Joegoslavië: medewerking aan tribunaal

De Joegoslavische regering heeft zich gisteren unaniem akkoord verklaard met de wet op de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal.

Als het federale parlement de wet ook goedkeurt – het ontwerp wordt vandaag behandeld – komt de weg vrij voor de uitlevering van een aantal Joegoslavische verdachten die door het VN-tribunaal worden gezocht.

De goedkeuring van de federale regering werd gisteren mogelijk gemaakt door een amendement, afgedwongen door de Montenegrijnen in de regering. Het amendement bepaalt dat de wet alleen van toepassing is op de verdachten die op dit moment worden gezocht door het Joegoslavië-tribunaal; toekomstige verdachten moeten worden berecht in Joegoslavië zelf.

Een woordvoerder van het tribunaal protesteerde gisteren tegen die beperking. ,,Dit is geen bazaar. Je kunt niet onderhandelen over samenwerking'', zo zei hij. De Servische premier Zoran Djindjic echter verdedigde de beperking. ,,Samenwerking [met het tribunaal] is onze plicht, maar we bepalen zelf hoe we dat doen. Samenwerking wordt gemeten in daden eerder dan woorden, dus het tribunaal moet zich niet met onze wet bemoeien.''

(Reuters)

Een onzer redacteuren voegt hieraan toe:

De wet houdt niet langer rekening met de presidentiële of parlementaire onschendbaarheid waarop verdachten zich tot nu toe altijd konden beroepen. Dat betekent – althans in theorie – dat de Servische president Milan Milutinovic, tegen wie een aanklacht van het tribunaal loopt, kan worden uitgewezen, ook al geniet hij immuniteit. Dat geldt ook voor enkele andere prominente oud-medewerkers van de vorig jaar naar Den Haag overgebrachte Joegoslavische ex-president Slobodan Miloševic.

Een ander belangrijk element in het wetsontwerp is de bepaling dat de wet ook van toepassing is op buitenlanders die zich op Joegoslavisch grondgebied bevinden. Dat betekent dat een man als Ratko Mladic, oud-legerleider van de Bosnische Serviërs, kan – en zelfs moet – worden opgepakt en uitgeleverd. Mladic, als Bosnisch staatsburger formeel een buitenlander, bevindt zich naar verluidt vaak in Belgrado. Hetzelfde geldt voor Radovan Karadzic, oud-leider van de Bosnische Serviërs, die zich schuilhoudt in Bosnië, maar die ook regelmatig naar Montenegro reist.

De nieuwe wet voorziet verder in de oprichting van een `Nationale Samenwerkingsraad', een orgaan dat de bevoegdheid krijgt onderzoekers van het tribunaal toe te laten tot de nationale archieven. Die toegang is belangrijk bij het vergaren van bewijsmateriaal tegen Miloševic en zijn medewerkers.

Als het federale parlement instemt met de wet – en dat wordt verwacht – komt de weg vrij voor nieuwe Amerikaanse hulp. De VS hebben die hulp afhankelijk gemaakt van de samenwerking van Joegoslavië met het tribunaal. Ze bevroren begin deze maand een hulppakket van 40 miljoen dollar toen Belgrado op 31 maart een ultimatum liet verstrijken.

www.nrc.nl

dossier Joegoslavië Tribunaal