Srebrenica: intenties...

Srebrenica was vanaf het allereerste begin géén `veilig gebied' en kon dat met Nederlandse militaire hulp ook niet worden. Regering en Tweede Kamer dachten in 1993 dat het zou lukken, maar ze hadden beter kunnen en moeten weten. Ze staken hun kop niettemin in het zand omdat ze werden gedreven door verlangen `Gesinnungsethik' te bedrijven. Ze vonden morele zuiverheid belangrijker dan praktische effectiviteit. Toen deze verheven intenties op het slagveld van Bosnië door de banale machtsverhoudingen waren weggeblazen, trokken de betrokkenen zich vervolgens terug in hun bestuurlijke bastions in de hoop met `Verantwortungsethik' de schade te kunnen beperken. Het gevolg? Maatschappelijke onrust die door een extern onderzoek moest worden beslecht.

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) heeft daarover ruim vijf jaar gedaan en vandaag zijn ruim drieduizend pagina's tellende rapport Srebrenica: een `veilig' gebied openbaar gemaakt. Zij die hadden gerekend op een hermetisch sluitend verhaal waarin zwart en wit helder zijn te onderscheiden, komen bedrogen uit. Het NIOD velt geen politieke oordelen, maar heeft zich beperkt tot reconstructie en analyse. Het resultaat is, op het eerste gezicht, een historiserend rapport waarbij niemand exclusief te biecht kan gaan.

Srebrenica biedt juist daardoor een ontluisterend beeld. Vanaf begin tot einde zijn alle betrokkenen niet opgewassen geweest tegen de taken die in Bosnië moesten worden vervuld. Zowel de internationale gemeenschap als Nederland waren in Joegoslavië vooral met één ding bezig: ,,doormodderen''.

Het politieke besluit om deel te nemen aan de vredesmacht in Bosnië was daarvan de eerste illustratie. Onder druk van sommige media en de publieke opinie, die humanitair ingrijpen eiste, brak Den Haag zich amper het hoofd over een diepgaande analyse van het conflict in Joegoslavië en de specifieke constellatie in Srebrenica. In 1993 domineerden vooral premier Lubbers en minister Van den Broek van Buitenlandse Zaken het regeringsbeleid ten koste van minister Ter Beek van Defensie. Hun opvolgers Kok en Van Mierlo waren later en tot overmaat van ramp aanzienlijk minder actief.

Dutchbat ging zodoende slecht voorbereid naar Srebrenica. Hoewel er volgens het NIOD geen aanwijzingen zijn dat de blauwhelmen bovenmatig geïnspireerd waren door `rechts-extremistische' opvattingen, lieten ze zich ter plaatse wel leiden door stereotiepe denkbeelden over vreemdelingen in het algemeen en de plaatselijke bevolking in het bijzonder. Bovendien had Dutchbat onvoldoende middelen én mandaat om op het kritieke moment daadwerkelijk op te treden tegen de opmars van het Bosnisch-Servische leger onder leiding van generaal Mladic. Het schortte met name aan effectieve communicatie met de Verenigde Naties en de defensiestaf in Den Haag. Toen overste Karremans van Dutchbat om massale luchtsteun vroeg en de Franse generaal Janvier daarvoor terugdeinsde, in weerwil van de adviezen van zijn omgeving, stond de Haagse bunker simpel buitenspel. Voor de suggestie dat Janvier indertijd een `deal' had gesloten met Mladic heeft het NIOD geen ,,hard bewijs'' kunnen vinden.

Het meest schrijnend in het NIOD-rapport is dat de vredesmacht geen aanstalten maakte een serieus inlichtingennetwerk op te zetten. Alle leidinggevenden in de top van krijgsmacht én politiek stonden zelfs ,,negatief'' ten opzichte van dit werk. Zo wees de leiding van de landmacht een voorstel van de CIA van de hand om spionage-apparatuur de enclave in te smokkelen omdat ze dat te riskant vond en bovendien in strijd met de richtlijnen van de VN.

Dutchbat was om al deze redenen kansloos tegen de troepen van Mladic. Wat er vanaf 11 juli 1995 vervolgens is gebeurd, was het gevolg van deze slechte ,,preparatie'' van de missie. Karremans kon de druk niet aan en vond geen gehoor in de hogere echelons. Zijn adjunct Franken was ter plaatse de feitelijke commandant, maar communiceerde slecht met Karremans. Oog in oog met de troepen van Mladic en de duizenden vluchtelingen om hem heen, koos Franken voor het kleinere kwaad: vrouwen en kinderen eerst. Hij vermoedde dat de mannen die door de Serviërs werden afgevoerd, een dodelijk lot zou treffen. Maar de massamoord op meer dan zevenduizend moslims heeft zich volgens het NIOD niet onder de ogen van Dutchbat voltrokken.