Schaamhaar en sperma bewijzen schuld én onschuld

De twee mannen die in 1995 werden veroordeeld in de Puttense moordzaak vechten na hun vrijlating voor eerherstel. Het openbaar ministerie houdt vol dat zij schuldig zijn, maar de advocaat van de twee vindt dat er voldoende ontlastend bewijs is.

Hij hoopt dat de moordenaar gepakt wordt. ,,Ik blijf knokken om mijn naam te zuiveren'', zei Herman du Bois (41) gisteren in zijn laatste woord voor het Leeuwarder gerechtshof. ,,Het is moeilijk om als verkrachter en moordenaar door het leven te moeten. Er zijn mensen die nog steeds niet in mijn onschuld geloven.''

Du Bois werd in 1995 met Wilco Viets door het Arnhemse gerechtshof veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens doodslag op en verkrachting van de 23-jarige stewardess Christel Ambrosius. Op 9 januari 1994 werd zij in de woning van haar oma aan de rand van het bos in Putten verkracht en met messteken om het leven gebracht. De veroordeelden zaten hun straf uit en kwamen vorig jaar op vrije voeten. Ze zeggen onschuldig te zijn en zoeken eerherstel. Het hof in Leeuwarden heeft zich acht jaar na dato opnieuw over de zaak gebogen en doet over twee weken uitspraak.

Het openbaar ministerie (OM) in Leeuwarden eiste deze week herbevestiging van het vonnis van het Arnhemse hof. De `twee van Putten' zijn terecht veroordeeld, meent het OM. De advocaat van de verdachten, G.J. Knoops, vroeg vrijspraak. Hij gaf toe dat de politie indertijd reden had om de mannen als verdachten te bestempelen, maar vindt ook dat zijn cliënten in alle onderzoeken altijd het nadeel en nooit het voordeel van de twijfel hebben gekregen.

Tijdens hun verhoren werden volgens de raadsman ,,verleidingstechnieken'' gebruikt om bekentenissen los te krijgen. Zo werden de verdachten geconfronteerd met verklaringen van anderen en kregen ze informatie die niet klopte. Knoops: ,,Er werd gezegd dat hun DNA op de plaats delict was aangetroffen. Zo werden bekentenissen afgedwongen.''

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die jarenlang onderzoek deed naar de zaak, wil hiermee doorgaan, vertelt hij desgevraagd. De spermadruppel die op het bovenbeen van Christel Ambrosius is gevonden, biedt volgens hem nog aanknopingspunten. ,,Zoals het OM al zei, heeft de donor van het sperma heel wat uit te leggen. Vind je die man, dan is de zaak opgelost.'' Hij noemde het ,,onbegrijpelijk'' dat de politie in 1994 geen moeite heeft gedaan de Spanjaard F. Lopez op te sporen. Deze ging de avond voor de moord uit met zijn vriendin, haar zuster en Christel, die bevriend was met de zus. ,,Van die man had DNA afgenomen moeten worden'', meent De Vries.

Volgens advocaat Knoops is er voldoende ontlastend bewijs voor zijn cliënten, die zeggen op zondagmiddag 9 januari 1994 nooit van huis te zijn geweest. Hieronder volgt een opsomming van de feiten die Du Bois en Viets volgens hem vrijpleiten:

Op de plaats delict, in de woning van Christel Ambrosius' oma, zijn geen sporen (voetafdrukken, haren, sperma, aanrakingssporen op de kleding van het slachtoffer) aangetroffen van de verdachten.

Het sperma op het bovenbeen van Christel Ambrosius is niet van de verdachten. Het DNA ervan komt wel overeen met twee op het slachtoffer gevonden haren en een bloedspatje aan de binnenzijde van haar spijkerbroek.

Volgens Knoops zijn dit duidelijke dadersporen, volgens het OM sporen van een eerder vrijwillig seksueel contact van het slachtoffer, dat door de verkrachting door Viets en Du Bois naar buiten zou zijn geperst.

Volgens de verdediging is dit laatste onmogelijk. De druppel op het been moet sperma zijn, gezien de witte kleur. Een sleepspoor zou langgerekt moeten zijn en bovendien doorzichtig (baarmoederslijm vermengd met zaadcellen).

De schaamhaar die gevonden is op het slachtoffer kán afkomstig zijn van Viets, maar ook van een onbekend aantal andere personen: familieleden en mensen uit dezelfde regio.

Het OM sprak dinsdag nog van een ,,keihard daderspoor'', maar zwakte dit gisteren af tot ,,een bijzonder sterke aanwijzing''.

Deskundige P. de Knijff van het Forensisch Laboratorium in Leiden gaf in een dinsdag aan het hof geschreven brief nog eens aan dat ,,het goed denkbaar is dat dit mitrogondraal DNA-profiel in deze regio voorkomt bij een groot aantal bewoners.''

Knoops sprak van duizenden mensen die hetzelfde profiel kunnen hebben. ,,De schaamhaar is van nul en generlei waarde.''

Getuigen W. Bettink en G. Schuchard zouden Viets en Du Bois in de woning met Christel Ambrosius hebben gezien. Niemand van de getuigen, mensen die op de bewuste zondagmiddag 9 januari 1994 in het bos wandelden, heeft de getuigen echter door het raampje van de woning zien kijken.

De verklaring van Bettink is volgens de verdediging onbetrouwbaar. Hij verklaarde voor de rechtbank Zutphen en het hof Arnhem dat hij door het raam van het boshuisje kijkend Du Bois en Viets had gezien, terwijl die Christel Ambrosius vasthielden. In een uitzending van misdaadverslaggever Peter R. de Vries herriep hij die verklaring. Voor het hof Leeuwarden hield hij aanvankelijk zijn ontlastende verklaring in stand. Na aangifte van meineed door het OM trok hij die in. Uit psychiatrisch onderzoek komt Bettink naar voren als een ,,zwakbegaafde, randdebiele man, die beïnvloedbaar en dresseerbaar'' is. Derhalve zou zijn verklaring niet authentiek zijn en niet als bewijs mogen dienen, meent Knoops.

De verdachten hebben tijdens de verhoren geen exclusieve feiten gegeven over de moord die alleen de dader kon weten. Details die ze wel noemden waren volgens hun advocaat afkomstig uit een artikel over de moord dat zij hadden gelezen in het weekblad Aktueel. Daarnaast zouden ze feiten hebben genoemd uit het politiebericht op televisie en zaken die de oom van Christel de maandag na de moord op zijn werk vertelde. Viets werkte daar.

Du Bois liep ten tijde van het misdrijf met een stok, als gevolg van rugpijnen. Volgens zijn behandelend arts is het ,,volstrekt onaannemelijk'' dat hij fysiek in staat zou zijn geweest iemand te verkrachten en vermoorden. Zeker gezien de worsteling die, zo geven de sporen in de woning aan, aan de moord voorafging.

Een motief voor de verkrachting en moord ontbreekt volgens de advocaat.

Drie vrouwen die de bewuste middag in het bos wandelden hebben Du Bois later bij een confrontatie vanachter spiegelglas niet herkend.