De opluchting is Kamerbreed

De Haagse politiek kan leven met `pijnpunten' in het NIOD-rapport over Srebrenica. Opluchting overheerst.

De meer dan 5.000 pagina's tekst van het Srebrenica-rapport plus bijlagen werden door de Haagse politiek gisteren al snel op waarde geschat. Het biedt talrijke aanknopingspunten om iets te doen aan de zware hypotheek die nu al jaren boven het Binnenhof hangt, in de vorm van de suggestie dat Nederland medeverantwoordelijk is voor de bloedigste episode van de Joegoslavische burgeroorlog.

Het NIOD heeft immers aangetoond dat, anders dan vroeger wel beweerd, Nederlandse soldaten noch Nederlandse regering ten aanzien van de gebeurtenissen in juli 1995 blaam treft – een conclusie die gisteren vrijwel Kamerbreed tot grote opluchting leidde. Dat het NIOD in één adem weer nieuwe `pijnpunten' te berde bracht, daarmee kan de Haagse politiek leven. Er moet tenslotte iets zijn om eind deze maand, op de allerlaatste vergaderdagen voor de verkiezingen, in de Kamer een hopelijk bevrijdend debat over te kunnen voeren. Of om, te zijner tijd, alsnog de parlementaire enquête over Srebrenica te houden waarvoor buiten de Kamer al zo lang tevergeefs is gepleit. Het is alleen een beetje onduidelijk waarover deze enquête – nu werkelijk brisante bschuldigingen aan Nederlands adres door het NIOD lijken ontzenuwd – nog zou moeten gaan. Zowel PvdA-leider Melkert, als VVD-voorman Dijkstal vroeg zich dat gisteren hardop af. Een korte parlementaire enquête van twee maanden, zoals gisteren bepleit door D66-leider De Graaf, zou voornamelijk een ritueel karakter dragen.

Vooral premier Kok bleek gisteren een snelle lezer: om half vijf `s middags had hij een `eerste, voorlopige reactie' gereed, die acht velletjes besloeg en een voordracht van bijna een kwartier behelsde. De ontlastende conclusies van het NIOD werden daarin breed uitgemeten. Met stemverheffing wees de premier Mladic, de Bosnisch-Servische legeraanvoerder in 1995, als hoofdschuldige aan en priemde met de beschuldigende vinger naar een locatie elders in Den Haag. ,,Daar hoort hij thuis'', aldus Kok, doelend op het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag.

Toch bleek de premier op andere punten in het geheel niet gecharmeerd van de NIOD-conclusies: de gedachte bijvoorbeeld dat de Haagse politiek, door ethisch enthousiasme bevangen, zich op lichtvaardige wijze heeft begeven in het militaire avontuur Srebrenica, waarvoor andere landen op goede gronden hadden bedankt. ,,Niets doen was geen optie'', aldus de premier. ,,Iedereen was het erover eens dat we iets moesten doen''. In deze visie werd hij later op de dag gesteund door de voormalige ministers Van den Broek en Ter Beek, die als leden van het kabinet-Lubbers III het nodige hadden bijgedragen aan de totstandkoming van het avontuur-Srebrenica. [Vervolg SREBRENICA: pagina 3]

SREBRENICA

Minister De Grave heeft een ernstig probleem

[Vervolg van pagina 1] Dat bleek VVD-leider Dijkstal 's avonds toch heel anders te zien. ,,Met de wetenschap van vandaag'', verklaarde Dijkstal in een tv-uitzending, ,,kun je zeggen dat het geen juiste beslissing is geweest.'' De VVD-fractie, memoreerde hij, had destijds dan ook de nodige twijfels gehad, met name over de te lichte bewapening van Dutchbat.

De VVD-leider onthulde gisteren ook de verblijfplaats van Voorhoeve, de geplaagde minister van Defensie ten tijde van Srebrenica: Amerika. Hij was niet te bellen. Voorhoeve onttrok zich dus aan de nationale oefening in schuldbewustzijn en politieke opluchting, die zich na de presentatie van het rapport met name in televisieprogramma's vertrok. Een beetje overbodige voorzorg, bleek al vlug: het NIOD meent weliswaar dat Voorhoeve voortdurend achter de feiten is aangelopen, maar heeft ook jegens hem geen ernstige verwijten.

Het is aan minister De Grave (VVD, Defensie) om eind deze maand, als opvolger in het ambt, in staatsrechtelijke zin voor de erfenis-Voorhoeve op te komen. Dat zal dus niet zo heel veel moeite kosten. Maar De Grave heeft een ander, veel ernstiger probleem: de suggestie dat de landmachttop, sinds het aantreden van de minister in 1998, onwelgevallige bijzonderheden over Srebrenica onder het tapijt heeft geveegd, terwijl De Grave nog wel zo nadrukkelijk om schoon schip en absolute openheid had gevraagd.

De minister, zo bleek uit zijn reactie, tilt daaraan bijzonder zwaar. Als ambtenaren van Defensie inzake Srebrenica hun eigen minister een rad voor ogen draaien, doet het de vraag rijzen hoe betrouwbaar hun informaties aan de minister over andere onderwerpen zijn. ,,Dit raakt direct aan de ministeriële verantwoordelijkheid'', zei De Grave op een toon die doet vermoeden dat voor de positie van hooggeplaatste militairen zoals de huidige landmachtchef Ad van Baal moet worden gevreesd. Maar eerst moet De Grave nog nagaan of hij de NIOD-beschuldigingen overneemt of verwerpt – de minister liet dat gisteren in het midden.

Met vaste hand zal premier Kok nu leiding geven aan een gezamenlijke standpuntbepaling van het kabinet over het NIOD-rapport, zo liet hij gisteren merken. Minister Pronk, die eerder al voortijdig had geconcludeerd dat ,,de politiek in Srebrenica had gefaald'' en naar verluidt had overwogen gisteren af te treden, blijkt weer in de gesloten rijen te zijn opgenomen. Pronk bleek gisteren de enige Haagse speler van betekenis die zei dat hij de duizenden pagina's eerst moest lezen voordat hij iets kon zeggen.

En wat de NIOD-beschuldiging aan Kok betreft: dat deze ten tijde van Srebrenica te weinig regie zou hebben gevoerd in het kabinet, en Voorhoeve meer dan een jaar met een onmogelijke opdracht had laten aanmodderen – die gedachte bleek zo ver van de premier af te staan dat hij vragen op dat gebied niet begreep.