Jongens

,,Zijn dit nu echte hooligans?'' vroeg een advocaat zich gisteren voor de Amsterdamse politierechter af. Het was de advocaat van een van de drie verdachten die als eersten terechtstonden voor hun gedrag tijdens Ajax2-FC Utrecht.

Tja, wat zijn hooligans? Met zijn retorische vraag gaf de advocaat ongewild de ongrijpbaarheid van het probleem aan. Want we moeten af van het clichébeeld van de hooligan: een onmaatschappelijke randfiguur, asociaal tot in het merg, die alleen op zondag uit zijn hol komt om zijn ware aard te tonen. Was het maar zo gemakkelijk.

De hooligan kan ook een redelijk oppassende burger zijn die een normaal leven leidt dat hij op zondag laat ontsporen als hij en de anderen om hem heen daarvoor in de stemming is. Dan wordt de kwajongensgeest over hem vaardig en moeten er agentjes worden gepest en andere kwajongetjes op hun bek geslagen. Hooligans zijn grote mannen die de korte broek nooit helemaal ontgroeid zijn. Op zondag trekken ze hem aan, want dan mogen ze naar hun nieuwe versie van de speeltuin.

Nogal schlemielige mannen ook, zoals ze daar voor de politierechter zaten. Met Amsterdam hadden ze niets te maken, het waren provincialen. Ze kwamen uit Wezep, Wijk bij Duurstede en Huizen. De eerste sprak met een sterk oostelijk accent, de tweede klonk Utrechtser dan Rijk de Gooijer. Hun leeftijden: 21, 25 en 33 jaar.

Van zulke mannen blijft weinig over als ze voor de rechter zitten. De man uit Wezep, een stratenmaker, moest voortdurend tegen zijn tranen vechten. Hij zat in een gevangenis met veel Feyenoord-supporters, waar hij zich nauwelijks durfde te verroeren. En waarom had hij zichzelf dit aangedaan? Het werd maar niet duidelijk. Hij werkte graag, en hij had een vriendin die van hem in verwachting was. Amsterdam kende hij niet, hij was zelfs nooit eerder naar een wedstrijd in het betaald voetbal geweest.

Maar op die vrijdagavond van 29 maart vond hij het opeens interessant om de spullen in de Arena te vernielen. Hij liep met andere vandalen naar de tweede ring, het afgesloten gebied waar hij niets te zoeken had, behalve supporters van FC Utrecht. ,,Ik dacht: ik loop achter de groep aan. Ik heb me gewoon laten meeslepen.''

Criminelen waren het niet, al waren ze allemaal wel eens met de strafrechter in aanraking gekomen. Geen zware jongens, maar zwakke jongens. Het vervelende is alleen dat al die zwakke jongens samen veel ontwrichting kunnen veroorzaken. Dat kun je bagatelliseren, zoals enkele advocaten nogal deden. ,,Voetbal is emotie, bij voetbal hoort een beetje jennen'', zei een van hen. ,,Waar hebben we het over?'' vroeg een andere advocaat zich af. Het was begrijpelijk dat de officier van justitie zich daaraan stoorde.

De rechter deed wat van hem verwacht werd: stevig straffen (inclusief stadionverbod) waar nodig, maar ook vrijspraak voor de man uit Huizen die `geen significante bijdrage' aan het geweld had geleverd.

Jammer eigenlijk dat al die vandalen zo'n kleine honderd – niet samen berecht kunnen worden. Misschien zouden ze iets leren van elkaars belachelijkheid.