Hoger loon? Mij een zorg!

Wie spaart heeft wat, wie belegt heeft zorgen. Een pensioenfonds heeft op dit moment allebei.

PGGM, pensioenverzekeraar voor bijna een miljoen zorg- en welzijnwerkers, ziet zijn financiële positie afbrokkelen. Van het overschot dat het op een na grootste Nederlandse pensioenfonds twee jaar geleden nog had, is inmiddels 80 procent verdampt. Het rendement op de 51 miljard euro beleggingen was vorig jaar het slechtste (-6 procent) in het ruim dertigjarige bestaan van het fonds, de verhouding tussen het vermogen en de pensioentoezeggingen is gedaald naar 112 procent. Onder de 100 procent mag het fonds niet zakken.

Het bestuur van PGGM bestaat, zoals gebruikelijk bij pensioenfondsen die voor een hele bedrijfstak werken, uit vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers. Het PGGM-bestuur heeft een onafhankelijke voorzitter, H. Alders, Commissaris der Koningin in Groningen.

De bestuurders van het fonds hebben geen enkele greep op de belangrijkste inkomstenbron van het fonds, de opbrengsten uit met name aandelenbeleggingen. De kosten van de pensioenregeling hebben zij, of hun naaste collega's bij de cao-onderhandelingen, wél in de hand.

Hoe hoger de loonstijging, hoe meer geld PGGM kwijt is aan de pensioenverplichtingen voor de werknemers in zorg en welzijn en aan uitkeringen aan de gepensioneerden. PGGM vergoedt gepensioneerden een inflatie-toeslag die gekoppeld is aan de loontrend in de bedrijfstak, vorig jaar bijna 6 procent.

De werknemers zien de inflatie oplopen, de werkgevers willen personeelstekorten inlopen. De uitkomst is voor elk wat wils: hogere loonstijgingen. Zo dienen de sociale partners met hun linkerhand hun eigen belang en ondermijnen zij met hun rechterhand de financiële positie van ,,hun'' pensioenfonds. Een pensioenfonds met poen is ook hun eigen belang, maar nu even niet. Pensioen is leuk voor later.

Om tegenwicht te bieden verhoogt het bestuur van het pensioenfonds de pensioenpremies. Volgend jaar betalen werkgevers en werknemers samen 1,5 procentpunt van het salaris meer, de maximaal toegestane verhoging. Deze stijging van de pensioenpremies met 20 procent gaat ten koste van de loonruimte.

Samen hebben de sociale partners daarmee de basis gelegd voor een karakteristieke loon-pensioen-spiraal. Wat zich bij PGGM afspeelt zal zich zo goed als zeker herhalen bij ABP, het driemaal zo grote fonds van ambtenaren en leraren. De loonstijgingen die deze sectoren aantrekkelijker moeten maken als werkgever worden opgegeten door stijgende pensioenpremies. En die worden verhaald op zorgpremie- en belastingbetalers.