Wist Dutchbat van executies?

Het overgrote deel van de executies door Servische troepen van moslims heeft zich buiten het zicht en de kennis van de Nederlandse militairen voltrokken. Veel doden zijn overigens gevallen bij optreden van het Bosnisch-Servische leger tegen een uitbraakpoging van de 28ste divisie van het moslimleger, die naar Tuzla wilde trekken. Wel hadden zich bij deze moslimmilitairen vrouwen en andere burgers aangesloten.

Naar aanleiding van deze uitbraak heeft de Bosnisch-Servische legerleider Mladic mogelijke eerdere plannen voor een ordelijke behandeling van krijgsgevangenen naar humanitair oorlogsrecht laten varen, en zelf opdracht gegeven tot executies van krijgsgevangenen. Het Bosnisch-Servische leger, dat Srebrenica min of meer tot zijn eigen verrassing zonder veel tegenstand van moslimzijde had ingenomen, had haast bij het afronden van de operaties in Srebrenica, en wilde verder trekken naar de enclave Žepa . Daarnaast zijn er grootscheepse wraakacties geweest tegen niet-combattanten, zoals executies van degenen met wie sommige Serviërs nog een rekening te vereffenen hadden na de oorlog in Oost-Bosnië, in 1992.

Ook van deze massa-executies hebben de Nederlanders geen weet gehad, met één mogelijke uitzondering: die in het zogenoemde Witte Huis, niet ver van de compound in Potocari, waar naar schatting honderd tot vierhonderd mannen zijn gedood. Sommige Nederlandse militairen hebben van deze gebeurtenis weet of vermoedens gehad. Vanwege de geringe bereidheid van Nederlandse militaire autoriteiten, ook in de nasleep van de val van Srebrenica, te komen tot een inventarisatie en totalisatie van kennis en ervaring van Nederlandse manschappen in Srebrenica is het echter niet tot een geordend beeld gekomen.