Haags Hof beslecht grensconflict Ethiopië en Eritrea

Het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag doet morgenochtend uitspraak in het grensconflict tussen Ethiopië en Eritrea dat tot twee jaar oorlog heeft geleid.

Er is geen grens die twee landen zo scheidt als de grens tussen Ethiopië en Eritrea. Naar schatting 70.000 tot 100.000 soldaten hebben er hun leven voor gegeven tijdens de grensoorlog van mei 1998 tot mei 2000. Bijna twee jaar na dato is er nog steeds geen vervoer tussen de beide landen, niet over land, niet door de lucht.

Ethiopië en Eritrea hebben in december 2000 wel een vredesakkoord gesloten en de vaststelling van de grens in handen van het hof van arbitrage gelegd. Ze hebben ook beloofd dat ze zich lijdzaam neerleggen bij een uitspraak van dat hof waartegen geen beroep mogelijk is. Maar vooruitlopend op die uitspraak zijn in het grensgebied niet voor niets 4.200 VN-militairen onder leiding van de Nederlandse commandant Patrick Cammaert in verhoogde staat van paraatheid gebracht. En niet toevallig kwamen de VN en de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE) gisteren met een gezamenlijke verklaring waarin ze beide landen opriepen zo snel mogelijk na de uitspraak met de praktische uitvoering te beginnen en de oorlog voorgoed achter zich te laten.

Aan weerszijden van de grens zijn nog altijd honderdduizenden Ethiopische en Eritrese soldaten gelegerd. Het grensgebied is vergeven van de mijnen. Honderdduizenden vluchtelingen wachten nog altijd op terugkeer naar hun geboortegrond.

Zoals VN-secretaris-generaal Kofi Annan verklaarde: ,,Door afwezigheid van wederzijds vertrouwen blijft de relatie tussen de twee landen potentieel explosief. Betrekkelijke kleine incidenten kunnen makkelijk escaleren.'' Zijn speciale afgevaardigde voor Ethiopië en Eritrea, Legwaila Joseph Legwaila, sprak van ,,een flinterdunne vrede'', van ,,niet meer dan afwezigheid van oorlog''.

De voorzitter van het lokaal bestuur in de noordelijke Ethiopische provincie Tigray, Salomon Enkway, heeft al bij voorbaat laten weten dat hij verlies van nationaal grondgebied niet zal accepteren. Ook de Ethiopische oppositiepartij EDP kondigde aan dat ze zich verzet tegen een uitspraak die niet in de teruggave van de Eritrese havenstad Assab aan Ethiopië voorziet. De Ethiopische regering heeft die uitspraken verworpen als ,,spelen met vuur''.

De broederstrijd richt zich op een 1000 km lange grens door dunbevolkt gebied van minimale economische waarde. Maar die scheidslijn was alleen maar de aanleiding voor de oorlog. De verhoudingen tussen de Ethiopische premier Meles Zenawi en de Eritrese president Iasayas Afewerki die tijdens de bevrijdingsoorlog tegen de Ethiopische dictator Haile Mengistu Mariam nog zij aan zij hadden gevochten, waren door de eigenzinnige politieke en economische koers van Eritrea al danig bekoeld. Dwerg Eritrea met zijn 3,5 miljoen inwoners tartte reus Ethiopië met 65 miljoen inwoners. De oorlog was een krachtmeting van twee trotse naties, een botsing van twee grote ego`s. Hij of ik.

Eritrea begon de oorlog met een `noodzakelijke grenscorrectie' bij Badme om de omstreden positie van Zenawi verder te verzwakken. Zenawi sloeg meedogenloos terug met een offensief dat de Ethiopische troepen tot op 100 km van de Eritrese hoofdstad Asmara bracht, bedoeld om Afewerki ten val te brengen. Geen van beiden zijn in hun opzet geslaagd. Ironisch genoeg heeft de oorlog de nationale positie van beide leiders juist versterkt. Niets werkt zo verenigend als een vijand aan de andere kant van de grens.

Nationale steun voor de Ethiopische premier kan makkelijk wegvallen als Eritrea door de arbitragecommissie in het gelijk wordt gesteld, zoals door grensexperts wordt voorspeld. Ethiopië dat als militaire overwinnaar uit de strijd kwam, verliest dan alsnog het grensconflict. Met Zenawi en Afewerki aan de macht zal het in de Hoorn van Afrika nooit voluit vrede zijn.