`De wrede economie van de krant'

Iedere abonnee een eigen printer thuis, dat zou mooi zijn voor de uitgevers van kranten. Maar dat is toekomstmuziek. Voorlopig hebben krantenbedrijven te maken met stijgende kosten voor distributie in een krimpende markt.

In hotel Krasnapolsky in Amsterdam staat bij de ingang van het business centre een metallic gekleurd apparaat met een beeldscherm. In 4 steps your hometown newspaper, flikkert als tekst op het scherm.

Door virtuele knoppen op het beeldscherm aan te raken wordt de krantenlezer langs een wereldkaart geleid met keuzes voor de continenten, vervolgens landen en dan een krant naar keuze. Even afrekenen met een creditcard en nog geen minuut later ligt er op tabloidformaat een in zwart-wit, aan beide zijden geprinte krant. The San Francisco Chronicle van die dag voor 4,32 dollar.

Een experiment? Niet in de optiek van het Nederlandse bedrijf Pepc, de ontwikkelaar van het met satellieten werkende systeem. Op dit moment staan op 50 locaties wereldwijd de apparaten uitgestald op vliegvelden, in hotels en op cruiseschepen. De Telegraaf en het Nederlands Dagblad zijn tot dusver de enige twee Nederlandse kranten die op deze manier zijn te lezen.

Pepc bedient een nichemarkt. Voor de massa – in Nederland glijden per dag 4,3 miljoen kranten door de bus – is het systeem niet geschikt. Maar de technologie doet de ogen van uitgevers glimmen over de enorme kostenbesparingen die het systeem op termijn kunnen bieden. Het vervoeren en bezorgen van kranten in Nederland is de op één na hoogste kostenpost (redactie is het duurst), kosten die verdwijnen als abonnees een digitale krantenprinter thuis zouden hebben staan. Maar, weten uitgevers, voorlopig zijn dat soort scenario's verscholen achter de horizon.

Op dit moment eisen de kosten van het productieapparaat alle aandacht op. De afgelopen tien jaar zijn die over bijna de gehele linie gestegen. Ondertussen staan de inkomsten onder druk. De abonneegelden zijn, ondanks de oplagedaling, min of meer gelijk gebleven door verhoging van de abonnementsprijzen.

En de advertentietarieven zijn de afgelopen jaren nauwelijks gestegen door het dalende bereik van de krant. ,,Het is de wrede economie van de krant'', zoals Telegraaf-bestuurder F. Arp het onlangs uitdrukte. Efficiency, schaalvergroting en bezuinigingen zijn dan ook de onderwerpen terdie de dagbladbedrijven momenteel meer dan ooit bezighouden. Wegener, de grootste uitgever van regionale kranten, voegt aan de lopende band titels samen om de kosten te drukken. PCM Uitgevers (onder meer de Volkskrant en NRC Handelsblad) bezuinigt op zaken als papier en redactie. En de Telegraaf voert overtollig personeel af.

De snelst klimmende kostenpost is de distributie. Krantenbezorgers zijn er al jaren nauwelijks meer te vinden, alle campagnes om het imago op te vijzelen ten spijt. Jongeren werken liever bij een supermarkt, waar de werktijden aantrekkelijker zijn, je van onguur weer geen last hebt en waar je nog eens kunt lachen met collega's. Hoewel de betaling flink is opgeschroefd, en boven die van supermarkten ligt, blijft het onaantrekkelijk werk en is een tekort aan bezorgers ontstaan.

Die ontwikkeling noopt de bedrijfstak tot samenwerking. Een maand geleden hebben de grote krantenuitgevers gezamenlijk een bedrijf opgericht voor dagbladdistributie. Het gaat voorlopig om een experiment dat in september begint in de regio Utrecht en Amersfoort. Bezorgers hebben dan in hun tas niet één krant maar bijvoorbeeld vier: de Volkskrant, Trouw, de Telegraaf en Algemeen Dagblad. Een jaar later, bij succes, worden daar andere regio's aan toegevoegd. De verwachting is dat het gezamenlijk verspreiden niet zozeer kosten bespaart, maar ze in ieder geval niet meer snel stijgen.

De grootste kostenpost zijn sinds jaar en dag de redacties, die meer dan een kwart van de totale kosten voor zich opeisen. Volgens de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) zijn de afgelopen twee jaar ongeveer 600 van de ruwweg 4.000 dagbladjournalisten aan de kant gezet. Vooral Wegener heeft daar volgens de NVJ aan bijgedragen door samenvoeging van kranten. Verder zijn bij de drie grote krantenconcerns vacaturestops van kracht. NVJ-secretaris L. Lemmens verwacht dat bij de huidige economische toestand het tempo van de sanering zal doorzetten.

De andere twee grote kostenposten zijn de drukkerijen en het papier. In het proces van drukken is de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Kleine drukkerijen worden gesloten en vervangen door grote waarvan de persen vrijwel onophoudelijk draaien. De kosten van papier zijn daarentegen moeilijk te voorspellen. Afgelopen jaar lagen de prijzen bijvoorbeeld extreem hoog, op dit moment bewegen ze zich op een lager niveau.

De vraag is of er nog veel ruimte is om de kosten verder te decimeren. Theoretisch zijn er nog wat mogelijkheden. Een relatief simpele ingreep is bijvoorbeeld dunner krantenpapier, waardoor de papierkosten dalen. Ingewikkelder is meer onderlinge samenwerking tussen de verschillende krantenuitgeverijen. Het experiment van gezamenlijke bezorging is uit te breiden naar gezamenlijke drukkerijen waardoor vervolgens ook gezamenlijk vervoer van de kranten naar distributiepunten mogelijk wordt. Maar drukkerijen delen gaat uitgevers vooralsnog te ver.

Tenslotte zijn ook nog de redacties te verkleinen. Het gevolg is een dunne, compacte krant zoals de International Herald Tribune, een buiten de Verenigde Staten verspreide krant met daarin stukken van The New York Times en The Washington Post. Dat betekent nauwelijks meer katernen over sport, reizen of lifestyle. En dat scheelt ook nog eens papierkosten, drukkosten en vervoerskosten. Maar, zo vrezen de redacties, de verschraling van de krant is daarmee een feit.

Dit is het laatste deel in een drieluik over de dagbladsector. Deel 1, over de krantenlezer, verscheen op zaterdag 6 april. Deel 2, over de adverteerder, verscheen op woensdag 10 april. Ze zijn te lezen op www.nrc.nl.