Guatemala: Zonder land voel je je geen mens

Ruim zeven uur duurt de tocht over de weg van Guatemala-Stad naar koffieplantage El Volcán in de bergachtige provincie Alta Verapaz. Tijd genoeg dus voor verhalen. Terwijl de pick-up truck voorthobbelt over ongeplaveide wegen, door landschappen met een uitbundige natuur en dorpjes met traditioneel geklede indianen, vertelt Nick Bocklandt zijn verhaal. Het gaat over koffie, de rode draad in zijn leven. Hoe hij als jochie van een jaar of zeven zijn moeder hielp bij de koffiesmokkel van België naar Duitsland. Hoe hij later als vertegenwoordiger met koffie leurde. Hoe hij begin jaren tachtig bij een koffie-exporteur in Guatemala belandde. En hoe hij, hart en toekomst verpand aan dit deel van Midden-Amerika, zijn eerste koffieplantage kocht.

Inmiddels is de nu 65-jarige energieke Belg een van de grotere Guatemalteekse koffieboeren. Hij is eigenaar van vier plantages met een totale oppervlakte van 3.600 hectare, waarvan momenteel 1.200 voor de koffieteelt. In Alta Verapaz bezit Bocklandt behalve El Volcán sinds kort ook de plantage Seamay, waarvan de vorige eigenaar door de malaise in de koffiesector failliet is gegaan. Ten noorden van de stad Retalhuleu liggen de plantages Aurora en Concepción.

De plantages vormen de erfenis waarvan Bocklandt na zijn dood vooral de bewoners wil laten profiteren. Nu hij nog volop in het leven staat, werkt Bocklandt aan een gedeeltelijke eigendomsoverdracht. Daardoor krijgen de werknemers, Maya-indianen van de Kek'chi-stam, delen van het land terug waarop ze zijn geboren en behalve economisch, ook met hun ziel verbonden zijn. ,,Zonder land voel je je geen mens'', verwoordt notaris Edgar Pacay het sentiment van de Maya-indiaan. Pacay adviseert Bocklandt bij de overdracht. Land is een sociaal explosief thema in Alta Verapaz. Landbezettingen zijn aan de orde van de dag. Maar het mes snijdt aan twee kanten: ,,Als de indianen hun eigen grond hebben, is ook het arbeidsprobleem voor de plantage-eigenaar opgelost'', meent Pacay. In het geval van de plantage Seamay betekent dit, dat van de 1.300 hectare grond de helft naar individuele werknemers zal gaan voor het verbouwen van maïs. De andere helft is voor de koffieproductie.

Op termijn moeten de werknemers als collectief de bedrijven kunnen overnemen, om te voorkomen dat de plantages als minifundios, een lappendeken van stukjes grond in particulier bezit, uiteen vallen. Nu al betrekt Bocklandt zogenoemde `comités' van door de werknemers gekozen vertegenwoordigers bij de bedrijfsvoering. Maar makkelijk is anders. 's Avonds, op de veranda van het hoofdgebouw van El Volcán, zit Bocklandt een vergadering met het comité voor. De mannen – vrouwen doen (nog) niet mee – zwijgen vooral. Aan het eind van de vergadering zegt Bocklandt licht vermanend tegen zijn mensen dat ze de volgende keer beter voorbereid moeten zijn en zelf met ideeën moeten komen. De secretaris van het comité krijgt te horen voortaan pen en papier mee te brengen. ,,Morgen ben je de helft al vergeten.''

Sociale veranderingen op de plantages gaan moeizaam. Met geld van Utz Kapeh is op El Volcán een school gebouwd, mede om kinderarbeid tegen te gaan. Bocklandt betaalt de salarissen van de docenten. Maar lang niet alle ouders zien de noodzaak van onderwijs in. Vooral oudere meisjes blijven weg.

Bocklandt wil zijn plantages ook een rol laten spelen bij het herstel van het ecologisch evenwicht in een land waar eenzijdige uitputting van de grond gebruikelijk is. Voorop staat het herplanten van bomen om bodemerosie en verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. Over biologische teeltmethodes is Bocklandt minder enthousiast. Op El Volcán experimenteert hij daar nu mee, maar voor Seamay is hij dat absoluut niet van plan. ,,Organisch verbouwen is niet de oplossing voor de koffiesector. De productie daalt, de hogere prijs van biologische koffie maakt dat niet goed.''

Op de plantages moet de afhankelijkheid van koffie gaandeweg worden verminderd. Bocklandt verbouwt nu ook de specerij kardemom, een smaakmaker voor koffie in de Arabische wereld en een ingrediënt van speculaas. Tenslotte zijn er plannen om ook de geïnteresseerde koffieconsument bij de plantages te betrekken. Als kleine aandeelhouder van de plantage en als gast van de in ecolodges te veranderen hoofdgebouwen.