Niet verheffend

Het is eigenaardig dat het zoveelste onderzoek naar de minder prettige gevolgen van overmatige tv-consumptie toch weer in de categorie `nieuws' valt. Men blijft er kennelijk van opkijken. Stukjes op de voorpagina. Achtergrondinterviews met pedagogen en massacommunicatiedeskundigen. Discussies die al dertig jaar geleden werden gevoerd.

Dit is vooral zo vreemd omdat tv-kijken door niemand als een hoogwaardige tijdsbesteding aangemerkt wordt. Het is niet iets waar iemand kampioen in kan worden. Je kan heel goed a priori stellen dat het, zeker voor kinderen, niet tot aanbeveling strekt een groot deel van het wakend bestaan voor de tv te hangen. Daar is geen onderzoek voor nodig. Dat kun je gewoon zien. Met andere kinderen spelen, kliederen met verf, balletje trappen, bomen klimmen, broertje pesten, knippen & plakken, de kat achterna zitten, zich verkleden, strips lezen, alles is geestelijk en lichamelijk verrijkender dan aangesloten zijn op het televisie-infuus.

Televisie werd juichend verwelkomd als `venster op de wereld', maar in die term ligt al besloten wat de makke ervan is. Een venster is niet de wereld zelf, maar iets plaatsvervangends, iets bij-gebrek-aan-beters, iets wat op z'n best tweedehandservaringen bewerkstelligt. Televisie is een zegen voor immobiele, eenzame bejaarden, ingezakte huwelijken, bajesklanten, ziekenhuispatiënten en andere bewoners van inrichtingen. Wie zich niet meer met de wereld kan verstaan, beschikt toch over een middel om de tijd te doden. Maar voor kinderen hoop je toch op een dagelijks leven met meer Schwung.

De vraag of veel televisiekijken een slechte invloed heeft, is dan ook geen wetenschappelijke maar een morele. Natuurlijk hebben ook kinderen recht op een zekere hoeveelheid passiviteit, net zoals er niets op tegen is om ze zuurtjes en gevulde koeken te geven naast broccoli en bruin brood met kaas. Bovendien is er af en toe best iets moois of grappigs te zien, waar plezier aan valt te beleven. Maar als tv-kijken alle andere tijdsbestedingen overvleugelt, raakt het kind afgestompt, apathisch of prikkelbaar. In tegenstelling tot activiteiten die wel fysieke of geestelijke inspanning vergen, werkt televisiekijken niet verkwikkend. Niemand is tevreden over zichzelf na een marathon tv-sessie. Wie van kindsaf aan een zware tv-routine in zijn leven heeft ingebouwd, kiest stelselmatig voor de weg van de minste weerstand: een ideale voedingsbodem voor faalangst (als je nooit iets moeilijkers geprobeerd hebt, durf je ook niet meer), en van daaruit is het een glijbaan via spijbelen en schooluitval, alcohol- en drugsgebruik, naar lager wal en criminaliteit.

De inhoud van de programma's staat hier betrekkelijk los van. Wie veel kijkt, krijgt automatisch meer rotzooi binnen, omdat er nu eenmaal niet zo heel veel van topkwaliteit wordt vertoond. En dan nog verdient een uurtje trash-tv (slecht gemaakte cartoons en andere commerciële ellende) de voorkeur boven urenlang in de ban verkeren van pedagogisch verantwoorde video's.

Ouders die zich nooit eens afvragen of hun kind niets beters te doen heeft dan ongelimiteerd tv-kijken, maken zich schuldig aan geestelijke verwaarlozing, omdat zij falen in de taak hun kind vertrouwd te maken met de wereld om zich heen. Het is zoveel makkelijker kinderen gevangen te houden voor de tv dan het onderlinge geklier of gedrens te moeten aanhoren of ze buiten in de gaten te moeten houden of ze de gelegenheid te geven een of andere vaardigheid te ontwikkelen.

In de wetenschap en de media kunnen de twisten over de kwalijke dan wel de niets-aan-de-hand-gevolgen van overmatig televisiekijken op de kinderziel nog jaren doorgaan. Maar in moreel opzicht ligt het glashelder: beter te weinig tv dan te veel tv.