Duitse kritiek op Israël ongewoon

Duitsland gold, door zijn belaste verleden, als een trouwe bondgenoot van Israël. Maar politici van links en rechts veroordelen het Israëlische offensief.

Geconfronteerd met de aanhoudende belegering van Palestijnse steden nemen steeds meer Duitse politici – van links én rechts – afstand van het beleid van de Israëlische premier Ariel Sharon. Israël klaagt dat Duitse wapenleveranties vertraagd worden. Bondskanselier Schröder filosofeert intussen hardop over de deelname van Duitse soldaten aan een eventuele VN-missie in het Midden-Oosten.

Breekt Duitsland met de jarenlange traditie van onvoorwaardelijke steun aan Israël?

,,In Duitsland bespeur ik opluchting dat men ons eindelijk zeggen mag wat men ons altijd al zeggen wilde'', vatte de Israëlische ambassadeur in Duitsland, Shimon Stein, de gewijzigde houding jegens zijn land onlangs samen. Volgens Stein past de recente golf van Duitse kritiek in het groeiende zelfbewustzijn van een land dat zich niet langer door zijn eigen verleden wil laten gijzelen.

Duitsland, belast door de erfenis van de holocaust, staat te boek als de trouwste bondgenoot van Israël binnen Europa. Kritiek op Israël was jarenlang het exclusieve domein van links, conservatieve politici kozen doorgaans de zijde van Israël. Die rolverdeling is in de afgelopen dagen op de helling gegaan. Politici van links en rechts veroordelen het Israëlische offensief in ongekend felle bewoordingen. Duitsland pakt Israël niet langer met fluwelen handschoenen aan, concludeerde de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

De meest uitgesproken kritiek komt van Heidemarie Wieczorek-Zeul, minister van Ontwikkelingssamenwerking. ,,Wie gelooft met militaire bezettingen het terrorisme van de Palestijnen te beëindigen zal geen vrede bewerkstelligen. Hij zal eerder de hele regio aan de rand van oorlog brengen'', zei de SPD-politica in Der Spiegel.

Maar ook de christen-democraten hebben felle kritiek. Norbert Blüm (CDU), minister van Arbeid onder Kohl, veroordeelde het Israëlische offensief vorige week in een open brief aan ambassadeur Stein als een ,,ongeremde vernietigingsoorlog''. Karl Lamers, buitenlandwoordvoerder van de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag, stelde dat Europa ook bereid moet zijn om desnoods met sancties op het geweld in het Midden-Oosten te reageren. De liberaal Jürgen Möllemann toonde opmerkelijk veel begrip voor geweld van Palestijnse zijde. ,,Ik zou me ook verdedigen, en wel met geweld. Niet alleen in eigen land, maar ook in het land van de agressor.'' Bijna driekwart van de Duitse bevolking, zo bleek uit een recente opiniepeiling, veroordeelt het optreden van Israël.

De kritiek op Israël is overigens niet unaniem. Otto Schily, minister van Binnenlandse Zaken (SPD), zei deze week op een pro-Israël demonstratie in Frankfurt dat de kwestie niet geholpen is met eenzijdige veroordelingen. Edmund Stoiber, kanselierskandidaat van de christen-democraten, koos onverbloemd de zijde van Israël. Tegenover Amerikaanse journalisten verklaarde hij dat de soevereiniteit van Israël en het recht op leven zonder terreur onbetwist zijn. ,,In tegenstelling tot anderen verwarren wij oorzaak en gevolg niet.''

De regering blijft wel tegenstander van sancties tegen Israël. Vermoedelijk zal Duitsland zich volgende week keren tegen de wens van het Europees Parlement in die richting. Hoewel er van formele politieke druk in de vorm van economische sancties of een wapenembargo geen sprake is, heeft het Israëlische ministerie van Defensie wel in Berlijn gevraagd waarom het afgeven van exportvergunningen voor wapens en wapenonderdelen opeens zo lang duurt.

De Duitse regering zoekt intussen mee naar oplossingen voor het conflict. Minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer, die het vertrouwen van Israëliërs en Palestijnen geniet, presenteerde deze week een aantal ,,ideeën'', waaronder de inzet van VN-troepen om te strijdende partijen te scheiden. Bondskanselier Schröder opperde daarop zelfs voorzichtig dat hij zich kon voorstellen dat ook Duitse soldaten aan een dergelijke missie deelnemen. Die suggestie werd door conservatieve politici als voorbarig en onrealistisch van de hand gewezen. Paul Spiegel, voorzitter van de Centrale Joodse Raad in Duitsland zei in een vandaag gepubliceerd vraaggesprek: ,,Zolang er nog overlevenden van de holocaust zijn, kan ik me niet voorstellen dat Duitse soldaten met een dergelijke opdracht Israëlische bodem betreden.'' Zo `normaal' zijn de verhoudingen tussen beide landen nog niet, oordeelde Spiegel.