Een pistooltje in een mouw

De quilt hangt uit het zolderraam: het is tijd om te vluchten. Slaaf Samuel is op weg naar de koffievelden als hij de lappendeken ziet, met het `vallende blokken'-motief. Vierkante lapjes zijn zo aan elkaar genaaid dat er driedimensionale blokken omlaag lijken te rollen. Een prachtig motief, maar de zwarte naaister heeft op een aantal plaatsen rare lintjes en slordig uitziende plukjes op de deken aangebracht. `Precies het soort stompzinnigheden die nikkers uithalen,' oordeelt de blanke, in Vlucht naar het Noorden van Gerben Graddesz. Hellinga. Samuel daarentegen leest de lappendeken als een boek: vijf plukjes wol betekent `over vijf dagen', het blauwe lintje is de rivier, het zwarte vierkantje ernaast een boot. Samuel waagt het erop, hij neemt de benen, al is zijn rug onlangs aan repen geranseld.

Gerben Graddesz. Hellinga, een neef van de toneel- en thrillerschrijver, schrijft gestaag voort aan wat een reeks van twaalf boeken moet worden over de geschiedenis van de Verenigde Staten tussen 1812 en 1890. Vlucht naar het Noorden, het vijfde deel, is onlangs verschenen. In eerdere boeken ging het over beverpelsjagers, Indianen, Ierse immigranten en de Chinese onderwereld van San Fransisco. Dit keer gaat het over de verschrikkingen van de slavernij, over nietsontziende plantageopzichters, over Quakers en de `Ondoorgrondse Spoorweg', een netwerk van blanken die slaven hielpen ontkomen naar Canada. Vlucht naar het Noorden is, net als de vier eerder verschenen boeken, een goedgeslaagde, spannende avonturenroman voor kinderen vanaf een jaar of elf. Arendsoog verbleekt erbij.

Het is veel, wat Hellinga te vertellen heeft. Hij kiest daarom steevast een wisselend vertelperspectief. In Vlucht naar het Noorden wordt het verhaal bezien vanuit Samuel die van een `fokplantage' in Kentucky komt, vanuit Quakerszoon Nathan die in een dorp in Ohio woont en vanuit Laura, een dame die zich in de hoogste kringen van New York ophoudt. Laura komt uit Californië en is, zoals beschreven in een van Hellinga's eerdere boeken (Goudkoorts, 2001) de dochter van een beroepsgokker op een Mississippi-boot. Hellinga strooit allerlei weetjes door zijn hoofdstukken, zonder dat de handeling erdoor wordt opgehouden. Integendeel: de schrijver weet zijn kennis zo te doseren, dat zijn boeken er levendig van worden. Zijn personages krijgen er kleur door.

Hellinga schrijft een moderne variant op het klassieke `jongensboek.' Echte helden zijn de personages niet. Er is niet een iemand verantwoordelijk voor het goede einde. Aanvankelijk lijkt Laura in dit laatste boek wel alle eigenschappen van de onverschrokken heldin te hebben. Zonder aarzelen vermoordt ze piraten of neemt ze een vermomming aan om iets aan de weet te komen. Ze draagt een klein pistooltje in de mouw van haar wufte jurk. Naast doortastend is ze ook nog een verlichte geest, die weet dat het niet gaat om huidskleur, om religie of om afkomst. Maar uiteindelijk blijkt ook de kennis en het iniatief van de anderen, vooral van de aanvankelijk zo oenig overkomende Quakerszoon Nathan, onontbeerlijk. De personages helpen elkaar het verhaal door. Soms is het wel erg toevallig hoe ze elkaar steeds op het juiste moment tegen het lijf lopen, maar het kan steeds net.

Hellinga spaart zijn lezers niet: `Hij [Samuel] keek omhoog naar het stompje waar Mozes' linkeroor gezeten had en naar de littekens op zijn rug. En naar zijn linker grote teen waarvan de nagel was uitgetrokken. Meesters hadden zo hun methoden om duidelijk te maken dat ze het niet prettig vonden als een slaaf ontvluchtte.' De stijl is vooral adequaat te noemen en een beetje oubollig en plechtstatig, maar dat past dit genre. Hij schuwt geen cliché, harten kloppen veelvuldig in kelen, er wordt wat af genipt, aan gloeiende mokken koffie, en slechterikken hebben nogal eens een `onguur uiterlijk'. Met baardstoppels.

Gerben Graddesz. Hellinga: Vlucht naar het Noorden. Piramide. Vanaf 11 jaar. 240 blz. €13,50