Dé bank en het geknakte paaltje

Het beste bankje van Schiebroek staat aan de Bergse Achterplas, achter de kinderboerderij, onder een boom met uitzicht op het water. Ik zit er graag, genietend van de weelderige stadsnatuur, van de heerlijke geluiden van eenden en ganzen, de diepe rust met op de achtergrond het verre brommen van de grote stad. Onderweg naar dé bank raap ik de pakjes, blikjes en zakjes op die andere recreanten achterlaten en die dump ik in de vuilnisbak, want het is er natuurlijk aangenamer zitten zonder zicht op zwerfvuil.

In de winter kwamen er auto's geparkeerd te staan voor het bankje. Er leidt alleen een voetpad naar toe, dus er mogen helemaal geen auto's rijden, laat staan parkeren, maar het rood-wit gestreepte paaltje dat ze moet tegenhouden ligt geknakt tegen de grond en de auto's staan er toch. Jeeps, fourwheeldrives, het soort auto's van mensen die permanent in vakantiehuisjes wonen. Jammer dat ze met hun gemakzuchtige geparkeer het zitten op het beste bankje van Schiebroek onmogelijk maken.

Ik besluit in actie te komen. Eerst schrijf ik naar de voorzitter van de deelgemeente of hij in zijn functie iets kan doen aan het ongeoorloofde parkeren. Hij houdt me staande als we elkaar in het park tegenkomen en vertelt me dat het helaas erg moeilijk ligt. Het probleem is al jaren bekend; als er een vast paaltje staat, maken de automobilisten het kapot, staat er een beweeglijk paaltje met een slot dan kopen ze bij de eerste de beste ijzerhandel een passend sleuteltje. Veel hoop kan hij me niet geven.

Vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen bel ik een lobbyende lijsttrekster van een partij die belooft zich in te zetten voor verbetering van de wijk. Kan zij dit nijpende probleem aanpakken? Zij vertelt me dat de foutparkeerders een chronisch probleem vormen. Bekeuringen uitdelen werkt niet, want de computer van de politie is verstopt en niemand hoeft ooit te betalen. Ze raadt me aan een handtekeningenactie te organiseren en die te presenteren bij de deelgemeentevergadering. Dat lijkt me wel veel werk.

Vervolgens bel ik de parkeerpolitie. ,,Is het betaald of onbetaald parkeren?'' is de vraag. ,,Het is helemaal niet toegestaan om daar te parkeren'', zeg ik. ,,Dan kunnen wij niets voor u doen, wij gaan alleen over het betaalde parkeren.''

Tenslotte bel ik het 0900 nummer van de politie, maar daar kom ik niet doorheen. ,,Dit nummer kost 13 eurocent per minuut... Er zijn nog een groot aantal wachtenden voor u. U wordt verzocht op een ander tijdstip terug te bellen.''

Op een mooie voorjaarsochtend komt de eigenaar van een van de auto's juist aanvaren in zijn bootje als ik langswandel. Beleefd vraag ik of hij misschien aan de andere kant van de open plek kan parkeren, zodat ik op het bankje kan zitten. ,,Waar ik mijn wagen zet, dat maak ik zelf wel uit'', roept de man. En met een grijns: ,,Ga jij maar lekker rommel opruimen.'' Ik ben kennelijk de dorpsgek. Iemand die zwerfvuil opraapt, kun je natuurlijk niet serieus nemen. De volgende ochtend staat zijn Jeep min of meer rond het bankje gewikkeld, het aanhangwagentje er half overheen getrokken en vastgeketend met een ketting.

Na deze onaangename confrontatie besluit ik zelf naar het politiebureau te gaan. Het valt me op dat ik niet eens weet waar ons wijkbureau is, maar het telefoonboek brengt uitkomst. Bij de balie moet ik mijn verhaal doen. De dienstdoende baliebeambte lijkt aanvankelijk in de weerstand te schieten als ik begin over de plek achter de kinderboerderij: ,,Ik ben niet bekend daar.'' Maar als ik een beetje levendig vertel over het heerlijke bankje dat door die luie foutparkeerders verloren gaat voor alle recreanten, leeft hij toch mee. Hij vindt het echt asociaal. Ik moet niet meer vriendelijk zijn, adviseert hij. ,,U moet de politie bellen! Vragen naar de wachtcommandant en eisen dat die auto's worden weggesleept. Gewoon doen!'' Wacht even. Ik sta hier toch in het politiebureau? ,,Kan ik dat dan niet nu meteen even vragen aan de wachtcommandant?''

Nee, dat kan niet. Ik moet echt bellen. Ik leg uit dat het nogal moeilijk is om de politie te bellen, dat je er vaak niet doorheen komt. ,,Nou dan belt u 112'', zegt de beambte uitdagend. ,,Gewoon doen!''

Ik druip af. Bel tegen beter weten in nog een keer de politie. Krijg een mevrouw van het Call Centrum aan de lijn. Met de wachtcommandant kan ze me niet doorverbinden. Ze zal melding maken van mijn klacht. Elke dag zet ik het paaltje overeind, als machteloos protest.

Dit modern-leed verhaaltje heeft echter een volkomen onverwacht slot. Sinds enkele weken staan alle auto's keurig aan de andere kant van de open plek en is het bankje vrij. Je zit er zalig. De ganzen gakken, het water flonkert, de stad bromt zachtjes in de verte. Er moeten inmiddels meer mensen bezig zijn zwerfvuil op te rapen, want het weilandje blijft praktisch schoon. En elke keer als ik ga kijken of het rood-witte paaltje opgetild moet worden, staat het al fier overeind.

PS. Deze onverwachte idylle kon natuurlijk niet lang voortduren. Het rood-witte paaltje ligt weer permanent plat.