`Woonde hier een terrorist? Woonde Arafat hier?'

De gevechten tussen het Israëlische leger en Palestijnse strijders die zich hadden verschanst in de kasbah, het historische centrum, van de Palestijnse stad Nablus zijn voorbij. De burgers komen uit kelders, of waar zij ook maar hun toevlucht hadden gezocht, terug in een volledig verwoeste omgeving. ,,Het is niet dezelfde stad'', zegt een vrouw die met drie anderen vijf dagen lang in een kelder heeft gezeten. De vrouwen zijn op weg naar de kleine Al-Beiq moskee voor informatie over hun mannen en kinderen bij de artsen die daar sinds enkele dagen werken.

Andere families verschijnen achter de stapels puin. Sommigen geven zich rekenschap dat ze geen huis meer hebben, en barsten in tranen uit. ,,Woonde hier een terrorist? Woonde Arafat hier? Waarom dan?'' schreeuwt een man die met twee meisjes in zijn armen voor zijn huis staat. Het dak ligt open door een bom die zich een pad tot beneden heeft gebaand.

Medisch personeel vond gisteren tien lijken. Bij sommige, die er dagen lagen, hadden honden een hand of een voet afgescheurd. ,,Een week geleden was ik een deskundige op het gebied van de volksgezondheid, nu ben ik denk ik expert op het gebied van publiek sterven'', zegt een arts. Volgens de lokale autoriteiten zijn de afgelopen dagen zeker 60 Palestijnen gedood en 100 gewond.

In de straatjes van de kasbah is geen spoor meer van de strijders die er dinsdag nog door Israëlische Apache-helikopters en F-16 gevechtsvliegtuigen werden bestookt. Velen zijn gevangen genomen, anderen zijn dood en enkelen zijn erin geslaagd te vluchten. Maar de straatjes getuigen van de strijd: bloed, flarden uniform, kogels, niet-ontplofte granaten. De rolluiken van alle winkels en eethuizen zijn kapot.

Een eind verderop, bij het naburige vluchtelingenkamp, komt een man aanrennen. ,,Joden'', schreeuwt hij. ,,Hoerenzonen. Noch Sharon noch wie dan ook zal ons hier weg krijgen!''