Jeugd gebruikt PC voor spelletjes

Volgens het Centraal en Cultureel Planbureau staan er gemiddeld minder computers thuis bij allochtone scholieren.

Op deze zonnige middag zit Miguel (16) niet achter zijn computer te chatten met vrienden, maar trapt tegen een bal op een betonnen veldje in de Amsterdamse Bijlmer. De kans is groot dat de personal computer nu toch wordt bezet door zijn zusje, zegt hij. Het is regelmatig vechten om de enige computer in het huis van de havo-4 leerling.

Miguel gebruikt zijn computer vooral voor zijn hobby's. Onderdelen voor zijn brommer koopt hij op internet. De modelauto's die hij zelf in elkaar zet, verkoopt hij ook via de digitale weg. Voor school? ,,Nee, nooit voor huiswerk,'' zegt de havoleerling. ,,Ja, toch wel, alleen als ik uittreksels van boeken nodig heb''.

Miguel is met zijn pc-gebruik een doorsneeleerling volgens het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Zijn vriend Guoffan(17) des te minder. Guoffan, een Surinaamse Nederlander, hoort bij de drie procent van alle leerlingen die thuis niet over een personal computer beschikt, en 12 procent van Surinaamse kinderen zonder pc. Van zijn Turkse en Marokkaanse leeftijdgenoten is 15 procent niet digitaal. Guoffan, die detailhandel heeft gedaan en nu in een winkel staat, voelt geen gemis. Heel soms doet hij er spelletjes op bij vrienden, maar om zo'n ding thuis te hebben? ,,Ik heb het niet nodig,'' zegt Guoffan.

Pc's en internet zijn niet meer weg te denken uit het leven van de leeftijdgenoten van Miguel en Guoffan. Ze hebben bijna allemaal een computer en hun digitale vaardigheden doen ze op al spelenderwijs achter de pc van hun ouders. Volgens het SCP zijn ze de afgelopen jaren steeds digitaler geworden. Hun sociale contacten onderhouden ze per e-mails, ontspanning vinden ze bij spelletjes. Naar hun eigen zeggen zijn ze ook steeds vaker gaan werken met tekstverwerker en tekenprogramma's. Tegen de samenstellers van het rapport Van huis uit digitaal; verwerving van digitale vaardigheden tussen thuissituatie en school zeggen ze dat in de afgelopen jaren ook hun vaardigheden zijn toegenomen. Vooral leerlingen uit de hogere schooltypen achten zich vaardiger dan hun leeftijdgenoten uit lagere schooltypen, meisjes en allochtone kinderen.

,,De computer wordt thuis door iedereen voor van alles gebruikt'', zegt G. Ernst-Geerdink. Zij heeft twee kinderen, een dochter zit in de zesde, de zoon in de vierde klas van het vwo. ,,Mijn dochter zit veel op de computer om allerlei werkstukken te maken en ook mijn zoon begint hier nu mee'', vertelt Ernst-Geerdrink. Zij vindt het belangrijk voor de ontwikkeling van haar kinderen dat ze goed leren om te gaan met de computer. Haar man geeft ze af en toe wel een tip, maar verder leren ze het meest door het zelf uit te zoeken, zegt zij. Minder blij is ze als ze chatten.

Volgens J. de Haan, een van de samenstellers van het SCP-rapport is echter geen reden voor angst voor negatieve gevolgen door toegenomen digitalisering. ,,Het computergebruik gaat ten koste van hun tv-tijd,'' zegt De Haan. Volgens hem hebben kinderen computers probleemloos weten te integreren in hun leven. Chatten en e-mailen gaan ook niet ten koste van echte contacten met vrienden. Het rapport meldt niets over het bezoeken van sites met pornografische, racistische en gewelddadige inhoud.

De bevindingen van de samenstellers van het SCP-rapport over het computergebruik op scholen zijn teleurstellend. In de kabinetsperiode van Paars II is ruim een miljard euro besteed aan de invoering van ICT in het onderwijs, maar die investeringen hebben onvoldoende rendement als het gaat om het bijbrengen van digitale vaardigheden, concluderen de onderzoekers. In de lessen wordt zelden gebruik gemaakt van computers. Het computergebruik op school verschilt dan ook nauwelijks van het `thuisgebruik', met als gevolg dat de achterstand die meisjes en allochtone leerlingen hebben, niet wordt verholpen.

Kleinere scholen beschikken relatief om meer computers dan grote scholen met 1.000 of meer leerlingen. De 'kleintjes' weten ook vaker via bedrijven aan pc's te komen. Op openbare scholen ligt het gemiddeld aantal leerlingen per computer gunstiger dan op bijzondere scholen. Ook de gebruiksmogelijkheden buiten de lessen zijn groter op openbare scholen, die ook vaker een helpdesk hebben.

Op het `zwarte' Zuiderparkcollege in Rotterdam-Zuid, een vmbo-college met 1535 leerlingen, moeten acht leerlingen een computer delen. ,,De vaardigheden van de leerlingen hier zijn beter dan die van de gemiddelde docent,'' zegt directeur S. Clancy. Volgens hem zitten veel leerlingen te chatten en bekijken ze vieze plaatjes op internet. Daarom heeft de school laatst een peperdure cyberpatrol aangeschaft om restricties op die sites te zetten. ,,Als je ze vraagt `zoek eens op wanneer Willem van Oranje is vermoord', hebben ze daar veel meer moeite mee.''

,,Een apart vak om instrumentele vaardigheden bij te brengen lijkt steeds minder noodzakelijk'', zeggen de onderzoekers doelend op het vak informatiekunde. Net als de onderzoekers pleit Clancy voor praktisch gebruik van de computers als middel voor het uitvoeren van opdrachten of bijvoorbeeld Engelse taallessen geven met de computer nog niet haalbaar is. ,,Daarvoor hebben we nu gewoon veel te weinig computers. Bovendien heb je daarvoor bepaalde software nodig die denken en handelen integreert en ook nog eens toetst aan het eind van de les. Die programma's moeten bij het niveau van de leerlingen passen, want als er van die moeilijke softwaretaal instaat, haken ze gelijk af''

Leerlinge Tanuska (17) heeft drie emailadressen en een website. Zij vindt het eigenlijk niet nodig dat de school veel geld uitgeeft aan computers. ,,Die dingen die je hier leert, kun je ook gewoon thuis leren'', zegt zij. Maar net als haar klasgenoten vindt zij dat computers geïntegreerd moeten worden in het onderwijs. Met computer werken is gewoon veel makkelijker, en leuker, zeggen ze. ,,Veel beter dan lezen en schrijven. Of leren uit een boek, volgens Madhavi.