Guermonprez, tevens docent aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten. Het bleek een baantje met verstrekkende gevolgen. In het begin van de bezetting gaven Guermonprez en Van Heukelom Praktisch bezuinigen uit, een boekje met tips voor tijden van schaarste: kook aardappelen in de schil en `Verduister de woning maar niet het humeur'. Deze lichtvoetigheid was geen oppervlakkigheid. Integendeel. Lichtheid was de houding die Van Heukelom verkoos om de ernst mee te lijf te gaan. In haar opdrachtenboekje staat achter een opdracht van mei 1944 eenvoudig genoteerd: ,,wegens mijn gevangenschap niet doorgegaan'', en dan komt, eind juli 1945, de volgende. Heroïek was haar vreemd: ,,Ik had me niet gemeld voor het verzet, ik vond het eng, maar toen het me gevraagd werd, zei ik geen nee.''

Van Heukelom werd op 26 mei 1944 na verraad gearresteerd. Met Guermonprez was ze betrokken geraakt bij de Raad van Verzet, die liquidaties pleegde, en overvallen op bevolkingsregisters en distributiekantoren. Als koerierster vervoerde ze wapens en explosieven. In de gevangenis hoorde ze dat Guermonprez nog op de dag van zijn proces, 10 juni 1944, was gefusilleerd, samen met Gerrit-Jan van der Veen, die was gepakt na een poging hem te bevrijden.

De oorlog inspireerde haar tot haar indrukwekkendste werk: de drieëntwintig tekeningen en twee borduurlappen waarmee ze verslag deed van de gevangenis, zes concentratiekampen, een dodenmars en een dagenlang transport in open goederenwagons. De tekeningen werden meermalen gebruikt als illustratiemateriaal bij boeken met kampherinneringen. In 1995 exposeerde het Rijksmuseum de lap waarop ze, in een buitencommando van Gross-Rosen, in fijne steekjes scènes uit het kampbestaan borduurde.

Hoe was ze aan materiaal voor die lap gekomen, en waarom maakte ze hem? In een interview in Opzij zei ze daarover: ,,We waren na Dolle Dinsdag van Vught naar Ravensbrück vervoerd. Een zware reis in volle goederentreinen. Ravensbrück was een hel. Vuil: schurft, vlooien, luizen, tyfusbesmetting in het water. Fusillades. Overvol. Vrouwen in lompen, die als raven op onze resterende broden aanvielen. In Reichenbach, het volgende kamp, kregen we wat kleren, achteraf bleek dat we die tot onze bevrijding aan zouden houden. Van het hemd heb ik een stuk afgescheurd. Waar ik een naald vandaan heb gehaald: geen idee. Ik weet nog wel hoe ik aan de draadjes kwam. Enkele Russinnen hadden nog een bonte hoofddoek. Vuil natuurlijk. Als ik op het zondagochtendappèl ergens een leuke groene of rose ontdekte, ging ik erna vragen of ik even mocht peuteren. Zo heb ik het bij elkaar gescharreld. Je ziet op de lap vrouwen met kruisen op hun rug: die hadden ze uit onze kleren geknipt en met andere stof weer opgenaaid, zodat je bij een vluchtpoging meteen werd herkend. Reichenbach was een werkkamp, geen vernietigingskamp. We werkten op een Telefunkenfabriek; twaalf uur op, twaalf uur af. 's Avonds viel ik doodmoe meteen in slaap. Het borduren deed ik 's zondags, dan had je na het appèl keurig vrij. Het was verrukkelijk, dat borduurwerk. In dat stompzinnige leven – heerlijk om dan iets creatiefs om handen te hebben. Ik was niet de enige die iets deed. Uit de vuilnisbakken op de fabriek kon je nog wel eens stiekem een snippertje papier vissen, of een appelschil, of een touwtje. Je had de behoefte iets te maken om jezelf even af te leiden van die dagelijkse ellende en sleur. Kleur was een van de vreugden van het borduren. In mijn laatste kamp vond ik een grijzig soort paars touw, en dacht: Hoera! Kleur in de grauwheid. Ik heb het meteen omgeknoopt; ik voelde me er chic mee.''

irect na haar terugkeer schreef Van Heukelom het kamp van zich af in een uitgebreid geïllustreerd verslag, dat werd gepubliceerd door de geallieerde voorlichtingsdienst, die overigens haar nuchtere mededeling dat de ondervoede vrouwen ophielden te menstrueren, wegcensureerde. Haar verjaardag was voor altijd verbonden met haar bevrijding: ,,11 april, mijn verjaardag, was een heerlijke dag! De Stube zong: Lang zal zij leven, en ik kreeg gezellige cadeautjes, o.a. van mijn vier vriendinnen een enorm geschenk: een boterham! Daarvoor hadden ze een trui verkocht. De clou van het feest was, dat het totaal vergeten werd door het ongelooflijke nieuws: de Duitsche soldaten trokken zich terug [..], Aufseherinnen en SS sloegen op de vlucht [...]. De volgende drie dagen werden we geslingerd tusschen hoop en vrees; bevrijding of op het allerlaatste moment toch nog transport? Doodelijke angst voor transport. Had voor mezelf het gevoel, dat ik het niet lang meer maken zou, als 't zoo doorging.''

Op 13 april hoort Van Heukelom, met hoge koorts in de Stube, gejuich. ,,Ik wankelde mijn bed uit en naar buiten. Voor de poort van 't kamp groot gedrang. In 't midden een paar kerels in vreemde uniformen. De poort stond wagenwijd open, de SS werd, met handen omhoog, weggevoerd en iedereen was half gek van opwinding. Ik vond in 't gedrang mijn vriendinnen en we vielen elkaar huilend om de hals. Toen liepen we zoomaar de poort uit en de straat op! Het was een stralend zonnige lentedag en overal bloeiden boomen en struiken. We plukten bloemen uit de voortuintjes en tooiden daar ons zelf mee. We kwamen het binnentrekkende leger tegen, enorme zware tanks, met bruine, stevige mannen erop. Ze keken wat beduusd en met intens medelijden op ons neer en we gaven ze allemaal handjes en bedankten ze, in zenuwachtig, opgewonden Engelsch, dat ze ons bevrijd hadden. Ze gaven ons kwistig sigaretten; van onze eerste echte Camel werden we wat raar (ieder een heele!), we gingen op de rand van het trottoir zitten en rookten en jubelden daar verder. [...] Achter de gordijntjes gluurden de beteuterde gezichten van de Duitschers. Nooit heb ik me zoo gelukkig gevoeld!'

Ze maakte er een tekening van die je makkelijk zou kunnen aanzien voor een vakantieprent van een stel erg slanke meiden, zoals ze ook zes dunne bakvissen tekende (en borduurde) die giechelend op een wc een gevonden peukje delen. Alleen door de kruisen op hun kleding besef je dat hier kampgevangenen zijn uitgebeeld. Zelf verklaarde ze die laconieke toon uit haar `neiging het gekke te zien, zelfs in vreselijke situaties'.

Sigaretten symboliseren bij Van Heukelom vrijheid. Ze liet me ooit het Paasmenu zien dat ze in haar laatste kamp had getekend op een uit de fabriek gesmokkeld formulier. Na `veel borrels en sigaretten' volgen paling, spekpannekoeken, mokkagebak en nog zo wat, waarna de Wünschtraum werd besloten met `koffie (met veel sigaretten)' en dan nog `poesje (met veel sigaretten)'.

Na de oorlog vervaardigde Van Heukelom een eindeloze hoeveelheid werk, in uiteenlopende genres en technieken, vrij en in opdracht. Ze deed de lay-out en vooral de illustraties van vele boeken: dichtbundels, school- en kinderboeken.Verder maakte ze een jubileumuitgave voor Gispen, kinderspellen, een uitklapbare ansicht met paleisinterieur voor de Kinderpostzegelactie, overheidsuitgaafjes rond bevrijdingsdag en burgerschap, en gelegenheidsdrukwerk. Een enkele keer op groot formaat, zoals een muurschildering in een bank. En dan waren er de borduurboekjes en wandkleden. Dit jaar nog kregen haar vrienden als altijd een getekende nieuwjaarswens, met poezen die zich om het jaartal krullen.

In de eerste optimistische naoorlogse tijd had Van Heukelom contact met prominente feministen als haar medegevangene `Mammie' Boissevain-van Lennep, wier Amsterdamse vrouwenpartij ze steunde. Via Lil Posthumus, oprichtster van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging, werd ze de vaste illustratrice van het blad Denken en Doen van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen, toen een emancipatoir gezelschap. Het blad plaatste ook haar kruissteekpatronen (van de Westertoren en Artis bijvoorbeeld), die zo geliefd waren dat De Bijenkorf ze compleet met materiaal als pakket verkocht. Van kruissteekjes hield ze, omdat die `de figuurtjes tegelijk primitief en levendig houden'.

et als, even, de vrouwen, leefden ook kunstenaars na de bevrijding in een sfeer van emancipatie. Daaruit ontstond de progressieve vakorganisatie GKf, waarin naast beroepskwalificatie een verzetsverleden een pluspunt betekende. Atie was GKf-lid. Dat bezorgde haar opdrachten, maar ze bleef in die gespierde mannencultuur een vreemde. Ze was, zei ze zelf, `geen politiek persoon'. In oorlogsherdenkingscomités voelde ze zich evenmin thuis, oorlogsslachtoffer voelde ze zich nooit. Aanvankelijk geplaagd door nachtmerries, had ze uiteindelijk aan de oorlog niets anders overgehouden dan een stel goede vriendinnen. Strijdbaar was ze op haar eigen wijze – humoristisch, laconiek en zonder stemverheffing.

Van Heukelom verkoos het de technieken te beoefenen waarin ze plezier had, al was dat het laaggewaardeerde naaldwerk. Haar onderwerpen betroffen alledaagse genietingen als dieren, interieurs, tuinen, kinderen. Huiselijk, maar dankzij haar verbeeldingskracht en originaliteit nooit huismoederlijk of zoetig.

Brieven aan Bernard bestaat uit verhaaltjes die ze stuurde aan het zieke zoontje van een vriend. Brieven vol grappige tekeningen over het opwindende leven van de poezen in de tuinen binnen een Amsterdams huizenblok. Arabella de hemelkat gaat over de `aardevaart' van Atie's dode kat, die in de kattenhemel heimwee krijgt naar huis. Daarin heeft de hemel voorzien: als ze zich genoeg concentreren, kunnen de doden per mandje terugvliegen. Ze zijn dan op aarde alleen te zien door `hogere wezens': haar vroegere medekatten die Arabella's tijdelijke terugkeer erg gezellig vinden. Vanuit haar voor lagere wezens als mensen en honden onzichtbare positie, becommentarieert Arabella het wonderlijke doen en laten van haar vroegere `vrouwtje'. Arabella, om de kleurrijke tekeningen ook uitverkoren als Best Verzorgd Boek, werd door recensenten gewaardeerd als origineel en modern van geest. Te modern naar de smaak van de NRC, die een `kattenwalhalla' doorgeslagen absurdisme achtte en onaanvaardbaar voor gelovige bevolkingsgroepen.

Het typeert onze tuttige gezinscultuur dat een boekhandelaar mij vorige week uitlegde dat Brieven aan Bernard werd geschreven door een oma voor haar kleinkind. Als `juffrouw Van Heukelom' nu iets niet was, dan was het oma, moeder of echtgenote. Toen ik haar kwam interviewen, noemde ik haar `mevrouw' om niet de neerbuigende jaren vijftig-toon te herhalen, toen `mevrouw' het voorrecht der getrouwden was en `mejuffrouw' voor mislukking stond. Van Heukelom prefereerde juffrouw: ,,Dat scheelt gezeur als `Kan ik uw man even spreken?'

Mijn voorzichtige vraag of haar vrijgezellen- en kinderloze bestaan te maken had met de oorlogsjaren, beantwoordde ze met een grijns. ,,Nee hoor. Het kwam er niet van en het was geen groot gemis. Ik ben altijd een vrij mens geweest. Ik tekende, had goede vrienden en fijn werk.'' En niet te vergeten: poezen. Veel poezen.

`Brieven aan Bernard' en `Arabella de Hemelkat'. Prijs per deeltje: €12,50. Ook te bestellen: Ed. Siegenbeek van Heukelom, tel. 020 6627949 of jsvhviii@hotmail.com