Viel `Srebrenica' te voorkomen?

Nee, concludeert het NIOD-rapport, eigenlijk was de val van Srebrenica met militaire middelen niet te voorkomen. Het mandaat van Dutchbat stond geen daadwerkelijke verdediging van de enclave toe, alleen afschrikking. Bovendien waren de Nederlandse peacekeepers met hun lichte bewapening ,,niet uitgerust om het gevecht te voeren. (...) Het grootste deel van de povere gevechtskracht van Dutchbat bevond zich bovendien verspreid over de OP's (observatieposten, red).''

De enige manier voor de VN om militair terug te slaan was het uitvoeren van close air support, gerichte luchtaanvallen. Misverstanden bij de leiding van Dutchbat leidden er toe dat de luchtsteun uiteindelijk te laat kwam. Sinds de gijzeling van honderden VN-miltairen in mei 1995 na eerdere luchtaanvallen van de NAVO bestond het principe dat alleen maar luchtaanvallen zouden worden uitgevoerd op zogenaamde `smoking guns', Servische eenheden die direct op VN-personeel vuurden. Dit `smoking-gun principe' was niet voldoende bekend bij Nederlandse militairen in Tuzla en Srebrenica. Dit leidde tot ,,enorme misverstanden en beoordelingsfouten, waardoor Dutchbat in Srebrenica dacht dat de vroege morgen van 11 juli zou beginnen met een grote bombardementsactie van de NAVO''.

Als Dutchbat zich wél direct had verweerd, was het ,,politiek-psychologisch'' denkbaar geweest dat generaal Mladic ,,zou zijn teruggeschrokken voor een gevecht dat aan Unprofor-zijde slachtoffers zou eisen''. Het feit dat Mladic pas nadat hij merkte dat er geen tegenstand was besloot Srebrenica te veroveren is hiervoor het bewijs. Het initiatief voor een verdediging had van de ,,hogere niveaus'' van de VN moeten komen. ,,Maar die hogere niveaus keken al met veel aarzeling aan tegen close air support (...) laat staan dat zij serieus optreden in de vorm van actief terugvechten van Dutchbat overwogen.'' ,,Eigenmachtig ingaan tegen deze bevelslijn'' van Dutchbat ,,lag niet in de rede''.