In Srebrenica zelf zitten de muren nog vol kogelgaten

In Srebrenica zelf blijft de nieuwsgierigheid naar het NIOD-rapport over de val van de enclave en de rol van Dutchbat beperkt.

Had Dutchbat meer kunnen doen? Peinzend kijkt Bob Janssen uit het raam van het kantoortje van de Werkgroep Nederland-Srebrenica. ,,De enclave zat in een onmogelijke positie, in een dal, omringd door heuvels. Srebrenica was sowieso gevallen. Dutchbat had wellicht meer mensen kunnen opvangen, meer medische hulp moeten bieden.''

Zeven jaar na de val van de veilige enclave en de dood van ruim zevenduizend moslims herinnert alles in Srebrenica aan die dramatische dag, 11 juli 1995. Gevels zitten vol kogel- en granaatinslagen. Vandaag is Srebrenica een spookverschijning. Wegen zijn verbrokkeld, winkels karig voorzien. De inwoners sjokken door het stof, in sjofele trainingspakken of verstelde colbertjes.

Met de moslims is ook het vertier vertrokken; in Srebrenica worden geen feesten meer gegeven, worden geen films meer gedraaid. Tot ontsteltenis van restauranthouder Omer Spahic laten de nieuwe inwoners, Bosnisch-Servische vluchtelingen, hun varkens in de bermen van het stadje scharrelen. ,,Ik heb niets tegen die dieren'', zegt hij, een moslim, haast verontschuldigend. ,,Maar Srebrenica lijkt wel een vuilnisbelt.''

Ooit was Bob Janssen een blauwhelm, net als de leden van Dutchbat. In de tweede helft van 1995 maakte hij deel uit van een VN-missie in de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Enkele weken eerder had het Bosnisch-Servische leger het `veilige gebied' Srebrenica ingenomen. ,,Sinds die tijd heb ik iets met Srebrenica'', aldus Janssen. Noem het een morele plicht. Nu is hij coördinator van de Werkgroep Nederland-Srebrenica. Civiele aanwezigheid is hun voornaamste doel in Srebrenica. ,,Toen we de moslims vroegen wat we konden doen, zeiden ze: aanwezig zijn. Onder het toeziend oog van de internationale troepenmacht SFOR en de werkgroep durven de moslims terug te keren.'' Mondjesmaat, dat wel, tachtig tot dusverre.

Burgemeester Šefket Hafizovic is een van hen. Het kiesstelsel stelt de verdreven moslims in staat voor de gemeenteraad van Srebrenica te stemmen, hoewel ze er niet meer wonen. Zo bevolken de Bosnische Serviërs de stad, maar hebben de Bosnische moslims de meerderheid in de gemeenteraad.

De burgemeester keerde onlangs terug. Hij ontsnapte zeven jaar geleden aan het Bosnisch-Servische leger, te voet, door de heuvels rond Srebrenica. Na zes dagen kwam hij aan in Tuzla, in door moslims beheerst gebied. Šefket Hafizovic is een parttime terugkeerder. Doordeweeks woont hij in een voormalig hotel in Srebrenica, in het weekeinde verblijft hij bij zijn familie in Tuzla die nog niet naar Srebrenica durft.

Want de Bosnische Serviërs waren lang niet gediend van de terugkeerders. Jarenlang wisten ze potentiële kandidaten af te schrikken; nieuw opgetrokken muurtjes lagen de volgende dag in puin, geparkeerde auto's vlogen vanzelf in brand. En als dat niet genoeg was, reden ze met getrokken revolver langs de moslims en zongen luidkeels nationalistische liederen.

Maar dit jaar stijgt het aantal terugkeerders en nemen de intimidaties af. Waarom is onduidelijk. De stijging van het aantal terugkeerders heeft, zo zegt de burgemeester, mogelijk te maken met de eigendoms-wet. In het vredesakkoord van Dayton staat dat vluchtelingen kunnen terugkeren naar hun oude huizen. Jarenlang was die afspraak een dode letter. In Srebrenica leidde de bepaling tot algemene apathie. Bosnische Serviërs die waren gevlucht uit andere delen van Bosnië namen de huizen van de verdreven moslims in Srebrenica in. Maar opknappen deden ze niet; morgen immers kon een moslim-familie op de stoep staan om de woning op te eisen.

Nu maakt de overheid werk van de eigendoms-wet waardoor meer vluchtelingen naar hun huis terugkeren. Ze hebben niet veel te doen. De hoge werkloosheid is een van de grootste problemen in Srebrenica. Ooit was het stadje beroemd om zijn geneeskrachtige bronnen. Maar bij de belegering en verovering van de enclave hebben de Bosnische Serviërs de baden en de hotels kapot geschoten. Sindsdien blijven de badgasten weg.

,,Het was niet de schuld van Dutchbat'', zegt ook de burgemeester. ,,Zij moesten hun orders opvolgen. Ook zij zijn verraden, net als onze moslims. Er bestaat geen collectieve schuld. Hoge VN-functionarissen zijn schuldig aan ons drama.'' Het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) zal volgens Hafizovic in dat opzicht weinig helderheid verschaffen.

Omer Spahic spreekt wel van collectieve schuld. De hele internationale gemeenschap is verantwoordelijk voor de moord op de moslims, niet alleen Dutchbat, zegt hij. Restauranthouder Spahic wil niet meer omkijken hij wil vooral verder. ,,Al moeten sommige schuldigen wel worden gestraft. U weet wel wie'', fluistert hij, met het oog op zijn Servische klanten. Hij doelt op Radovan Karadzic en Ratko Mladic, president en legerleider van de Bosnische Serviërs in de oorlog. Beiden lopen nog vrij rond, beiden genieten grote populariteit onder de Bosnische Serviërs.

Spahic is niet erg gelukkig met Srebrenica. ,,De kwaliteit van het water is slecht, de centrale verwarming werkt amper en na acht uur is het donker op straat, want de verlichting worden niet meer aangestoken.'' Waarom hij toch terug kwam? ,,Dit is mijn grond, dit is mijn stad. Ik heb mijn hele leven hard gewerkt. Dit huis is van mij. Van niemand anders.''