Máxima mag wel `koningin' heten

Máxima moet zich na de troonbestijging door prins Willem-Alexander kunnen tooien met de titel `koningin'. Ook moet zij nu al het recht krijgen op de aanspreektitel `prinses van Oranje-Nassau'. Het voorstel van minister-president Kok om een volgend kabinet te laten besluiten over de aanspreektitel van koningin wijst een meerderheid van de Tweede Kamer af. Dat bleek vanochtend tijdens een debat over de Wet lidmaatschap koninklijk huis. Het CDA wil het recht van Máxima om zich koningin te noemen zelfs bij wet vastleggen, zo bleek tijdens het debat. De PvdA wil dat via een motie doen.

In het wetsvoorstel wordt de titel Prins van Oranje-Nassau uitsluitend voorbehouden aan de troonopvolger. PvdA-woordvoerder Rehwinkel verwees naar de Toestemmingswet ter gelegenheid van het huwelijk van prins Constantijn, waarin staat dat echtgenotes van leden van het koninklijk huis de titels van hun echtgenoot mogen voeren. De echtgenotes van de koningen die het Huis van Oranje in de negentiende eeuw voortbracht mochten zich ook koningin noemen. ,,Waarom zouden we daar anno 2002 van afwijken?'', aldus Rehwinkel.

Volgens VVD-woordvoerder Te Veldhuis is het ,,consistent om de vrouw van de toekomstig troonopvolger Prinses van Oranje te noemen.'' Hij wees op de ,,ons omringende monarchieën'' waar de vrouw van de koning koningin wordt genoemd. D66, eerder geen voorstander van de aanspreektitel `koningin', liet vanochtend weten het ,,wenselijk'' te vinden dat de prinses na de troonsbestijging koningin zal heten.

De in de wet opgenomen verkleining van het koninklijk huis kreeg vanochtend in de Tweede Kamer brede steun. Daarmee wordt de ministeriële verantwoordelijkheid voor leden van het koninklijk huis in de toekomst beperkt tot erfopvolgers die in de tweede graad verwant zijn aan de koning. Voor prinses Margriet is in de wet een uitzondering gemaakt. Zij blijft onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen, ook als Willem-Alexander koning is.