Na het NIOD-rapport

De eerste reacties op het gisteren verschenen rapport `Srebrenica' van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie vertonen één opmerkelijke constante: alle betrokkenen zien in de bevindingen van de onderzoekers vooral hun eigen gelijk. Illustratief was bijvoorbeeld de reactie van minister-president Kok, die verklaarde dat het onderzoek hem erin had gesterkt dat de Nederlandse regering steeds naar eer en geweten heeft gedaan wat moest en kon gebeuren.

Terecht onthoudt het NIOD-rapport zich van politieke kwalificaties. Het vellen van een oordeel is aan de Tweede Kamer. Maar hoe en wanneer dient dat te gebeuren? Een meerderheid van het parlement heeft in 1996 welbewust afgezien van het instellen van een parlementaire enquête naar de gebeurtenissen rond de val van de door Nederlandse militairen beschermde enclave. Daarvoor in de plaats kwam het onderzoek door het niet-politiek beladen NIOD. Nu de rapportage is afgerond, is toch weer het woord aan de politiek. Over twee weken zal de Tweede Kamer aan de hand van de nog te verschijnen kabinetsreactie op het NIOD-rapport een debat voeren. Ongetwijfeld komt dan ook de verantwoordelijkheidsvraag aan de orde.

Wat zich hier wreekt is de factor tijd. De meeste politici die actief betrokken waren bij Srebrenica – hetzij als parlementariër, hetzij als minister – vervullen inmiddels een andere rol. Minister-president Kok is de enige die nog op zijn post zit. Hij is dus nog de enige `toevallige' overblijver die in de Tweede Kamer direct kan worden aangesproken, met als complicerende factor dat hij over ruim een maand, na de verkiezingen, demissionair zal zijn. Het verklaart de haast van de Tweede Kamer. Maar toch is allereerst een ordentelijke afhandeling gewenst.

Beperkt tot de politiek kent het onderwerp Srebrenica een groot aantal hoofdrolspelers. Zij worden in het NIOD-rapport opgevoerd, maar dat is iets anders dan in het openbaar verantwoording afleggen. Ook na het onderzoek van het NIOD is nog een groot aantal vragen te stellen. Dat gebeurde ook gisteren, direct nadat het rapport was verschenen. Een keur van (oud-)politici trok langs de verschillende televisiezenders. Maar een vraaggesprek voor de tv-camera is nog geen publieke verantwoording. Daarvoor is de parlementaire enquête het meest geëigende middel en daartoe zou de Tweede Kamer dan ook alsnog moeten besluiten.

Zo'n enquête kan betrekkelijk beperkt van opzet zijn. Het onderzoekswerk is immers verricht. Waar het om gaat is dat de politiek verantwoordelijken, onder ede in het openbaar kunnen worden gehoord. Vervolgens kan het politieke oordeel worden geveld. Van veel minder belang is of dit door een oude of nieuwe Kamer gebeurt, dan wel of de politici niet meer in functie zijn.

Het zou dan ook onjuist zijn als het debat zich de komende weken gaat vernauwen tot de vraag of minister-president Kok politieke consequenties uit het rapport moet trekken. Het meest uitgelezen moment voor dergelijke stappen zou direct na het drama in 1995 zijn geweest. Maar dat moment hebben de politiek verantwoordelijken voor het drama, de toenmalige minister van Defensie voorop, indertijd jammerlijk laten verlopen.