Het strafhof komt

In aanleg het belangrijkste instituut voor de bescherming van mensenrechten in vijftig jaar. Zo noemt een woordvoerder van de organisatie Human Rights Watch het internationale strafhof dat vandaag tot stand is gekomen. Met de handtekeningen van onder meer Cambodja, Bosnië en Slowakije werd het vereiste aantal van zestig ratificaties gepasseerd. In de International Herald Tribune van vandaag verwelkomt de hoge vertegenwoordiger van de EU, Javier Solana, het hof ook al als ,,een van de belangrijkste initiatieven op het gebied van de mensenrechten sinds de Universele verklaring van de rechten van de mens''.

Dit accent op de mensenrechten is opmerkelijk en niet zonder gevaren. Het strafhof is geen mensenrechtentribunaal in de gebruikelijke betekenis en het zal zich ook niet buigen over commune misdrijven. Het is van belang geen overspannen verwachtingen te wekken, want de opgave waar het hof voor staat is al groot genoeg: de berechting van de Pol Pots, Saddam Husseins en Pinochets van de toekomst. Daarbij moet wel bedacht worden dat het statuut het hof beperkingen oplegt vanuit een oogpunt van nationale soevereiniteit. Het statuut draagt duidelijk de sporen van een verdrag tussen soevereine staten. Het mandaat van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties voor de tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda is in sommige opzichten ruimer.

Dat neemt niet weg dat het statuut terecht is betiteld als ,,een mondiaal baken''. Het legt het fundamentele beginsel vast dat een persoon rechtstreeks op basis van het volkenrecht aansprakelijk kan worden gesteld en zich niet kan beroepen op orders van hoger hand. Dat iemand op het moment van het misdrijf een hoog staatsambt vervulde, is niet meer een excuus.

Het is een klein wonder dat de zestig ratificaties nu al binnen zijn (het statuut dateert van juni 1998) temeer daar er een grote wolk boven hangt. De Verenigde Staten, de drijvende kracht achter de Tribunalen van Neurenberg en Tokio na de Tweede Wereldoorlog, zijn nu een uitgesproken opponent van het internationale strafhof. Het is een schrale troost dat het de VS indertijd veertig jaar heeft gekost om tóch het internationaal verdrag tegen genocide te ratificeren.

Ook na het bereiken van de zestig ratificaties is het van belang het tempo erin te houden want het hof heeft alleen rechtsmacht voor landen die geratificeerd hebben. Het zal toch al wel enige jaren duren voordat de eerste zaak kan worden berecht. Nederland heeft hierbij een speciale rol als gastland van het hof, dat in Den Haag komt. Op een voorbereidingsbijeenkomst gewaagde minister Van Aartsen (Buitenlandse zaken) in september grandioos van ,,een zetel, die evenzeer het hof waardig als praktisch is''. Maar binnen de Tweede Kamer heerst scepsis of de bewindsman wel voldoende vaart achter de realisering zet. De officiële reactie is dat de operatie op hoofdlijnen goed op stoom is. Maar ook voor het gastland geldt wat een scribent opmerkte over de moeizame onderhandelingen over het hof zelf: ,,veel detailkwesties vormen ook een hoofdzaak''.