Fictie in het nauw

De televisieserie `De Enclave' gaat over de val van Srebrenica en haalt een kwestie dichtbij die mensen liever willen vergeten.

Er is geen wet of regel, geschreven of ongeschreven, die iets zegt over de minimale tijdsspanne tussen een historische gebeurtenis en de dramatisering daarvan. Tussen de val van Troje en Homerus' Ilias bijvoorbeeld, zaten vijfhonderd jaar. Bij Shakespeare's toneelstukken over de Rozenoorlogen was die `incubatietijd' tweehonderd jaar. De inwoners van Sarajevo kregen de eerste speelfilmcrews in hun straten zodra de nieuwsploegen waren vertrokken.

Tussen de val van Srebrenica in juli 1995 en de driedelige tv-serie De Enclave, geschreven door Alma Popeyus en Hein Schütz (Quidam, Quidam) en geregisseerd door Willem van de Sande Bakhuyzen (Oud Geld, Familie) zit zeven jaar. De directie van de VARA vond dat aanvankelijk zelfs te lang, zegt de initiatiefnemer van de serie, VARA-eindredacteur Robert Kievit. ,,Toen ik eind '96 kwam met dit plan, was Srebrenica net weer uit het nieuws verdwenen. Ze waren bang dat het onderwerp niet meer zou leven bij het publiek, tegen de tijd dat we het zouden kunnen uitzenden.''

Het liep anders. Nu De Enclave wordt uitgezonden, lijkt de val van Srebrenica bijna actueler dan zeven jaar geleden. Doordat het NIOD-rapport over de val van de enclave uiteindelijk pas afgelopen woensdag is verschenen, kan de televisiekijker komende zondagen heen en weer zappen tussen de zoveelste feitelijke reconstructie op het ene en de fictie van De Enclave op het andere net. Daarna zal de aandacht verschuiven naar het volgende nieuwsitem – de verkiezingen. Ook daarvoor ligt trouwens al een dramaserie klaar: Mevrouw de minister.

De Enclave gaat over weten en afsluiten en de samenhang tussen die twee. En over het verschil tussen kennisnemen van en voelen, tussen formele en emotionele betrokkenheid. In deel een zien we de Bosnische tolk Ibro Hadzic veelvuldig voor het raam staan van zijn Haagse flat, kijkend naar de ramen van de flats aan de overkant waarachter het dagelijks leven zijn loop heeft. Een man wandelt rond met een huilende baby, twee oude mensen omhelzen elkaar, een vrouw hangt de was op. Het is voorjaar 2003, acht jaar na de val van de enclave.

Op het oog lijkt het of Hadzic, bijzonder aangrijpend gespeeld door Ramsey Nasr, ook zo'n alledaags leven leidt – getrouwd met een vrouwelijke Dutchbatter, werkend als tolk voor het Joegoslavië-tribunaal en genietend van zijn pasgeboren dochtertje. Maar Ibro's leven werd stilgezet op 13 juli 1995, toen Dutchbat weigerde zijn familie een `gele plaat' te geven, een vrijgeleide uit de enclave. Ibro zelf had wel zo'n pas – hij werkte als tolk voor Dutchbat. Zijn ouders, drie broers en twee zusjes heeft hij na die dag nooit meer gezien. Hij kan niet verder zolang hij niet weet wat er met hen gebeurd is. ,,Met zeven paar schoenen zou ik kunnen leven'', zegt hij op een avond, kijkend naar die flats aan de overkant.

Mededogen

De Enclave zal als het goed is bijdragen aan het mededogen met de voormalige inwoners van Srebrenica, hopen de makers. Want soms lijkt het erop alsof de grootste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog in Nederland wordt teruggebracht tot ijverig napluizen van wat overste Karremans, minister Voorhoeve en generaal Couzy allemaal wel en niet gezegd en gedaan hebben in die julidagen van 1995. Willem van de Sande Bakhuyzen: ,,De geschiedenis van Srebrenica gaat niet over uitspraken en toezeggingen. Hij gaat over ruim zevenduizend families die allemaal een even complex verhaal hebben als de hoofdpersonen in de serie. Doordat het verhaal van deze personages je raakt, krijgt het drama van Srebrenica hopelijk een gezicht.''

Het is juist goed, zegt eindredacteur Kievit, dat De Enclave wordt uitgezonden nu de geschiedenis nog, of weer, zo vers is. ,,Juist met drama kun je doen wat in het Journaal of in een documentaire nooit kan: zwarte gaten opvullen, speculeren over momenten waar geen beelden van bestaan, mensen dingen laten zeggen die ze in werkelijkheid niet willen of kunnen zeggen. Bovendien is drama bij uitstek het middel om een kwestie dichtbij te brengen die mensen liever verre van zich houden. Dat kan met personages met wie je als kijker meeleeft.''

Toch kan bij zo'n recente geschiedenis de fictie de werkelijkheid af en toe gevaarlijk dicht naderen. Ramsey Nasr ervoer dat op de dag dat hij ja had gezegd tegen zijn rol in De Enclave. Op die dag zag hij de documentaire A cry from the grave van Leslie Woodhead op video. Daarin komt uitvoerig de tolk Hasan Nuhanovic aan het woord, die in Srebrenica voor Dutchbat werkte en wiens broer en ouders evenmin een vrijgeleide kregen. Zeven jaar na dato wordt Nuhanovic' leven beheerst door de zoektocht naar informatie over zijn vermoorde familie, bleek uit een reportage over hem die de VPRO afgelopen zondag uitzond. Zijn lot lijkt daarmee model te hebben gestaan voor dat van Hadzic – zo ging Joris Voorhoeve wel in op brieven van Nuhanovic, maar `kon hij hem niet helpen' en diens opvolger De Grave wilde hem niet ontvangen. Net zo moet Ibro Hadzic zijn toevlucht zoeken tot hinderlaagmethodes om contact te krijgen met de fictieve Defensieminister `Terhoef'.

,,Toen ik Nuhanovic in die documentaire zag, voelde ik me echt heel slecht'', zegt Nasr. ,,In de ogen van mensen die het hebben meegemaakt, lijkt het vast belachelijk dat wij fictie maken van hun werkelijkheid. Toch hoop ik dat ze begrijpen dat we niet hun verhaal, maar iets universeels hebben willen laten zien; mensen kunnen niet verder zolang ze niet weten wat er met hun dode geliefden is gebeurd.''

,,De basisgegevens stemmen overeen, dat is waar'', zegt scenarist Hein Schütz. ,,Maar Ibro Hadzic is een fictief personage, en Hasan Nuhanovic heeft niet model voor hem gestaan. Dat we een tolk als hoofdfiguur hebben genomen, heeft minder met Nuhanovic te maken dan met de voorschriften van het Stimuleringsfonds voor Culturele Omroepprodukties; dat eist dat in Nederlandse dramaseries vijfenzestig procent van het gesproken woord Nederlands is. Het moest dus aannemelijk zijn dat de hoofdpersoon Nederlands sprak. Bovendien wilden we per se de link maken met het Joegoslavië-tribunaal, en daarmee met de nasleep van de gebeurtenissen van toen.''

,,De overeenkomst ligt ons nu toch wat zwaar op de maag'', zegt Alma Popeyus. ,,Het is je grootste angst – gezien worden als een aasgier van de geschiedenis.''

Op de set in Kroatië drong de realiteit de fictie soms pijnlijk in het nauw. ,,Het moeilijkst waren zonder meer wat ik `de bussendagen' noem, zegt Willem van de Sande Bakhuyzen. ,,De dagen dat we het afvoeren van de vrouwen en kinderen naar de bussen draaiden, terwijl de mannen uit de rijen werden geplukt. Ik herinner me een roodwit lint dat op de set was gespannen; aan de ene kant zaten de figuranten te wachten, aan de andere kant een paar Nederlandse acteurs. Opeens voelde dat helemaal verkeerd. Ik was blij dat Ramsey toen naar de andere kant ging.''

,,In Kroatië waren feit en fictie voor mij niet meer te scheiden'', zegt Ramsey Nasr. ,,Het duizelde me af en toe. Bosniërs en Kroaten die hun eigen oorlog naspelen omdat ze de zestig D-Mark voor een dag figuratie goed kunnen gebruiken – de armoede in die regio is echt enorm. En als dat de werkelijkheid is, hoe kan ik daar als acteur dan iets tegenover stellen?''

Verbittering

Voor de Palestijns-Nederlandse Nasr was de werkelijkheid de reden de rol van Ibro Hadzic te willen spelen. ,,Het leven in twee werelden, die verscheurdheid en verbittering zijn voor mij de insteek van deze rol geweest. Ik heb godzijdank geen oorlog aan den lijve ondervonden, maar oorlog is voor mij wel dichtbij. Ik ben ook bang voor de levens van mijn vrienden en familie, loop net als Ibro Hadzic lijsten namen na op internet.''

`Psychologisch drama tegen een historische achtergrond', noemt de VARA de serie. Bij een recente en beladen `historische achtergrond' als deze is extra zorgvuldigheid een voorwaarde, benadrukken de makers. Van de Sande Bakhuyzen: ,,Je moet een onderwerp als dit met veel respect aanpakken. Tegelijkertijd moet je ook kunnen werken. Dat betekent dat je ergens ook moet ophouden met nadenken – anders doe je niets meer. Op de set hield ik mezelf voor ogen: `Ik doe een heel klein hoekje van een heel groot verhaal, en dat wil ik zo goed mogelijk doen.' Voor mij betekent dat: zo zuiver mogelijk en met het vermijden van ieder effectbejag.''

Praktisch gesproken betekent dat dat er genoeg geld moet zijn om het goed te doen. De Enclave kostte rond de drie miljoen gulden. Van de Sande Bakhuyzen: ,,Anders moet je het laten. Het mag er niet uitzien alsof het op een koopje gedaan is.''

Met recente geschiedenis kun je je geen enkele fout veroorloven, zeggen Alma Popeyus en Hein Schütz, terwijl die geschiedenis nu juist de neiging heeft om voortdurend te veranderen. Ze baseerden hun scenario op krantenartikelen, de documentaire A cry from the Grave, boeken als Het zwartste scenario van de journalisten Frank Westerman en Bart Rijs en Endgame van de Amerikaan David Rohde. Bosnische en Servische deskundigen lazen het na. De scenaristen kozen er bewust voor niet met betrokkenen te spreken, om wat hun personages betreft zoveel mogelijk de vrije hand te houden.

Alma Popeyus: ,,Alles wat verwijst naar bestaande gebeurtenissen moet kloppen. Over wat nog niet bekend is kunnen we speculeren, wij kunnen verder gaan waar kranten moeten stoppen. Soms kregen we achteraf gelijk. Dat Tribunaal-getuigen gechanteerd worden door de Servische maffia, bijvoorbeeld, was een vermoeden dat wij in ons scenario hadden uitgewerkt. Pas daarna verschenen de eerste uitgebreide berichten in de kranten. Wij laten in de serie ook een verdwenen videotape opduiken. Ik ben benieuwd wat de werkelijkheid op dit vlak nog in petto heeft.'' Hein Schütz: ,,Wat je ziet is gebeurd, had kunnen gebeuren, of zou heel goed kunnen gebeuren.''

,,Na een voorvertoning in Rotterdam'', vertelt Ramsey Nasr, ,,zei een vriend tegen me dat eigenlijk zou moeten gebeuren wat in de serie plaatsvindt: een gijzeling in het Joegoslavië-tribunaal. Dat zou de Nederlandse aandacht voor de situatie in Bosnië onmiddellijk vergroten.''

Als Ibro Hadzic in het Tribunaal moet toezien hoe een Servische verdachte wordt vrijgesproken die hij herkent als een van de moordenaars van zijn broer en vader, breekt er iets in hem. Hij gijzelt deze Darko Bokan in het Tribunaal. In aflevering twee is Ibro zo van slachtoffer dader geworden, en blijkt Bokan – minstens zo briljant gespeeld door Frank Lammers – een beul geweest te zijn tegen wil en dank, een niet zo handige ritselaar die door zijn maten verdacht werd van desertie. Hij had geen keus, zegt hij. Ibro ruilt daarop zijn gevangene uit tegen George Terhoef (Johan Leysen), die minister van Defensie was tijdens de val van de enclave.

Aflevering drie speelt vier jaar later. Diezelfde Terhoef blijkt inmiddels leider te zijn van een EU-delegatie die helpt bij de opbouw van de Balkan. Terug in Srebrenica komt hij Ibro Hadzic tegen, die daar als bouwvakker werkt en nog altijd naar zijn familie zoekt. Terhoef wordt ter verantwoording geroepen, en legt op zijn beurt de verantwoordelijkheid elders – hij moest immers beslissen binnen de marges van de VN. Dan wordt Terhoefs dochter ontvoerd en staat ook zijn leven stil. Pas nu, begrijpt Terhoef, is er sprake van werkelijke lotsverbondenheid tussen een inwoner van Srebrenica en een van Den Haag.

Aanvankelijk steunt het verhaal van De Enclave stevig op bekende Journaal-beelden en de geloofwaardige alledaagse praktijk van het Tribunaal. Maar na het eerste half uur worden de omstandigheden in hoog tempo theoretischer, om zo de emotionele dilemma's op scherp te stellen. In deel een en twee zijn de makers er bewonderenswaardig goed in geslaagd de geschiedenis in de vorm van achtereenvolgens een rechtbank- en een gijzelingsdrama te gieten, zonder al te veel afbreuk te doen aan complexiteit, geloofwaardigheid of personages. Pas in aflevering drie is de historie te sterk tot sjablonen gecondenseerd en gaat het wringen. Niet alleen bemoeit Terhoef zich twaalf jaar na de val van de enclave uit naam van de EU met de bouw van vakantiehuisjes bij Srebrenica – beton erover, begrijpt de kijker –, hij slaapt ook in het hotel waar Karremans met Mladic champagne dronk. Prompt krijgt Terhoef een glas aangeboden, en hij neemt het nog aan ook.

Bekroning

,,Zo ongeloofwaardig is dat allemaal niet'', zegt Alma Popeyus. ,,In het buitenland is het heel gebruikelijk dat iemand na een omstreden politieke carrière bij wijze van `bekroning' in het Europarlement wordt geparkeerd. En dat van die vakantiehuisjes is echt niet onmogelijk. Toerisme is de snelste manier om een land er weer bovenop te krijgen.''

,,In aflevering drie moet je echt bereid zijn mee te gaan met de situatie'', zegt Willem van de Sande Bakhuyzen. ,,Maar de emotionele lijn klopt, en die is helemaal niet ongeloofwaardig. Voor mij is de weg die Terhoef aflegt juist heel mooi. Wij beschouwen hem als een integere, maar rationele man, die langzamerhand toch gedwongen wordt zijn abstracte standpunten te verlaten omdat hij nu pas echt betrokken raakt.''

In de uiteindelijke confrontatie tussen Terhoef en Ibro Hadzic doen die bezwaren niet meer zo ter zake, onder meer door het indrukwekkende spel van Leysen en Nasr. In die scène valt ook de zin die als moraal van De Enclave zou kunnen gelden, al bezweren de makers om strijd dat ze geen politiek `daar-ligt-de-schuld-ding' hebben willen maken, alleen de afwegingen van de personages willen tonen.

Aan het slot vraagt Ibro Hadzic de minister nog eenmaal waarom zijn familie geen pasje kreeg, ,,en de keukenhulpen niet, de werksters, de elektriciens, de hoeren, de vuilnismannen – mensen die al die tijd voor jullie gedraafd hadden.'' ,,Er blijft toch altijd wel een millimeter over om flink te zijn?''

,,Dat is een menselijke moraal'', zegt eindredacteur Robert Kievit. ,,Geen politieke.''

`De Enclave' wordt op zondag 14, 21 en 28 april uitgezonden op Nederland 3 tussen 22.10 en 23.05 uur.