Fundament voor vredesproces is vermorzeld

Zonder uitstel, verklaarde president Bush. Nu is nu, vulde zijn adviseuse voor nationale veiligheid aan. Beiden doelden op de door Amerika bevolen terugtrekking van het Israëlische leger uit het gebied van de Palestijnse Autoriteit. Maar de Israëlische tanks ratelen door, granaten exploderen in de vluchtelingenkampen op de westelijke oever van de Jordaan. In die kampen ligt het Palestijnse drama besloten. De bewoners zijn de vluchtelingen van de oorlog van 1948, of beter: hun nazaten. Zij zijn afkomstig uit het deel van Palestina dat in 1948 Israël werd. Zij zochten een goed heenkomen in het door de Jordaniërs veroverde deel. In de junioorlog van 1967 werden zij feitelijk door de Israëliërs ingehaald. Sindsdien zuchten de vluchtelingen onder de bezetting van een staat waarvoor zij oorspronkelijk op de loop waren gegaan.

Soelaas leek de Palestijnen in september 1993 te worden geboden met de bekrachtiging in de tuin van het Witte Huis van de zogenoemde Oslo-akkoorden. In de zomer van 1988 had koning Hoessein van Jordanië zijn aanspraken op de westelijke Jordaanoever opgegeven en alle bestuurlijke banden met de bevolking verbroken waardoor de weg werd vrijgemaakt voor iets nieuws.

De Verenigde Naties hadden in 1947 het Britse mandaatgebied Palestina verdeeld tussen twee nieuwe volkenrechtelijke entiteiten: een deel onder joodse, een deel onder Arabische soevereiniteit, Jeruzalem bleef onder internationaal toezicht. De oorlog van een jaar later doorkruiste deze blauwdruk. Israël kwam tot stand, Jordanië veroverde de rest van Palestina. Er was slechts een bestandslijn die de twee landen tot 1967 min of meer respecteerden. De Oslo-akkoorden gaven de Palestijnen voor het eerst zicht op een eigen territoir, te vestigen op de westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Gaza had tot '67 onder Egyptisch bestuur gestaan. Een te vormen Palestijnse Autoriteit onder leiding van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) zou met Israël in onderhandeling treden en geleidelijk het bestuur van de omstreden gebieden overnemen.

Gezien het VN-besluit van 1947 was het niet verwonderlijk dat de Veiligheidsraad in 1967 Israël had opgeroepen te onderhandelen over terugtrekking uit bezet gebied. Land voor vrede, werd het motto waarbij openbleef hoeveel land voor hoeveel vrede. In de Israëlische samenleving bestaat een stroming die de westelijke Jordaanoever op historische en mythische gronden beschouwt als het eigenlijke vaderland, Eretz Israël. Dat kan dus nooit meer uit handen worden gegeven. De regering en de dominerende Arbeidspartij van die dagen waren daarentegen geobsedeerd door de nationale veiligheid. Zij waren bereid tot ruil van land voor vrede mits in een regeling voor het op te geven gebied sluitende militaire garanties voor Israëls veiligheid werden opgenomen. Deze tegenstelling in de Israëlische politiek duurt voort tot de dag van vandaag.

De oktoberoorlog van 1973 had op zijn beurt bijzondere gevolgen. Die oorlog had in de aanvangsfase Israëls kwetsbaarheid bewezen, maar vervolgens, en opnieuw, zijn overmacht. Bovendien golden vanaf die oorlog feitelijke Amerikaanse garanties voor het voortbestaan van Israël. De VS wierpen zich op als bemiddelaar tussen de joodse staat en zijn Arabische buren. Voorlopig sluitstuk was de Israelische terugtrekking uit de Sinaï en het aanknopen van diplomatieke betrekkingen met Egypte en Jordanië. Maar een regeling voor de westelijke Jordaanoever liet op zich wachten. Joodse kolonisten begonnen zich te vestigen temidden van de Palestijnse bevolking. De nederzettingenkwestie was geboren, een extra complicatie voor een uiteindelijke vredesregeling.

Van oktober 1973 af was de Amerikaanse rol meer die van een betrokken regisseur dan van een neutrale bemiddelaar. Had president Johnson in 1967 nog van een afstand toegekeken hoe een geïsoleerd geraakt Israël een preventief offensief begon, in 1973 riskeerden de Amerikanen een rechtstreekse confrontatie met de Sovjet-Unie toen het Kremlin met een militaire interventie dreigde om het in de Sinaï omsingelde Egyptische leger te ontzetten. Sindsdien is Israëls veiligheid meer bepaald geweest door internationale krachtsverhoudingen dan door eigen militair vermogen vergelijkbaar met de positie waarin west-Europa vanaf 1949 verkeert. Maar het duurde tot 1993 en tot na de demonstratie van Amerikaanse suprematie in de Golfoorlog alvorens de ingrijpende veranderingen in Israëls strategische positie tot beweging leidden in de impasse op de westelijke Jordaanoever.

Tegen deze achtergrond speelt de tragedie van de afgelopen maanden. In plaats van verzoening heerst haat tussen beide volken, in plaats van een vergelijk zijn er de zelfmoordaanslagen en is er de hardhandige herovering van Palestijns gebied door het Israëlische leger. Aan weerskanten vallen tientallen doden en honderden gewonden. Israeliërs die het liefst de Palestijnen naar de oostelijke oever van de Jordaan zouden verjagen en hun plaats innemen vinden hun tegenpool in Palestijnen die nog altijd de joden de zee in willen drijven. Die groepen zijn er altijd geweest en zij hebben ieder hun best gedaan elk vredesinitiatief in de kiem te smoren. Het drama van nu is dat extremisten geen extremen maar het diepste instinct van hun beider volken vertolken.

De Amerikaanse bemiddelingsmachine draait eindelijk op volle toeren. Minister Powell spreekt met premier Sharon en met voorzitter Yasser Arafat. Powell is geen neutrale bemiddelaar volgens het handboek van de `peace keepers'. Hij en zijn opdrachtgever hebben de afgelopen dagen en weken beurtelings Sharon en Arafat gekapitteld. Sinds president Clinton in de zomer van 2000 Arafat de hoofdverantwoordelijke noemde voor het mislukken van het overleg in Camp David hebben de Amerikanen hun ogenschijnlijke onpartijdigheid opgegeven. De afstandelijkheid tot voor kort van president Bush kon Sharon dan ook eenvoudig uitleggen als een vrijbrief voor zijn gewelddadig optreden tegen de bevolking van de Westbank en de Gazastrook.

De vredescenario's liggen klaar, dat is het probleem niet. Het Tenetplan voorziet in een scenario voor het herstel van de veiligheid van Israeliërs en van Palestijnen. Het Mitchetplan wijst in de richting van een weer opnemen van het vredesproces. Maar het fundament voor dat proces is vermorzeld, het vertrouwen van de bevolking dat haar leiders de weg weten te vinden naar een leefbare toekomst voor Israeliërs en voor Palestijnen beiden. Totdusver zijn die leiders jammerlijk mislukt, als vrede tenminste hun rechtschapen doel was. Dat uit te vinden is nu de eerste taak van de hoge Amerikaanse bemiddelaar. Meer dan om het uitdelen van rapportcijfers zou het Powell en Bush daarom moeten gaan. Is er nog enige oprechtheid aan de oevers van de Jordaan?

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.