Bijna alle scholieren hebben computer

Vrijwel alle leerlingen in de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs beschikken thuis over een computer. Slechts 3 procent moet het zonder stellen. Zowel thuis als op school gebruiken leerlingen de computer vooral voor het versturen en ontvangen van e-mails (57 procent), chatten (56) en websurfen. Het computerbezit in gezinnen bedroeg tien jaar geleden ongeveer veertig procent.

Dat blijkt uit het vanmiddag gepresenteerde rapport Van huis uit digitaal; verwerving van digitale vaardigheden tussen thuissituatie en school van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Verder blijkt dat 84 procent van de leerlingen thuis toegang heeft tot internet, 80 procent een eigen e-mailadres heeft en 22 procent een eigen website. Off line wordt de pc thuis het meest gebruikt voor spelletjes.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) komt tot deze conclusies na ondervraging van 1.213 leerlingen op 66 scholen uit de derde klas vmbo en de derde en vierde klas havo en vwo. Hun digitale vaardigheden doen de kinderen spelenderwijs thuis op. In de lessen op school wordt de computer niet vaak gebruikt; bij informatica en informatiekunde gebruikt 43 procent ten minste eenmaal per maand de computer. Bij andere vakken ligt dat nog lager: van 2 procent bij landbouw tot 14 procent bij techniek.

Het SCP constateert dat informatica-onderwijs de achterstand bij meisjes, allochtonen en leerlingen die thuis geen computer hebben, niet heeft gecompenseerd. ,,De overheidsinvesteringen in ICT-onderwijs hebben onvoldoende rendement als het gaat om het bijbrengen van digitale vaardigheden'', concluderen de onderzoekers. In de kabinetsperiode van Paars II is ruim een miljard euro besteed aan de invoering van informatica op scholen.

spelletjes: pagina 2