Oneerlijk delen in de wereldhandel

Handel is de motor van ontwikkeling, stelt de ontwikkelingsorganisatie Oxfam International in een lijvig rapport. Maar dan moet ook het Westen zich aan de regels houden.

Brazilië heeft de smaak te pakken. Nadat de Wereldhandelsorganisatie WTO zich onlangs in het voordeel van het land uitsprak in een geschil met Canada over subsidies aan de vliegtuigindustrie, zal Brazilië een offensief lanceren tegen landbouwsubsidies en handelspraktijken van het Westen, zo berichtte de Financial Times dinsdag.

Het offensief komt niet uit de lucht vallen. Sinds september vorig jaar zijn armoede en onderontwikkeling met sprongen gestegen op de internationale politieke agenda. Het verband tussen uitzichtloosheid in het Zuiden en de stabiliteit van de wereldorde mag dan niet rechtstreeks worden gelegd, het heeft wel gezorgd voor een grotere assertiviteit bij ontwikkelingslanden zelf – en een grotere ontvankelijkheid voor het probleem in het Westen. Vorige maand, in de Mexicaanse stad Monterrey, zegde zowel de VS als de EU toe hun budgetten voor ontwikkelingssamenwerking fors op te schroeven. Maar hulp is een stoplap vergeleken bij de potentie van handel om grote delen van de wereld uit hun economische achterstand te verlossen.

Oxfam International, de internationale groep van ontwikkelingshulporganisaties waarvan de Nederlandse Novib deel uitmaakt, begon vandaag een driejarige campagne om een eerlijker wereldhandel af te dwingen. De campagne valt samen met de besprekingen die de WTO-lidstaten starten om invulling te geven aan de nieuwe handelsronde die eind vorig jaar werd overeengekomen in Doha, Qatar.

Oxfam presenteerde vanmorgen in het rapport Rigged Rules and Double Standards (`Meten met twee maten') een bijna onoverzienbare reeks van misstanden in het internationale handelssysteem.

Handel, zo blijkt, is nu vooral welvaartsverhogend voor de rijke landen zelf. De gemiddelde tarieven die zij elkaar op importgoederen berekenen, zijn vier maal lager dan de tarieven die zij de invoer uit ontwikkelingslanden opleggen. Per jaar besteden rijke landen 245 miljard dollar (275 miljard euro) aan landbouwsubsidies, en dat is meer dan het totale inkomen van de 1,2 miljard armste wereldburgers samen. De receptuur die internationale organisaties als het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank ontwikkelingslanden opleggen in ruil voor hulp, bestaat uit het ontmantelen van handelsbarrières. Maar tegelijkertijd zijn volgens metingen van het IMF zelf de EU en de VS geslotener voor invoer dan landen als Haïti, Nepal of Colombia.

De lijst van klachten en misstanden is lang, en landbouw is de grootste boosdoener. Niet alleen omdat de bescherming in het Westen daar, door subsidies en tarieven, nog steeds het grootst is. Maar ook omdat juist landbouwproducten voor met name de armste landen het belangrijkste bestanddeel zijn van hun – potentiële – exportpakket.

Twee zaken vallen op bij de lancering van de Oxfam-campagne. De eerste is dat het principe van `globalisering' niet verworpen wordt, maar in beginsel omarmd – zij het dat er dan wel volgens de regels moet worden gespeeld. In het rapport stelt de econoom Amartya Sen, Nobelprijswinnaar en voormalige Wereldbank-dissident, dat ,,niet isolationisme, maar wereldwijde interactie de basis (biedt) van economische vooruitgang. De uitdaging is het verenigen van de grote voordelen van handel waarop veel voorstanders van globalisering wijzen met de overkoepelende behoefte aan eerlijkheid en gelijkwaardigheid (..)''.

Tweede kenmerk is de aard van de oplossingen die Oxfam aandraagt. Die variëren van een op zijn minst moeilijk te realiseren internationaal fonds voor de stabilisering van grondstoffenprijzen, tot de formulering van nieuwe regels voor octrooien, en andere voorwaarden voor IMF- en Wereldbankprogramma`s.

De WTO moet volgens Oxfam zo worden hervormd, dat arme landen er een grotere stem in krijgen. Een begrijpelijke, maar lastige oplossing. Enerzijds kunnen de regels in de WTO het effectiefst worden afgedwongen, getuige Brazilië's voorgenomen offensief. Anderzijds is er het gevaar van radicalisering van de organisatie, die makkelijk leidt tot marginalisering. Zie het lot van VN-organisaties als Unctad of Unesco.

De WTO, die nog steeds kampt met grote Amerikaanse argwaan, lijkt nog te wankel om aan het front te kunnen staan van een drieste hervorming van het wereldhandelssysteem. Hoe nijpend de noden in het Zuiden ook zijn, handelspolitiek en -hervorming zijn een zaak van lange adem. Langer, zo weet ook Oxfam, dan de drie jaar die het voor zijn campagne heeft uitgetrokken.