Bananenbedrijf Suriname op de rand van de afgrond

Bananenbedrijf Surland, een belangrijke leverancier van buitenlandse deviezen voor Suriname, wankelt. Alle werknemers zijn naar huis gestuurd.

Bijna twee jaar zit de regering-Venetiaan in Suriname op haar post, maar economisch wil het nog niet vlotten. Weliswaar is de economie, na het wanbeleid van de vorige regering Wijdenbosch, weer gestabiliseerd, maar de structurele problemen blijven bestaan.

De sanering van het overheidsapparaat, noodzakelijk om de collectieve lasten te verlagen, komt maar niet van de grond. Investeringen om de marktsector te stimuleren blijven achter. En afgelopen week was er een nieuw dieptepunt rond het staatsbedrijf Surland, de belangrijkste onderneming in de bakoven (bananen)sector. Daar werden alle 2000 werknemers naar huis gestuurd, omdat het bedrijf geen geld meer heeft om de lonen te betalen. En dat terijl een nieuwe oogstperiode juist had moeten beginnen.

De onderneming is, naast de veel grotere bauxietsector, een van de weinige bronnen van harde valuta voor de Surinaamse overheid. Surland kampt al lange tijd met liquiditeitsproblemen, torenhoge rentelasten en doorlopende arbeidsonrust.

Oorzaak is, volgens een recent rapport van een Frans consultancybureau, slecht management, een te lage productiviteit en te hoge loonkosten. Daar komt bij dat Surland afhankelijk is van één afnemer, het Ierse voedseldistributiebedrijf Fyffes. Dit bedrijf dreigde in januari van dit jaar al met ,,het einde van de bakovenindustrie in Suriname'' als het Surland niet snel weer op poten werd gezet. Eerder had Fyffes al een eenzijdige prijskorting opgelegd van 30 procent aan de Surinamers. Daarbij kwamen nog enkele slechte oogsten door rukwinden en de naweeën van stakingen tegen het bewind-Wijdenbosch in 1998 en 1999. De actiebereidheid van de Surland-werknemers zorgde ervoor dat er zes oogsten niet door konden gaan.

Hoewel de benarde situatie van Surland al bij het aantreden van de regering-Venetiaan duidelijk was, heeft de Surinaamse overheid, als enige aandeelhouder, niet structureel ingegrepen. De regering gaf slechts garantiestellingen af, zodat de lonen konden worden uitbetaald. Maar een herschikking van de sector is steeds uitgesteld. Daardoor dreigt nu het risico dat de hele Surinaamse bakovenindustrie, goed voor een jaarlijkse inkomstenbron van ruim 12 miljoen dollar (13,6 miljoen euro), ten onder gaat.

De situatie is des te nijpender omdat het Amerikaanse continent aankoerst op de nieuwe vrijhandelszone Free Trade of the America's, waarbinnen Suriname harde concurrentie kan verwachten. Nu al heeft Fyffes gedreigd voor de aankoop van bananen uit te wijken naar landen als Ecuador, waar de loonkosten lager zijn.

De oplossingen liggen voor de hand, maar zijn pijnlijk en daardoor steeds uit de weg gegaan. Dat is een bekende reflex binnen de Surinaamse politiek, waar de macht in handen is van het Nieuw Front, een bundeling van vier partijen. De mega-coalitie zorgt er op meerdere terreinen voor dat een daadkrachtig bestuur vaak smoort in belangenbehartiging van de etnisch georienteerde volkspartijen. Ook de situatie bij Surland heeft onder dit probleem te lijden. Binnen het verantwoordelijke Surinaamse ministerie van Landbouw ligt al sinds april 2001 een rapport in de kast dat pleit voor ingrijpende maatregelen, waaronder een sanering van ruim 650 werknemers, een betere marktoriëntatie en een herschikking van de schulden. Maar echt concrete stappen zijn nog niet genomen.

Ondertussen liggen al deze maatregelen dezer dagen weer op tafel, als er wordt onderhandeld tussen regering en Surland over een overbruggingskrediet. President Venetiaan bemoeit zich persoonlijk met de zaak. Maar de sfeer is slecht sinds vice-president Jules Adjohia Surland vorige week in de Nationale Assemblee betitelde als ,,een bodemloze put.''

Een belangrijke rol in de onderhandelingen wordt gespeeld door Jiwan Sital, voorman van de Surland-werknemers en parlementariër voor de landbouwpartij PVF. Hij pleit al langer voor grootschalige investeringen in de agrarische sector, volgens hem een van de onderdelen van de Surinaamse economie waar nog toekomst in zit. Maar Sital staat, wat Surland betreft, in een spagaat. Want ook hij weet dat dit soort investeringen in de bakovensector alleen maar succesvol zullen uitpakken als ze hand in hand gaan met een ingrijpende sanering van het Surland-personeelsbestand. En dat laatste is geen prettige boodschap voor zijn achterban op de bananenplantages in Saramacca.