Hoe het ik het zelf ontdekt

Een meisje van een jaar of zes wordt door haar moeder voorgelicht en is na dat gesprek erg onder de indruk. Niet van wat haar ouders precies met elkaar gedaan hebben, maar van het besef dat haar ouders überhaupt los van haar dingen beleven waar zij niets van weet. Ineens komt ze tot het heldere inzicht dat iedereen iets anders meemaakt, dat iedereen een ander leven leidt.

Dolph Kohnstamm, voormalig hoogleraar psychologie in Leiden, verzamelt beschrijvingen van dergelijke plotselinge inzichten van wat hij `bestaansbewustzijn' noemt: het in een flits doorbrekende besef dat je zelf iemand bent, dat je nooit door de ogen van een ander kunt kijken, dat je een `ik' bent temidden van andere `ikken'. Hij kreeg er veel opgestuurd na oproepen op de radio en in diverse kranten en tijdschriften. Zijn boekje Ik ben ik. De ontdekking van het zelf bevat een selectie van die beschrijvingen, door Kohnstamm becommentarieerd.

Ik ben ik is geen wetenschappelijk boek. Daarvoor zou Kohnstamm tenminste geprobeerd moeten hebben zijn verzameling op een meer systematische manier te beschrijven. Bij sommige kinderen breekt het bewustzijnsbesef plotseling door als ze in de zon spelen, jarig zijn of voor een spiegel staan; sommige kinderen worden angstig van het besef uiteindelijk altijd alleen te zijn, anderen maakt het eerder trots en blij. Een wetenschapper zou bijvoorbeeld willen weten in hoeveel procent van de gevallen dergelijke kenmerken voorkomen, om zich een theorie over het verschijnsel te kunnen vormen.

Maar zo systematisch is Kohnstamm niet, hoewel hij zelf wetenschapper is en wetenschappelijk jargon gebruikt. Hij geeft, omdat dat hoort, nog net een opsomming van het weinige dat psychologen over de `I am me'-ervaring hebben geschreven, maar met tegenzin, zo lijkt het. Want Kohnstamm schreef dit boek niet als wetenschapper maar als romanticus. Gaat het mooie er niet van af, vraagt hij zich af, als hij de jeugdherinneringen aan categorisering en analysering onderwerpt? Zal het hele verschijnsel niet uitsterven nu hij erover schrijft en mensen er misschien bij hun kinderen naar gaan vragen?

Ik ben ik is een boek van een jongetje dat iets heel moois in de natuur gevonden heeft en dat eigenlijk aan niemand wil laten zien – terwijl hij het ook wél wil laten zien, omdat hij heel trots is op zijn ontdekking en graag wil weten wat het is. Maar hij is ook heel erg bang dat dan blijkt dat het niets bijzonders is, dat het niks betekent. Het geeft allemaal niet. Ik ben ik staat vol mooie herinneringen aan momenten waarop mensen iets over zichzelf beseften dat ze bijzonder vonden en waarover ze meestal niet met anderen konden praten, omdat die het niet begrepen of omdat ze nog te klein waren om het te verwoorden. Het boek roept precies het gevoel op waar het over gaat: het besef een `ik' te zijn tussen andere `ikken'. Op die wetenschappelijke analyse moeten we dan nog maar even wachten.

Dolph Kohnstamm: Ik ben ik. De ontdekking van het zelf. De Bezige Bij, 191 blz. €12,50