De wereld vergrijst in hoog tempo

Vergrijzing treft tot nu toe vooral rijke landen. Ook in ontwikkelingslanden groeit echter het aantal ouderen. Een VN-conferentie tracht het tij te keren.

Honderd jaar, veel langer houdt een menselijk lichaam het niet vol. Dat is al meer dan een eeuw zo. Maar het aantal mensen dat dit maximum haalt of bijna haalt groeit wel heel snel. Vooral het deel van de wereldbevolking dat ouder wordt dan tachtig jaar neemt snel toe – van 70 miljoen nu, tot naar schatting 350 miljoen over vijftig jaar.

Maandelijks vieren één miljoen mensen op de wereld hun zestigste verjaardag. Op dit moment zijn ruim 600 miljoen mensen ouder dan zestig jaar, maar over een halve eeuw is hun aantal gegroeid tot ongeveer 2 miljard. Daarmee overstijgt het aantal zestigplussers voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid het aantal kinderen jonger dan vijftien jaar.

Het zijn volgens demografen en sociologen zorgwekkende cijfers. In Madrid is daarom de afgelopen dagen onder de vlag van de Verenigde Naties vergaderd over een `actieplan'. Twintig jaar geleden, toen de eerste tekenen van een demografisch drama zichtbaar werden, gebeurde dat ook, in Wenen. En ook toen werd een actieplan uitgewerkt, waarvan deze week is geconcludeerd dat daar weinig van terecht is gekomen.

In Madrid is vooral gesproken over de nieuwe uitdagingen. Zoals over de aidsepidemie, die met name in Afrika de jonge generatie treft, waardoor daar het aantal ouderen relatief snel groeit. En over de vergrijzing op het platteland, waardoor in landbouwgebieden in Afrika, Azië en Latijns Amerika het aantal ouderen over een kwart eeuw zal zijn verdubbeld. Daardoor kan de landbouwproductie in gevaar komen. Wat nog eens versterkt wordt doordat onder ouderen het aantal vrouwen veel groter is dan het aantal mannen (53 mannen per 100 vrouwen). Ouderen zullen geneigd zijn minder arbeidsintensieve producten te telen en ze staan over het algemeen niet erg open voor technologische vernieuwing. Wat gaat dit betekenen voor de wereldvoedselproductie?

Tot nu toe was vergrijzing in de eerste plaats een probleem in geïndustrialiseerde landen, maar dat is al lang niet meer zo. Azië telt nu al veertien landen waar het aantal geboorten onvoldoende is om de bevolking te vervangen. Terwijl Frankrijk er meer dan een eeuw over deed (van 1865 tot 1980) om het aantal ouderen te verdubbelen, is de verwachting dat dit in China in een kwart eeuw gebeurt. Jonge Aziaten wachten steeds langer voordat ze kinderen krijgen en velen zoeken hun heil buiten het eigen land.

,,De beroepsbevolking in de grote Oost-Aziatische landen zal de komende decennia sneller verouderen dan ooit in de geschiedenis'', voorspelt Gui-Ying Cao van een Australisch instituut voor statistisch onderzoek in een vraaggesprek met de BBC. Voor een deel is dit het gevolg van de industrialisatie, net als een eeuw eerder in westerse landen. Maar Bhakta Gubhaju van de UNESCAP, een VN-organisatie voor sociaal-economische ontwikkeling in Azië, wijst erop dat de huidige industrialisatie in ontwikkelingslanden gecombineerd wordt met een grotere beschikbaarheid van (veel betere) voorbehoedsmiddelen dan destijds in Europa en de VS.

Volgens Gubhaju is zo'n ontwikkeling nauwelijks omkeerbaar. Het gaat om een individuele keuze van mensen en ,,het is heel moeilijk om hun ideeën te veranderen''. Singapore heeft het geprobeerd met gunstige financiële regelingen voor gezinnen met kinderen – zonder succes. Regeringen doen er daarom volgens Gubhaju beter aan om op de wijzigende omstandigheden voor te bereiden door bijvoorbeeld sociale zekerheid en gezondheidszorg aan te passen. Dit zal grote economische consequenties hebben, voorspelt Gubhaju, en demografische veranderingen kunnen niet eindeloos worden afgekocht.

,,We moeten ons realiseren dat de ontwikkelde landen rijk werden voordat ze oud werden, terwijl de ontwikkelingslanden oud zullen worden voordat ze rijk zijn'', aldus Gro Harlem Brundtland, directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. Toch levert de demografische ontwikkeling ook voor de geïndustrialiseerde landen steeds meer problemen op. Wat betekent het bijvoorbeeld voor de arbeidsmarkt dat er over vijftig jaar voor iedere 65-plusser nog maar vier werkenden (15- tot 64-jarigen) zijn – in de jaren vijftig waren dat er nog twaalf, nu zijn het er negen? Nu al hebben werkgevers in sommige sectoren grote moeite om vacatures op te vullen. De komst van geschoolde buitenlanders kan dit probleem voor een deel opvangen. Maar het leidt wel tot een brain drain, een uittocht van de intelligentsia, uit ontwikkelingslanden. En het geeft sociale spanningen in eigen land, zoals de Duitse regering merkte toen die verklaarde dat Duitsland eigenlijk een immigratieland is. Europeanen vrezen de komst van buitenlanders – meestal jonge mensen – en rechtspopulistische politici spelen daar handig op in.

Als gevolg van het groeiend aantal ouderen worden pensioenen onbetaalbaar. Een herziening van het stelsel is onvermijdelijk. Hetzelfde geldt voor de gezondheidszorg. Al betekent de veroudering niet vanzelfsprekend dat de zorg alleen maar duurder wordt. Ouderen hebben meer hulp nodig. Maar volgens een Schots onderzoek staat daar tegenover dat de gezondheidskosten in het laatste levensjaar – waarin de medische kosten meestal het hoogst zijn – afnemen naarmate iemand ouder is. Als iemand op zijn vijftigste sterft, kost het laatste jaar gemiddeld ruim 11.000 euro aan gezondheidszorg, een 90-jarige kost daarentegen nog geen 5.000 euro.

Kofi Annan, secretaris-generaal van de VN, wijst op het belang van ouderen voor de maatschappij. In een toelichting bij de conferentie schrijft hij: `Een Afrikaans spreekwoord zegt dat bij de dood van een oude man een bibliotheek verdwijnt'. En bij de opening van de conferentie herinnerde hij aan de Beatles-song met de tekst: `Will you still need me, will you still feed me, when I'm 64'. ,,Ik vertrouw erop dat het antwoord `ja' is'', zei Annan, die afgelopen maandag zijn 64ste verjaardag vierde.