Machtspolitica in de dop

Na een twaalfjarig verblijf in de politieke woestijn mag het CDA in Amsterdam weer aan de dagelijkse macht ruiken. Dat is de verdienste van twee christen-democraten: voormalig fractievoorzitter Gerrit Goedhart en huidig partijleider Hester Maij.

Dat het CDA bij de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart een zetel winst boekte, qua grootte stuivertje wisselde met D66 en zodoende een serieuze onderhandelingspositie verwierf, was grotendeels te danken aan Goedhart. Deze theoloog, die zijn sporen heeft verdiend in de zorg voor verslaafden en andere ontspoorden, oogstte sinds 1994 veel waardering in de hoofdstedelijke politiek.

Dat het CDA de electorale vooruitgang in een wethouderspost wist om te zetten kan grotendeels op het conto van zijn opvolgster Maij worden geschreven. Verbaal is de 32-jarige Maij, dochter van ex-minister Maij-Weggen en sinds 2001 lid van de Amsterdamse gemeenteraad, minder begaafd dat Goedhart. Maar ze greep de nieuwe positie van het CDA met beide handen aan.

Bij de onderhandelingen over het programakkoord deed ze op cruciale punten water bij de wijn. Ze deed concessies over de reorganisatie van de Sociale Dienst, de hoogte van de parkeertarieven en vooral de verzelfstandiging van het Gemeentevervoerbedrijf. Het CDA was altijd tegen verzelfstandiging. Nu wordt Maij als wethouder voor de openbare nutsbedrijven verantwoordelijk voor de afwikkeling daarvan.

Maij manifesteerde zich ook anderszins als een machtspoliticus in de dop. Voor de verkiezingen had het CDA gesuggereerd dat Goedhart wethouder zou worden als de christen-democraten in het college zouden terugkeren. Daags na de verkiezingen liet Maij hem echter telefonisch weten dat ze daarvan afzag en de positie voor zichzelf zou opeisen.