Een koning op afstand

In Wallonië bestaat een groep die ervoor pleit België te laten voor wat het is en aan te sluiten bij Frankrijk. Rattachisten noemen ze zich. Een Vlaamse tegenhanger ervan bestaat niet. Organiseer vandaag in Vlaanderen een opiniepeiling waarin je de volstrekt hypothetische keuze laat tussen staat vormen met de Walen of met de Nederlanders, en het resultaat zal een ondubbelzinnige meerderheid onthullen vóór het behoud van de huidige situatie. De oorzaken van de gebrekkige kansen op de hereniging van Noord en Zuid – zoals de mislukking van Verenigd Koninkrijk der Nederlanden uit 1815 – moeten we zoeken in het begin van de zeventiende eeuw.

Dat toont historicus René Vermeir aan in In staat van oorlog. In 1621 werden na het Twaalfjarig Bestand de vijandelijkheden tussen Spanjaarden en Nederlanders hervat. De Republiek behaalde onder prins Frederik Hendrik belangrijke successen. Maar hun taalgenoten in het zuiden waren daarover allesbehalve enthousiast. Als zij al ontevreden waren over het Spaanse bestuur, dan was het over zijn onbekwaamheid om het hoofd te bieden aan de legers van de Republiek. Vermeir heeft de laatste fase van de Tachtigjarige Oorlog onderzocht. Hij heeft dit gedaan, en dat is uniek voor een Nederlandstalig werk, vanuit een Spaans standpunt. Die werkwijze laat ons beter dan ooit begrijpen waarom de Zeven Provinciën, hoe oorlogsmoe de bevolking er ook was, de Spanjaarden konden verslaan.

De schrijver presenteert Spanje als een rijk dat territoriaal boven zijn stand leefde, maar dat nog niet besefte. Het Spaanse Rijk bestond uit een inefficiënte hoop wereldwijd verspreide snippers. De Latijns-Amerikaanse bronnen van rijkdom leken uit te drogen. En er was een nijpend gebrek aan politiek en militair talent. Grootscheepse plannen verhulden de wanhoop met een vlucht vooruit en verzandden in amateurisme. In staat van oorlog is bovendien een boek over besturen op afstand. Voor Madrid stond de oorlog in de Nederlanden niet op zichzelf. Sinds 1618 was het verwikkeld in een meerfrontenoorlog met Frankrijk als voornaamste vijand. Koning Filips IV en zijn vertrouweling, de graaf-hertog van Olivares, wilden op drie weken afstand de touwtjes zelf in handen houden. Allerhande geheime instructies en snel opeenvolgende ontslagen verraadden een krenterige achterdocht ten aanzien van de landvoogden en de plaatselijke adel. Hun grotere realiteitszin, hun diplomatieke inspanningen werden daardoor niet afdoende benut.

Verbazend bij dit alles was dan ook de onveranderde loyaliteit van de Zuidelijke Nederlanden. Elk jaar werden de verzoeken van de koning voor bijdragen aan de oorlogsvoering zonder protest door de Provinciale Staten goedgekeurd. Zo goed had de contrareformatie in het zuiden haar werk gedaan. In een tijd van enkele decennia had de afkeer van de ketter zich diep genesteld in het hart van de bange Vlaamse man. Bisschoppen bezochten zelf de parochies om hun boodschap te brengen en dat maakte indruk. En, wat de Vlamingen nog lang parten zou spelen, die verkondiging werd `doordesemd van de gedachte van gehoorzaamheid aan de geestelijke én de wereldlijke oversten'.

Behalve een tekort aan geschiedkundige kaarten vertoont het werk van Vermeir geen gebreken. Het mist vaart, maar dat is natuurlijk een kenmerk van het gedegen werk van een bescheiden historicus, en dat is Vermeir.

René Vermeir: In staat van oorlog. Filips IV en de zuidelijke Nederlanden, 1629 - 1648. Shaker Publishing, 341 blz. €32,47