Pontiac illustreert met wrange kwinkslagen

In galerie FuzzyArt zit, met licht gegeneerde blik, tekenaar Peter Pontiac himself. Hij vindt het `mal', zegt hij, dat hij op zijn eigen tentoonstelling aanwezig is. ,,Ik hoop dat er even niemand komt.'' Maar hij heeft nu eenmaal in de galerie afgesproken met mensen uit Antwerpen, waar dit najaar in cultureel centrum Luchtbal een grote overzichtsexpositie van zijn werk gehouden wordt.

Pontiac (1951) vertelt dat hij met de VPRO, die een documentaire over hem voorbereidt, binnenkort naar Curaçao gaat, naar de Daaibooibaai om precies te zijn. Op die plek verdween in 1978 zijn vader, zoals ook te lezen valt in Pontiacs beeldroman Kraut (2000).

De verkoopexpositie in FuzzyArt biedt een kleine, interessante selectie uit Pontiacs werk. Er hangen een paar strips uit zijn vroege periode als underground-tekenaar, maar de hoofdmoot bestaat uit zijn illustraties van de laatste tien jaar voor het muziektijdschrift Oor, NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad. Voor die laatste krant maakte Pontiac in 1995 een zwart-wit tekening over de dood van Kurt Cobain, de rockzanger die zijn succes niet aankon. Huilende grunge-tieners knielen bij zijn graf. Op de grafsteen staat een afbeelding van Cobain met doornenkroon, op de achtergrond leurt een verkoper met T-shirts.

Het recente werk van Pontiac blinkt uit in subtiel, lichtelijk wrang commentaar op de actualiteit. Een ander voorbeeld: in februari van dit jaar maakte hij voor het AD een tekening van Máxima die in bed bovenop de kroonprins zit. Ze draagt de kroon en zwaait vervaarlijk met de scepter. Willem-Alexander, in gestreepte pyama, drinkt een biertje en prikt sullig met zijn vinger in haar buik. Zo bevat iedere tekening een klein verhaal, en er wordt altijd wel ergens een onverwachte draai gemaakt. In een kleurpotlood-tekening uit 1992 naar aanleiding van de film The Doors van Oliver Stone zien we tussen het bioscooppubliek een bebaarde dikzak zitten met een biertje, die zijn hoofd naar ons omdraait. Hij is het, Jim leeft!

Pontiacs gebruik van kroontjespen en Oost-Indische inkt is vanaf het begin virtuoos geweest. Waar zijn tekeningen eerst duister en overvol met details waren, heeft hij de laatste tien jaar meer lucht en kleur toegelaten. Dat is bijvoorbeeld te zien in zijn cover voor het cultfilmblad Schokkend Nieuws, met ijzingwekkend perspectief vanuit een doodskist, of in zijn illustraties voor de Boekenbijlage van deze krant. Als autobiografisch striptekenaar komt Pontiac op de tentoonstelling naar voren middels enkele pagina's uit Mainline, een vakblad voor drugsgebruikers. Pontiac verhaalt daarin over zijn ontmoetingen met de vorig jaar overleden zanger Herman Brood. De eerste keer was in Utrecht, winter 1969-1970, in ,,een Chinees bij wie we plakjes opium discreet bij de haaievinnesoep konden krijgen'', aldus het bijschrift.

Pontiacs houding ten opzichte van drugs is altijd zeer liberaal geweest, ook nadat hij zich van het gebruik ervan had afgekeerd. Daarom is het grappig om zijn illustratie Cannabisme te bekijken, die dit jaar werd geplaatst bij een artikel over cannabisverslaving in het medisch katern van het AD. De originele tekening, met gebruikers die in plastic wietzakjes gevangen zitten, heeft als onderschrift `in de ban van het bloowen'. Pontiac vertelt dat die dubbele o, waarmee hij wilde verwijzen naar ouderwetse tijden waarin men blowen nog als een gevaar zag, door de krant werd weggeretoucheerd. De tekenaar glimlacht. ,,Ze dachten dat ik dom was.''

Tentoonstelling: Peter Pontiac. Galerie FuzzyArt, 2e Tuindwarsstraat 11, Amsterdam. T/m 19-4. Open do-za

12.30-17.30 u of op afspraak.

Inl. 020-6262780 of www.fuzzyart.nl