Was de aanval te voorspellen?

,,De aanval van het Bosnisch-Servische leger op Srebrenica begin juli 1995 kwam voor alle andere betrokken partijen volkomen onverwacht. Ook de inlichtingendiensten hadden er geen enkele informatie over verworven.'' Dit kan, volgens het NIOD, worden verklaard uit de late besluitvorming van de Bosnische Serviërs tot de aanval en de uiteindelijke verovering van de gehele enclave, maar ook de ,,zwakke inlichtingenpositie'' van de VN en het ontbreken van voldoende middelen om de intelligence te vergaren en te analyseren. ,,De val van Srebrenica was daardoor mede een falen van de militaire intelligence.''

Bij het kabinet, het ministerie van Defensie en het parlement bestond, volgens het NIOD-rapport, ,,een anti-intelligency houding''. De Militaire Inlichtingendienst (MID) kreeg onvoldoende extra middelen om additionele informatie te vergaren en werd onvoldoende bij de besluitvorming over Srebrenica betrokken. ,,Daardoor zijn veel minder waarnemingen gedaan dan technisch had gekund.''

De Verenigde Staten hadden in Bosnië de sterkste inlichtingenpositie. Nederland had hiervan kunnen profiteren, maar gebrek aan interesse en een negatieve houding van de militaire en politieke leiding hebben dit verhinderd. De CIA verzocht Nederland om een aantal zogenoemde Comint-koffertjes de enclave in te smokkelen. In die koffertjes zat apparatuur verborgen om in de regio het communicatieverkeer via walkietalkies te onderscheppen. In ruil daarvoor zou Nederland kunnen beschikken over de opgepikte informatie. De top van de Koninklijke Landmacht wees dit verzoek/aanbod een paar keer af met als argument dat het riskant was, in strijd met het VN-beleid, en dat twijfel bestond over wat het zou opleveren. ,,Daarmee werd de MID en Dutchtbat een mogelijkheid ontnomen om `oren' en wellicht `ogen' te verwerven in Srebrenica.''