Daimler wil hulp van Amnesty

Onder druk van kritische aandeelhouders heeft automobielfabrikant DaimlerChrysler toegezegd de mensenrechtenorganisatie Amnesty International te zullen vragen een onderzoek te verrichten naar de verdwijning van Argentijns Daimler-personeel tijdens de `vuile oorlog' in de jaren zeventig. Amnesty had vanmorgen nog geen verzoek ontvangen, aldus een woordvoerster.

Op de jaarlijkse vergadering van aandeelhouders, woensdag in Berlijn, zei topman Jürgen Schrempp van DaimlerChrysler: ,,Als Amnesty International bereid is een werkelijk neutraal onderzoek uit te voeren, zullen wij alle hulp verlenen die daarvoor nodig is''. Schrempp meent dat een eventuele rechtszaak als gevolg van dit onderzoek voor een internationaal strafhof moet worden gevoerd.

Volgens de Vereniging van Kritische Aandeelhouders bij DaimlerChrysler zijn zeker veertien medewerkers van het concern tijdens de Argentijnse dictatuur vermoord. Een manager van een Mercedes-Benzfabriek in Argentinië zou in 1977 de naam en het adres van ten minste één lid van de personeelsvertegenwoordiging hebben doorgegeven aan de toenmalige militaire autoriteiten van het land. De man is daarop verdwenen. Volgens een woordvoerster van DaimlerChrysler heeft de betrokken manager, Juan Tasselkraut, voor een Argentijnse waarheidscommissie de beschuldiging tegen hem ontkend.

Direct na de staatsgreep in maart 1976 door militairen onder leiding van generaal Videla, werd een groot aantal vakbondsmilitanten en kritische personeelsleden van Argentijnse bedrijven gearresteerd. Velen zijn tijdens de dictatuur (1976-1983) verdwenen. Later bleek dat in een aantal gevallen de leiding van de bedrijven waarbij zij werkten hun namen en adressen had doorgegeven aan de militairen.