Meer dan een bakje troost

Ahold verenigt de krachten met koffieboeren in Derde Wereld-landen om tot verantwoord ondernemerschap te komen. Koffieland Guatemala is de bakermat van het initiatief. `Een nieuwe manier is nodig, op de oude gaat het niet.'

Net als koffieboeren elders in de wereld heeft Nick Bocklandt de afgelopen drie jaar de marktprijs zien dalen tot een voorlopig dieptepunt in januari dit jaar. ,,De economische situatie in de koffieteelt is catastrofaal'', zegt hij in de hoofdstad van Guatemala, het land waar hij vier plantages heeft. Onderweg naar plantage El Volcán, het vlaggenschip van zijn kleine koffie-imperium in het Midden-Amerikaanse land, wijst Bocklandt op de zichtbare gevolgen van de malaise in de koffiesector. De ene na de andere plantage is door zijn eigenaren verlaten, terwijl de gretige natuur zich in snel tempo meester maakt van de rijen koffiestruiken op de berghellingen. Deze harde sanering is er de oorzaak van dat Guatemala dit jaar naar schatting 30 tot 40 procent minder produceert van zijn belangrijkste exportartikel: koffie. De sociale gevolgen zijn groot: tienduizenden werknemers van koffieplantages zitten ineens zonder een inkomen van een paar dollar per dag.

Een halve wereld verderop, bij de Ahold Coffee Company (voorheen Marvelo) in Zaandam, weet managing director Ward de Groote alles over de problemen waarmee Bocklandt in Guatemala worstelt. De oogst van Bocklandts plantages komt namelijk in zijn geheel terecht in de grote witte opslagsilo van Ahold op het industrieterrein in Zaandam. Met langdurig lage producentenprijzen en een structureel onbeperkt aanbod aan koffie zou Nederlands tweede koffiebrander (na Douwe Egberts) achterover kunnen leunen.

Maar Bocklandt en De Groote hebben elkaar gevonden in de overtuiging dat de relatie producent-inkoper verder gaat dan kille prijsonderhandelingen onder het gesternte van de wereldmarkt. De gesprekken gaan over meer dan al of niet gewassen Arabica en Robusta. Zowel in Guatemala als in Zaandam wordt met enige passie gesproken over zaken als duurzaamheid, verantwoord ondernemerschap, zorg voor mens en milieu, en met trots over een product dat tegelijkertijd winstgevend moet zijn als van hoge kwaliteit. In Zaandam vat Ward de Groote dit samen in de uitspraak: ,,Je moet een andere relatie krijgen tussen afnemers en leveranciers, tussen Noord en Zuid''. In Guatemala concludeert Nick Bocklandt: ,,We hebben een nieuwe manier nodig om koffie rendabel te maken, want op de oude manier gaat het niet. En zonder hulp van buitenaf lukt het niet''.

De koffieboer uit Guatemala en de inkoper uit Zaandam stonden drie jaar geleden aan de basis van de stichting Utz Kapeh – wat `goede koffie' betekent in een van de talen van de Guatemalteekse Maya-indianen. De stichting (www.utzkapeh.org) laat koffieplantages certificeren volgens de richtlijnen van een eigen gedragscode. Zo wordt de plantage-eigenaar verantwoordelijk gesteld voor zaken als huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg ten behoeve van de bevolking van de plantage. In de praktijk heersen op vele plantages – combinaties van bedrijven en dorpsgemeenschappen met vaak duizenden mensen – nog middeleeuwse toestanden, die de overheid oogluikend toestaat.

De code van Utz Kapeh gaat ook in op het gebruik van insecticiden en pesticiden, op ontbossing en het herplanten van bomen en op de vraag wanneer minderjarigen wel en wanneer niet mogen werken. De code is gemodelleerd naar de zogenoemde EUREPGAP-overeenkomst waarbij Europese grootwinkelbedrijven een standaard hebben afgesproken voor groente en fruit, en conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van de Verenigde Naties. Voorshands subsidieert Ahold de stichting.

Hoewel de basis van Utz Kapeh in Guatemala is gelegd, plantage El Volcán als proefproject diende en de stichting tegelijkertijd zetelt in Zaandam en in het Guatemalteekse Antigua, is het initiatief inmiddels uitgebreid naar koffieproducenten elders. Koffieboeren in onder andere Honduras, Costa Rica, Brazilië, Peru, Indonesië en Vietnam hebben zich bij Utz Kapeh aangesloten. In ruil hiervoor biedt de stichting de boeren hulp bij het geschikt maken van hun bedrijven voor certificering en financiering hiervan.

Het initiatief gaat niet uit van een niche, zoals die van de zogenoemde `eerlijke koffie', waarbij de boer een subsidie ontvangt die nu meer dan 100 procent van de huidige wereldmarktprijs bedraagt. Dat vertaalt zich in een aanzienlijk hogere prijs voor de consument en in Nederland in een navenant laag marktaandeel. Koffie van Max Havelaar, een keurmerk dat verschillende branders gebruiken, heeft op de Nederlandse markt een aandeel van 3,5 procent, tegenover 13 procent voor Ahold en 65 procent voor Douwe Egberts.

Utz Kapeh wil nadrukkelijk buiten de feitelijke prijsonderhandelingen blijven tussen koffieboer en -inkoper. Bij Ahold wordt met veel nadruk gezegd, dat het initiatief uitgaat van de mainstream koffiemarkt. Aansluiten bij Utz Kapeh betekent voor de boeren beslist geen `Max Havelaar-achtige' opslag bovenop de marktprijs.

,,Waar moeten al die voorzieningen dan van betaald worden die Ahold van de boeren eist?'' vraagt Ulrich Gurtner zich af. Hij staat aan het hoofd van de grootste federatie van koffiecoöperaties in Guatemala en vertegenwoordigt zo'n 20.000 kleine boeren met een gezamenlijke jaarproductie van 115.000 zakken koffie à 60 kilo. Bij Ahold erkent men schoorvoetend dat het aangaan van een langdurige relatie op basis van gezamenlijke afspraken een eigen prijs kent. ,,Maar dat geeft ook de mogelijkheid een aantal fases uit te schakelen, zoals tussenhandel en kredietverlening'', zegt Ward de Groote.

Het feit dat Ahold de drijvende kracht is achter de stichting Utz Kapeh, is zowel een sterkte- als een zwaktepunt. Dit jaar zal de Ahold Coffee Company volgens directeur De Groote uitsluitend Utz Kapeh-gecertificeerde koffie inkopen. Maar met een jaarproductie van zo'n 14.000 ton die grotendeels als het eigen merk Perla op de schappen van de Albert Heijn-winkels belandt, is Ahold in de koffie wereldwijd een bescheiden speler. Ter vergelijking: marktleider Sara Lee/Douwe Egberts verkoopt alleen al in Nederland jaarlijks 70.000 ton koffie.

,,We zijn bezig onze bestuursbemoeienis met Utz Kapeh te verminderen'', zegt De Groote, ,,we willen een maatschappelijke verbreding''. Daarmee lijkt Ahold tegemoet te komen aan kritiek van de stichting Max Havelaar, sinds jaar en dag het `geweten' van de koffiewereld. Hoewel directeur Hans Bolscher van Max Havelaar meent dat Ahold ,,een pluim verdient voor deze eerste stap'' vindt hij ook dat het initiatief te veel is genomen in splendid isolation. Doordat ervaren maatschappelijke instanties als vakbonden, kerken en lokale niet-gouvernementele organisaties niet bij de oprichting betrokken waren, denkt Utz Kapeh volgens Bolscher te veel vanuit de belangen van de consument en de supermarkten en te weinig vanuit dat van de boeren. De Groote van Ahold kent de kritiek. ,,Wij wilden met iets beginnen, en we kunnen het niet iedereen naar de zin maken.''

Inmiddels heeft de stichting DOEN (van de Postcodeloterij) zich aan Utz Kapeh verbonden en is de katholieke ontwikkelingsorganisatie Cordaid in onderhandeling over deelname aan projecten. Ook bij de Rabobank wordt hierover nagedacht. Behalve tot verbreding van het draagvlak moet dit ook leiden tot kennis en geld voor specifieke projecten ten bate van de werknemers op de koffieplantages.

Maar wellicht belangrijker nog dan de `maatschappelijke verbreding' is voor het welslagen van Utz Kapeh uitbreiding van het aantal koffie-inkopers dat de code als maatstaf hanteert. Naast Ahold-bedrijven elders ter wereld en kleinere Nederlandse branders is opvallend genoeg een van de kandidaten het Franse detailhandelsconcern Casino, dat onlangs aankondigde een belang te nemen in de Laurus-groep, een directe concurrent van Ahold. Aan de bovenkant van de (Amerikaanse) markt lonkt het perspectief van deelname door de keten van trendy koffieshops Starbucks.

Sara Lee/Douwe Egberts heeft een eigen programma voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, zegt een woordvoerster. ,,Wij kopen 10 procent van onze koffie direct in bij coöperaties van boeren en steunen twee ontwikkelingsprojecten, in Oeganda en Vietnam. We hebben de intentie dit aantal uit te breiden. Bovendien hanteren we sinds enkele jaren Supplier Selection Guidelines, richtlijnen waaraan onze ongeveer 120 leveranciers moeten voldoen.'' Het bedrijf werkt nog aan een systeem om naleving van de richtlijnen te controleren. De woordvoerster wil niet zeggen wat Sara Lee/DE hieraan uitgeeft, ,,maar neemt u maar van mij aan dat het om een groot bedrag gaat''.

In de ogen van de stichting Max Havelaar doet Sara Lee/DE echter veel te weinig. Directeur Bolscher: ,,Richtlijnen voor leveranciers hadden de meeste bedrijven al in de jaren zeventig. Dit ligt ver onder Utz Kapeh, daar kan Douwe Egberts nog een puntje aan zuigen. Als DE niet snel ook zo gaat werken, hebben ze een probleem. De druk komt namelijk niet zozeer van de consument, als wel van de grote supermarkten. Die gaan eisen stellen aan de sociale criteria van de productie, net zoals ze nu al eisen stellen aan aspecten van milieu en voedselveiligheid.''

Bij Ahold is men hoopvol dat ook de grote wereldspelers, behalve Sara Lee/DE ook Philip Morris en Nestlé, zich uiteindelijk zullen vereenzelvigen met codes als die van Utz Kapeh. Ward de Groote: ,,We moeten voorkomen dat er verschillende gedragscodes ontstaan. Utz Kapeh is ook niet bedoeld als instrument om mee te concurreren. Als anderen een betere code hebben, dan nemen we die gewoon.''