Hockeyarbitrage blij met koptelefoon

Om de kwaliteit van de arbitrage te verbeteren staan scheidsrechters in de hockeyhoofdklasse sinds kort met elkaar in contact via een draadloze verbinding. De eerste reacties zijn positief.

Hard was het oordeel dat André Bolhuis anderhalve maand geleden velde tijdens het wereldkampioenschap hockey in Maleisië. ,,Sommige scheidsrechters fluiten de wedstrijd dood'', mopperde de voorzitter van de Nederlandse hockeybond (KNHB). Bondscoach Joost Bellaart ging een stap verder en pleitte, bij gebrek aan kundige arbiters, voor de introductie van technische hulpmiddelen. ,,Want zo kan het echt niet langer.''

Kritiek aan het adres van de arbitrage is eerder regel dan uitzondering in het hockey, de sport die de laatste jaren een metamorfose heeft ondergaan. Dankzij de toegenomen slagkracht, nieuwe technieken en de fitheid van de spelers golft het spel zo snel op en neer dat de twee scheidsrechters regelmatig het spoor bijster raken. Vooral in de cirkel, waarin vaak zoveel spelers samendrommen dat het zicht ernstig wordt belemmerd.

Om de groeiende kritiek het hoofd te bieden, maar vooral om de kwaliteit van de arbitrage te verbeteren, experimenteerde de bond vorig najaar tijdens de Inter Cup, een reeks oefenduels ter overbrugging van de competitieloze periode, met scheidsrechters die via een draadloze verbinding met elkaar in contact stonden. ,,Om de onderlinge communicatie te verbeteren en de scheidsrechters in geval van twijfel de mogelijkheid te bieden elkaar te raadplegen'', verklaart oud-scheidsrechter Peter von Reth, tegenwoordig voorzitter van de aanwijzing- en beoordelingscommissie arbitrage.

De proef beviel zo goed dat in de winterstop werd besloten de twee aangeschafte headsets (kosten per set 1.200 euro) in te zetten in de hoogste afdeling van de Nederlandse competitie. Zodoende staan sinds eind vorige maand minimaal twee duels uit de mannen- en/of vrouwenhoofdklasse onder leiding van twee met koptelefoons uitgeruste scheidsrechters. ,,Het uiteindelijke doel is, althans dit seizoen, een vlekkeloos verloop van de play-offs'', zegt bondsdirecteur Johan Wakkie.

Met het experiment komt de bond tegemoet aan de wens van een selecte groep oud-internationals, verenigd in De Batavieren. Die pleitte vorig jaar op basis van eigen onderzoek, vastgelegd in het rapport Hockey en Geld, nieuwe zakelijkheid en de ware hockeygeest, onder meer voor het gebruik van elektronische hulpmiddelen `teneinde de kwaliteit van de scheidsrechters in de hoofdklasse op hetzelfde niveau te brengen als dat van de spelers'.

De eerste reacties zijn positief volgens Wakkie. `Sterk imago-verbeterend' en `professioneel', luidde het oordeel van de arbiters die meewerkten aan het experiment. Von Reth signaleert nog een voordeel. ,,In geval van twijfel stapte een scheidsrechter tot voor kort niet zo makkelijk naar zijn collega aan de andere kant van het veld. Ten overstaan van het publiek druiste dat toch een beetje in tegen het eergevoel. Die hobbel hebben we nu sowieso weggenomen.''

Peter Elders was tweeëneenhalve week geleden, bij het duel HCKZ-Kampong (8-3), een van de `proefkonijnen'. ,,Hoewel mijn collega en ik er nauwelijks of geen gebruik van hebben gemaakt, waren spelers en coaches na afloop zeer te spreken over deze nieuwe aanpak'', zegt Nederlands enige scheidsrechter bij het WK in Kuala Lumpur. ,,Om de doodeenvoudige reden dat ze het idéé hadden dat de kans op vergissingen nu ineens veel kleiner was.''

Elders is weliswaar ,,geen tegenstander van technische hulpmiddelen'', maar nog niet volledig overtuigd van het nut. ,,Ik ben positief-afwachtend, zoals dat zo mooi heet. Maar ik vraag me af of het apparaat niet te veel afleidt. Wij zijn niet feilloos maar als het goed is, zijn die koptelefoons niet nodig en zal dat microfoontje in acht van de tien gevallen gebruikt worden om de collega aan de overzijde te attenderen op een leuke dame in het publiek.''

Hoewel de eindrapportage nog even op zich laat wachten, overweegt de bond een stap verder te gaan en de bevoegheden van de 'derde official' uit te breiden. ,,Die draagt nu, afgezien van wat administratieve handelingen, geen enkele verantwoordelijkheid en je kan je afvragen of ook die de arbitrage niet zou kunnen ondersteunen'', zegt Wakkie.

Daarbij gaan de gedachten uit naar het ijshockey- of cricketmodel, waar in het geval van een omstreden doelpunt of een dubieuze run out de hulp van de derde waarnemer wordt ingeroepen. Die kan, gezeten achter een monitor, op basis van tv-beelden het oordeel van zijn collega's op het ijs of het veld herroepen of bijstellen.

Aanleiding voor de overweging van de bond is het tumultueuze play-offsduel tussen Amsterdam en Den Bosch van twee jaar geleden, toen de scheidsrechters een blijkens de tv-beelden glaszuiver doelpunt van de thuisploeg door de vingers zagen en een bondsofficial vanaf de zijlijn moest toezien hoe het duel volledig ontaardde.

Von Reth gaat die discussie niet uit de weg, maar: ,,Zullen we dan eerst eens wat vaker gebruik maken van een derde official? En wie moet dat doen? Een oud-scheidsrechter die al jaren niet meer heeft gefloten en dus niet op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen? Begrijp me niet verkeerd: elke verbetering juich ik toe, maar laten we ons eerst eens afvragen of het een verbetering is.''

Ook Elders ziet weinig in een opgewaardeerde derde official aan de zijlijn. ,,Iemand die bij de middenlijn achter een tafel zit, heeft geen zicht op de cirkel. Daarbij komt: als ik één keer wordt overruled, is het gedaan met mijn gezag. Dan ben je nog verder van huis.''