De puinhoop die een Palestijns kamp was

Acht dagen van zware gevechten tussen Israël en Palestijnse strijders hebben het vluchtelingenkamp bij Jenin in een puinhoop veranderd.

Het verarmde vluchtelingenkamp bij Jenin ziet eruit alsof het door een zware aardbeving is getroffen. Het is het resultaat van acht dagen van zware gevechten tussen het Israëlische leger en de militante Palestijnen naar wie het leger op zoek was. De Palestijnen hadden overal explosieven verborgen waar ze dachten dat de Israëliërs konden worden verrast – deuren, open riolen, zelfs damestassen. De Israëlische militairen vochten zich langzaam door de smalle straatjes en steegjes van het kamp, bijna 14.000 inwoners op één vierkante kilometer, op weg naar de bolwerken van de Palestijnen. Huizen die hen in de weg stonden legden ze daarbij met bulldozers plat. De burgers zaten die hele helse week opgesloten in benauwde huizen, zonder water of stroom en met gestaag kleiner wordende voedselvoorraden.

De laatste Palestijnen die nog standhielden gaven zich gisterochtend vroeg over: 36 strijders die door hun kogels en voedsel heen waren. Het leger heeft nu volledige controle over het verwoeste kamp.

Israël en de Palestijnen voeren nu een woordenoorlog over wat er zich de afgelopen dagen precies in het kamp heeft afgespeeld. Er zijn 23 Israëlische militairen gedood. Het leger meldde vanochtend dat er onder de Palestijnen honderden doden en gewonden zijn gevallen. Hoeveel burgers daaronder zijn, meldde het niet. De Palestijnse minister Saeb Erekat zei gisteren berichten te hebben ontvangen dat er tijdens het offensief 500 Palestijnen zijn gedood.

Maar waar de doden nu zijn, blijft een raadsel. Palestijnen die journalisten gisteren rondleidden zeiden geruchten over massagraven te hebben gehoord, maar wisten niet waar die zich dan bevonden. Een Israëlische legerwoordvoerder sprak van ,,Palestijnse propaganda''. ,,We hebben de Palestijnse lijken niet aangeraakt, we hebben ze niet weggehaald.''

Maar de schade is wèl tastbaar. Bij voorbeeld in de buurt waar Ali Damaj woont. Tijdens de gevechten vuurden Palestijnse strijders vanaf naburige gebouwen en vanuit de steegjes op de Israëlische troepen. In Damaj's driekamer appartement schuilden vijftig mensen. Binnen werd niemand gewond. Maar links van zijn woning ploegde een bulldozer een appartementenblok binnen, dat in een reusachtige stapel gebroken beton werd veranderd. Bedden, tafels en kleren liggen begraven onder de dikke brokken beton.

Rechts van Damaj's huis heeft een bulldozer zich een weg gebaand door een steegje en daarbij de gevels van de appartementen aan beide zijden afgeschaafd. Vanaf het puin op straat is nu ongehinderd uitzicht op het interieur. Tegen achtermuren staat kasten met borden en glazen. Diploma's en klokken hangen aan onbeschadigde binnenmuren, stoffig maar verder kennelijk in orde.

De rupsbanden van tanks en pantservoertuigen hebben wat er aan plaveisel was in het kamp weggegeten. Elektriciteitspalen en telefoondraden zijn neergehaald. Een wirwar van draden ligt op straat.

In het hele kamp hebben raketten die vanuit helikopters werden afgeschoten gapende gaten in gebouwen achtergelaten. Sommige zijn door explosies en brand geblakerd, andere zitten vol kogelgaten. Door de kracht van de herhaalde explosies zijn overal ruiten versplinterd.

In het kamp is nog steeds een uitgaansverbod van kracht. Winkels zijn dicht en militairen proberen de pers buiten te houden. Bulldozers van het Israëlische leger zijn nog steeds bezig gebouwen neer te halen, temidden van zware stofwolken. Volgens een legerwoordvoerder gaat het om vermoede schuilplaatsen van Palestijnse militanten. Elders wordt de weg vrijgemaakt voor tanks en andere pantservoertuigen.