Hazes

Aan het Olympisch Stadion in Amsterdam bewaar ik niets dan weemoedige herinneringen. Als kind ging ik er met mijn ouders wel eens heen voor een wedstrijd van het Nederlands elftal, of voor de jaarlijkse `Olympische dag'. De rit vanuit de provincie was lang, maar de beloning groot. Nooit eerder geziene beroemdheden op het veld, de zinderende sfeer van een uitverkocht stadion.

Gisteren was ik er even terug voor iets heel anders. Het stadion is veel kleiner en intiemer geworden, het architectonische pareltje van de Nieuwe Zakelijkheid van Jan Wils is in zijn glorie van 1928 hersteld. Topvoetbal en wielrennerij zijn eruit verdwenen, het is nu in de eerste plaats een atletiekstadion.

Maar dat is niet voldoende voor een winstgevende exploitatie. De directie wil ook aan `cultuurprogrammering' doen. ,,Denk maar aan Verona'', zei de nieuwe directeur, Hans Lubberding, ,,opera's, concerten. Die functie heeft het stadion vroeger trouwens ook gehad.''

En dus zaten we 's middags in een sportkantine van het stadion te wachten op de beroemde volkszanger André Hazes. Er hingen enkele tientallen mannen en vrouwen rond van de boulevardpers en van tv-stations. Het rook doordringend naar loempia's en saté die op een buffet lagen te sudderen. Het journaille liet het zich goed smaken. Hazes kwam een kwartiertje te laat, zoals het een grote ster betaamt.

Toen hij binnenkwam, zag ik hem bijna over het hoofd. Hij was nog kleiner dan ik dacht. Een beetje verlegen stommelde hij naar zijn tafeltje. Hij zag er weer helemaal uit als het mislukte achterneefje van een Italiaanse maffiabaas uit Chicago: zwart hoedje, zwarte leren jas, zwarte broek, zwarte laarsjes en een grote, ondoordringbare zwarte zonnebril. Om zijn hals een gouden ketting, om zijn linkerpols een gouden horloge en om zijn rechterpols een gouden armband.

Zijn zaakwaarnemer, Wim Bohnen, zei op een toon die geen enkele tegenspraak duldde: ,,De vragen moeten beperkt worden tot het onderwerp, namelijk het concept dat we gaan ontwerpen. Als we dat allemaal doen, wordt het de meest fijne persconferentie.''

De boulevardpers toonde zich niet geschokt. Er mochten veel plaatjes van `André' worden geschoten, en dat was al mooi. Hazes kon ongestoord vertellen hoe hij op een nacht zijn vrouw had wakker geschud met het idee dat hij een openluchtconcert in het stadion wilde geven. Iedereen blij: zijn vrouw, de heer Bohnen, Mojo, het Olympisch Stadion. ,,Dit is het begin van onze cultuurprogrammering'', aldus directeur Lubberding.

Nu alleen nog die 35.000 plaatsen verkocht zien te krijgen voor de grote dag van 24 augustus. ,,Daar staan ik hier voor'', zei Hazes. We stonden inmiddels rond hem op het voetbalveld van het stadion. Had hij niet slechte ervaringen met dit type concert in Spanje? ,,Nu heb ik goeie mensen om me heen'', zei de volkszanger, ,,toen waren het bandieten.''

Ik vroeg me af of het kenmerk van de ware bandiet niet is dat je hem pas achteraf herkent, maar ik begreep nog net op tijd dat deze vraag niet hoorde bij het concept dat hier was ontworpen.